#809: Ennedi massief

Wat is het?
Het Ennedimassief omvat een spectaculair, kleurrijk landschap in een woestijnomgeving.  De vele kloven, rotsen en natuurlijke bogen zijn door erosie door water en wind gevormd. Tegelijkertijd weet hier een gevarieerde flora en fauna te overleven: hoewel het diep in de woestijn ligt, valt er regelmatig regen en zijn er permanente waterbronnen. De rotsen zijn bedekt met tot 7000 jaar oude rotskunst, gemaakt door nomaden.

Cijfer: 9 (Een gebied zo groot als Nederland, ongerept. Overal waar je kijkt is het mooi, de variatie is ook groot: elke dag dat we er waren waren het landschap en de hoogtepunten anders. De rotskunst is zo overvloedig dat je het idee hebt dat je zelf nieuwe tekeningen kunt ontdekken als je net een rots verder kijkt.)

Toegang: 7 EUR (5000 CFA) per locatie (Terkei en Archei zijn bijvoorbeeld 2 separate locaties). Deze ‘tourist tax’ moet in het dichtstbij gelegen plaatsje aan de lokale chief betaald worden.

Hoeveel tijd: We waren er 4 dagen, maar je kunt er wel een week blijven.

Opvallend: Na 3,5 dag rijden vanuit N’Djamena komen we eindelijk aan bij het Ennedimassief. De ‘entree’ is al indrukwekkend, met een massief zandstenen blok dat wel een fort lijkt. Alle rotsen hier zijn door water en wind geërodeerd. Alles wat je ziet is zandsteen. We stappen uit bij “de Kathedraal”, een prachtige plek met door erosie geslepen pilaren. Beneden in het dal lopen de kamelen te grazen. Het is hier groener dan de gids hier ooit gezien heeft.

We slaan ons kamp op een paar honderd meter achter de kathedraal, midden tussen de rode rotsen. Een prachtige plek ook om wakker te worden. In de vroege ochtend zien we zelfs een man op een kameel voorbij racen, ik wist niet dat kamelen zo hard konden lopen.

We wandelen deze eerste volle dag eerst langs rotstekeningen in de buurt van het kamp. Deze zijn niet zo goed te zien, maar het is een leuke wandeling. We zijn aan de oostkant van de berg Terkei. Met de jeeps gaan we daarna verderop kijken, bij de betere rotsschilderingen. Deze zijn in het rood, met afbeeldingen van “vliegende” paarden en mensen met hoofdbedekkingen. We klimmen een grot in waar nog meer rotskunst is, o.a. een grote koe.

Daarna rijden we door naar een gebied waar een aantal grote stenen bogen zijn te vinden, ook het product van erosie. Bekende bogen zijn de Fluit en de Olifant.

Bij de boog “Oog van Tokou” zijn ook veel oude graftombes – het enige wat men daarover weet is dat ze van voor de komst van de Islam stammen, verder onderzoek is er nooit gedaan. Ze lijken een beetje op de tombes van Al-Ayn in Oman.

’s Middags doen we een wandeling door “het Labyrint”. Het is erg heet, en de de onverbiddelijke zon is meer een tegenstander dan het terrein. De rotsen zijn hier uitgesleten tot een soort grote paddestoelen. Je kunt er tussendoor en overheen lopen, een beetje klimmen hoort er hier bij en dat is een voorbode voor wat ons de volgende dag te wachten staat.

Helaas ontkomen we ook hier niet aan de kram-kram, een irritant gras dat stekelbolletjes afstoot aan je schoenen en sokken als je er langs loopt. Als je die er dan af probeert te plukken, nestelt zich een venijnige stekel in je vingers. Het beste is om een stokje te gebruiken om ze er af te halen en geen sokken te dragen.

Die namiddag slaan we ons kamp op vlakbij de ingang tot de Guelta d’Archei, de kloof die het meest bekende element is van de Ennedi. De lokale souvenirverkopertjes weten ons al snel te vinden, en stallen hun spullen uit op een kleedje aan de rand van het kamp.

Om 7.15 gaan we de volgende ochtend op pad voor de wandeling van 1,5 uur naar de kloof. Een meisje van een jaar of 10 (Fatima), met haar kleine broertje (Omar) in het kielzog, is onze gids. De wandeling via de “geiteningang” gaat over rotsblokken waar je veel houvast hebt. Soms moet je een stukje op handen en voeten klimmen. Het is niet heel hoog, maar een paar keer moet je over een richel lopen. Het is niet iets voor mensen met hoogtevrees. Gelukkig lopen we het meest in de schaduw en waait er een frisse wind.

Je hoort de kamelen die dagelijks komen drinken in de kloof al van ver, het is een luid ge-moe alsof het brulapen zijn. Met een beetje hulp van tourleider Andrea kom ik ook over de laatste hindernis, een soort verticale klim. We eindigen bij hét uitkijkpunt over de kloof: daar waar alle iconische foto’s van deze plek zijn gemaakt, je kijkt van bovenaf de kloof in, recht op het gedeelte met permanent water en drinkende kamelen. Het felle zonlicht en de contrasten maken fotograferen lastig.

Er zijn zo’n 200-300 kamelen vandaag, van verschillende eigenaren. De kamelen komen in de ochtend en blijven tot een uur of 2 in de middag.

We speuren de waterkant ook af naar de vier krokodillen die hier nog moeten leven. Daarvan zijn er zeker drie vrouwtjes, dus het is maar de vraag of ze nog lang zullen voortbestaan. Een week na ons bezoek zal een team van de BBC hier komen om het verhaal van de krokodillen te filmen, inclusief het onderzoek of er een mannetje van een andere locatie bijgeplaatst kan worden.

Op aandringen van onze kant (ik hoef niet zo nodig 1,5 uur in de zon terug te lopen) en bemoedigende knikjes van onze gids Fatima, gaan we via de ‘kamelenroute’ terug. Dat wil zeggen: afdalen in de kloof, en dan door het water. De doorgang is zo’n 20 meter en het water rijkt tot net boven de knie. Het is ook heerlijk koel, lekker als je al een tijd geen douche meer gezien hebt. In de hele kloof is het trouwens fris, door de schaduw van de hoge rotsen en een frisse bries.

We lopen voorzichtig om de vele kamelen heen. De beesten storen zich niet aan ons, maar hun herders zijn net als vele andere veebezitters in Tsjaad niet zo happig op toeristen die de cohesie van hun kuddes komen verstoren. We blijven dus niet al te lang in de kloof zelf. De terugwandeling heeft maar 10 minuten geduurd.

Bij de ‘uitgang’ bezoeken we nog een grot met rotsschilderingen; aardig maar niet zo mooi als die bij Terkei van gisteren. In de omringende rotsen spotten we verschillende groepen huzaaraapjes – de beste plek om ze te zien tijdens deze reis. De chauffeur van ‘mijn’ jeep wijst ons ook op een mooie uil die netjes stil blijft zitten voor de foto. Helaas is dat niet het geval met de eerste fennec woestijnvos: dit is het meest gewilde zoogdiertje voor mij op deze reis, maar hij loopt al weer weg voordat ik hem zie.

Na een paar dagen in de woestijn en bij de meren van Ounianga, rijden we op de terugreis naar het zuiden door het westen van de Ennedi. Bij Bichagara is onder een overhangende rots, een meter of twee boven de grond, nog een mooi paneel met rotskunst te vinden (als je weet waar het is). De gids gaat eerst even kijken of er geen slangen zitten, en daarna kunnen wij er ook één voor één naar toe kruipen.

Dit paneel heeft duidelijke rode tekeningen van mannelijke en vrouwelijke personen. Daar overheen zijn later twee “vliegende” kamelen aangebracht in het wit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s