#826: Medina van Essaouira

Wat is het?
De medina van Essaouira (voorheen “Mogador”) is een voorbeeld van een vestingstad uit de late 18de eeuw. Ze is gebaseerd op een Europees ontwerp in de stijl van Vauban en vertaald naar een Noordafrikaanse context. Essaouira ontwikkelde zich in deze periode als zeehaven en onderhield commerciële betrekkingen met zowel Europa als het Afrikaanse achterland.

Cijfer: 5,5 (Onder de vele medina’s en vestingsteden van Marokko springt Essaouira er niet echt uit. Het is een beetje Marokko-voor-beginners, makkelijker te navigeren en vriendelijker dan Fez of Marrakech.)

Toegang: Het meeste is gratis te bezoeken. Ik betaalde alleen 6 EUR (de buitenlandersprijs) voor toegang tot het Sidi Mohammed ben Abdallah museum.

Hoeveel tijd: Ik liep er zo’n 3 uur rond.

Opvallend: Essaouira was de meest toeristische stad van mijn reis: zijn kustlijn heeft een bijzondere aantrekkingskracht op surfers. De stad trekt ook die jonge Amerikanen aan die voor het eerst naar het buitenland reizen en zich in kleine groepjes verplaatsen met de jongens die de meisjes begeleiden. En ik ontmoette een Intrepid-tourgroep waarvan de leden hun ‘leider’ als eendjes volgden.

De stad is nog volledig ommuurd, met hoge muren, een aantal bastions en verschillende toegangspoorten. Ik overnachtte net buiten de oude stadsmuren, en ging er voor het eerst binnen via de Marrakesh-poort.

Het is gemakkelijker je hier in de medina te oriënteren dan normaal in Marokko: er zijn brede, rechte hoofdstraten en het geheel is ingedeeld volgens een dambordplan. Er zijn veel winkels, cafés en restaurants. Ik lunchte er prima buiten op een terrasje bij restaurant Zaytouna.

Als je de medina helemaal tot het einde doorloopt, kom je bij de zeewering. De rij kanonnen, de kantelen, de schietgaten; op een gegeven moment ken je het wel.

Het gebied rond de nog steeds zeer actieve vissershaven, even verderop, vond ik het mooiste stukje van Essaouira. Hier staat een bastion in het water, is er de zeepoort, en dobberen tientallen blauwe vissersbootjes. En er zijn ongelooflijke hoeveelheden meeuwen die zich de resten van de verse vis goed laten smaken.

Om wat meer over de stad te weten te komen, zoek ik het Sidi Mohammed ben Abdallah museum op. De locatie van het museum wordt niet echt geadverteerd, maar met Google Maps op mijn telefoon in de hand weet ik het te vinden. Het zit in een mooi 18de eeuws pand, met een indrukwekkende trap.

De collectie vertelt de geschiedenis van de stad, vanaf de komst van de Feniciërs. Er zijn ook oude foto’s en muziekinstrumenten. De entreeprijs (6 EUR) is te hoog voor wat je te zien krijgt, maar het gebouw is de moeite waard en veel geld geef je sowieso niet uit in Marokko.

Essaouira had in zijn commerciële hoogtijdagen aan het einde van de 18de en 19de eeuw een grote joodse bevolking, ooit was zelfs tot 60% van alle inwoners joods. Hun geschiedenis en hun samenleven met de moslimbevolking worden herdacht in het Bayt Dakira-museum. Ook dit zit een beetje verstopt en de deur is gesloten, maar ze deden de deur open toen ze me naar binnen zagen turen. Ik vond het vooral interessant om de oude zwart-wit foto’s en video’s te zien uit de tijd dat Essaouira bloeide door de zouthandel – van de Sahara naar schepen met bestemming Europa. Het kreeg toen de bijnaam ‘de haven van Timboektoe’. Het interieur van de Simon Attias-synagoge wordt ook bewaard in het museum.

De oude Joodse wijk is in totaal verval geraakt sinds bijna alle Joden zijn vertrokken (meest in de jaren zestig na de oprichting van de staat Israël). Toch trof ik nog talloze kleine synagogegebouwen en Davidsterren boven de deuren van woningen aan. De mensen die nu in deze buurt wonen zien eruit als krakers en gebruiken zelfs de stadsmuren als steun voor hun tenten.