#811: Centraal-Amazone gebied

Wat is het?
Het Beschermd Centraal-Amazone gebied bestaat uit 4 natuurreservaten in het noordwesten van Brazilië, die samen de belangrijkste ecosystemen van de Amazone laten zien. Het gaat o.a. om várzeabos, dat seizoensgebonden overspoeld wordt door slibrijk riverwater, en zwartwaterrivieren. Anavilhanas, bestaande uit zo’n 400 eilanden, is de op één na grootste rivierarchipel ter wereld. Het gebied staat verder bekend om zijn vis, de vele plantensoorten en endemische vogels.

Cijfer: 8 (Ik koos voor een bezoek aan de sublocatie ‘Marimaua’. Het bleek rijk aan vis, vogels, en kaaimannen, en ook vijf verschillende soorten apen lieten zich goed zien. Dit gebied is meer door mensen aangetast dan dat andere Amazone-werelderfgoed, Manu NP in Peru. Ook is het landschap minder spectaculair. De manier van bescherming, door de lokale gemeenschappen, is echter uniek. Ook het várzeabos is fascinerend.)

Toegang: “Gratis” – er is geen formele ingang tot het Mamiraua reservaat, maar in de kamerprijs van de lodge is een opslag opgenomen voor het beheer van het gebied.

Hoeveel tijd: Ik was er 3 dagen.

Opvallend: Het reservaat ligt ruim 500 kilometer ten westen van Manaus. Dus ik moet eerst een uurtje naar Tefé vliegen, een bruisende rivierhavenstad met 60.000 inwoners. Er loopt geen weg naar toe. Iedereen legt hier aan met een bootje om boodschappen te doen, en ook grote passagiersboten maken de vaart over de Amazone-rivier tussen Manaus en Tefé. Stroomopwaarts kost dat twee dagen.

Ik word van het vliegveld opgehaald voor nog eens anderhalf uur reizen per boot naar de Uakari Lodge, waar ik drie nachten ga verblijven in het reservaat. Een Braziliaanse jonge vrouw, Jacqueline, is mijn reisgenote voor de komende dagen.

De vaart gaat het eerste uur over de zeer brede Amazone-rivier, die hier plaatselijk Solimões heet. Ondanks dat er geen borden staan, is het meteen duidelijk wanneer we het Mamiraua-reservaat invaren: we verlaten de hoofdrivier. Bij deze kruising zien we voor het eerst roze en grijze dolfijnen springen.

Al snel passeren we een nauwe doorgang, waarna de eerste memorabele natuurbelevenis volgt. Hier staan duizenden grote zilverreigers en aalscholvers langs de waterkant klaar om te vissen. Het is vooral een mooi gezicht dat de witte en zwarte vogels zo gemengd staan.

Het bijzondere van Marimaua ligt in het behoud van een várzea-bos, dat elk regenseizoen overspoeld wordt door het water uit vruchtbare rivieren vanuit de Andes. Op onze eerste middagexcursie krijgen we te zien welk effect de overstromingen hebben op de lokale flora en fauna. We bezoeken een eiland waar het verschil in waterpeil wel 12 meter kan zijn. Het leefgebied is alleen geschikt voor dieren die kunnen vliegen, zwemmen of in bomen leven. Je zult hier geen tapirs of capibara’s vinden…. Zelfs de mieren en termieten bouwen hun nesten hoog in de bomen in plaats van op de grond. Jaguars overleven ook in de bomen, maar ze zijn half zo groot als hun soortgenoten elders.

Vanwege het seizoensgebonden karakter van deze plek is een bezoek in mei (precies aan het einde van het regenseizoen wanneer het waterpeil het hoogst is) totaal anders dan een bezoek in november. In het droge seizoen profiteren de kaaimannen en vogels van de vissen die dan opgesloten zitten in een kleiner gebied. In het natte seizoen heb je een grotere kans om zoogdieren te zien, omdat ze hun toevlucht moeten nemen tot de bomen. Tijdens deze eerste rustige wandeling, vooral bedoeld om bomen aan te duiden, zien we echter toch zonder veel moeite al vier soorten apen.

Het paradepaardje van Mamiraua is de pirarucu (arapaima), de grootste zoetwatervis in Zuid-Amerika. Verder zijn er twee soorten rivierdolfijnen: roze en grijze. En er zijn 64 soorten elektrische vissen. De dolfijnen zijn zoals altijd moeilijk te fotograferen. De arapaima sprongen de hele dag op en neer voor mijn hut bij de (drijvende) lodge. Andere gasten van de lodge zijn gekomen voor een weekje sportvissen en ze hebben het blijkbaar naar hun zin.

De geschiedenis van het Mamiraua-reservaat en de Uakari Lodge is fascinerend. Het reservaat is in 1986 gestart om de uakari-aap te beschermen. Al snel werd echter duidelijk dat de lokale bevolking geen ruimte meer zou hebben om te vissen en het land te bewerken om in hun levensonderhoud te voorzien. Dus werd het reservaat veranderd in een gebied voor gemengd gebruik. Mensen uit de 14 gemeenschappen werken in de lodge en patrouilleren op de rivier, en elke gemeenschap ontvangt jaarlijks een deel van de inkomsten van de lodge om aan projecten te besteden. Met deze aanpak zijn ze erin geslaagd om illegale houtkap en visserij een halt toe te roepen.

De seizoensgebonden stijging van de waterstanden heeft ook gevolgen voor de lokale bevolking. Mamirauá wordt bewoond door kleine ribeirinho-gemeenschappen. Om de overstromingen het hoofd te bieden, wonen de mensen in huizen op palen. Ze hebben drijvende tuinen en drijvende zonnepanelen om deze voorzieningen het hele jaar door beschikbaar te houden. Op de ochtend van de tweede dag bezoeken we één van deze gemeenschappen: Caburini.

We worden rondgeleid door een man van 79, die hier met een groot deel van zijn familie woont. Het regent nogal hard deze ochtend, zodat we moeten schuilen in de kerk, het klaslokaal en op de man’s veranda voordat we weer ‘naar huis’ kunnen.

Hij vertelt ons dat ze jaarlijks bijna al hun kippen verkopen of opeten voordat het regenseizoen begint (de kippen kunnen namelijk niet vliegen of zwemmen). Door de overstromingen blijft er ook veel zand achter, waardoor het strand elk jaar groter wordt en de huizen verder van de rivier komen te staan. Ze gebruiken het strand om bonen en watermeloenen te verbouwen. Ze redden ook de eieren van schildpadden en brengen ze naar het beschermde gebied van het Marimaua-meer nadat ze zijn uitgekomen.

Het is zaterdag en er zijn inmiddels ook een paar weekendgasten in de lodge aangekomen. Met hen (4 personen) doen we in de namiddag de grote excursie naar het meer van Mamiraua, het hart van het reservaat. We varen met een open motorboot, eerst door ‘het kanaal’ en dan het meer in zover we kunnen. Het water staat zo laag dat we niet tot het einde kunnen doorvaren.

Het kost niet veel moeite om onderweg mijn meest gewilde vogel te zien: in het Nederlands heet hij blijkbaar anioema, maar zijn Engelse naam is veel passender: de Horned Screamer. Als een eenhoorn heeft hij een puntige, verhoornde structuur voor op z’n kop die wel 10 centimeter lang kan worden.

Mamirua heeft twee soorten apen die nergens anders in de wereld meer voorkomen: de zwarte doodshoofdaap (vergelijkbaar met de gewone, maar met zwart haar op zijn kop) en de intrigerende witte uakari. De zwarte doodshoofdaapjes laten zich gemakkelijk zien, we zagen ze gisteren al op de eerste wandeling.

De uakari heeft een volledig witte vacht en een felrood gezicht – hij lijkt niet op een andere aap, het is bijna op een albino. We hebben het geluk er eentje tegen te komen tijdens deze boottocht, langs het ‘kanaal’. Hoewel we hem maar even zien, toont het dier zijn pluizige witte lichaam goed door op een bladloze tak te lopen. En hij draait zijn hoofd om, zodat we ook zijn kenmerkende rode gezicht kunnen zien.

Als we terugvaren naar de lodge is het al donker. De gids en de bootsman hebben schijnwerperslichten mee om zo de ogen van dieren langs de waterkant te kunnen ‘vangen’. Dat blijkt hier in Mamiraua een hele klus: de rivier ligt namelijk vol met kaaimannen, en het enige dat je ziet is honderden van hun oogjes laag bij het water. Af en toe houdt er eentje ons voor de gek door op de kant te gaan liggen.

Op de laatste ochtend maken we een stevige boswandeling van 4,5 uur lang. We zien onze eerste eekhoorns met een enorme pluizige staart, en vinden een slapende luiaard in een boom. Ook komen we nog een groep uakari’s tegen in het bos, maar ze zijn er moeilijker te zien (alleen af en toe een witte ledemaat). Aan het vogelfront spotten we een mini-uiltje (de Braziliaanse dwerguil) en een toekan (de Azara-arassari).

Onze laatste excursie is een kanotocht. Gids Manuel peddelt en de Braziliaanse en ik liggen lui in de boot. Zo’n kano heeft twee voordelen: hij is stil en ligt laag op het water. Je bent dus bijna op ooghoogte met de watervogels.

We zien een aantal nieuwe soorten, maar de Amerikaanse schaarbek steelt de show. Als het nog licht is, staat hij geduldig met zijn vaste buurman de grootsnavelstern langs de waterkant. Als het begint te schemeren, gaan ze echter aan het werk. Laag scheren ze over het water om een visje op te pikken, pal voor en langs de kano.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s