San Salvador

De Salvadoraanse hoofdstad San Salvador heeft niet zo’n goede naam, maar ik verbleef er toch drie nachten met veel plezier. Het is logistiek een handig punt om de rest van het land te ontdekken omdat veel bussen vanaf hier vertrekken. En ook in de stad zelf zijn wel een paar bezienswaardigheden. Ik overnachtte in de Zona Rosa, een rijkere buitenwijk met veel restaurants en winkels, in het fijne hotelletje Villa Florencia.

Schuin tegenover mijn hotel lag het Antropologisch Museum. Het zag er nogal troosteloos uit toen ik het terrein op liep, en ik vroeg voor de zekerheid nog aan een bewaker of het wel open was. Dat was het geval, en tegen betaling van de buitenlandersprijs van 10 US dollar kon ik naar binnen. De tentoonstelling op de begane grond richt zich op de geschiedenis van de landbouw in El Salvador. Je vindt er onder andere gipsen afgietsels van de planten die door de vulkaanuitbarsting in Joya de Ceren bewaard zijn gebleven uit de Maya-periode.

In de tuin van het museum staan wat grote beelden en stenen met rotstekeningen – zonder uitleg van wie en waar. De beste tentoonstelling vond ik echter op de eerste etage: daar hebben ze beelden en urnen die de oude grafcultuur uit deze regio laten zien.

Na een paar tripjes het land in, wilde ik op mijn laatste ochtend in de stad toch nog iets van de binnenstad zien. Ik bestelde een Uber vanaf mijn hotel, en een paar minuten later zat ik bij een gezellig kletsende jonge vrouw in de auto. Het verkeer staat in het centrum van San Salvador bijna altijd vast, dus we deden er 40 minuten over.

Het centrum is lastig te omschrijven: er is een groot “Latijnsamerikaans” plein met een ruiterstandbeeld en het nationaal paleis. Het wemelt er van de politie en zwaarbewapende bewakers. De helft van het plein is nu echter omgeturnd tot een bouwput, waar een Chinese aannemer de Nationale Bibliotheek probeert te herstellen. Aan de andere kant is een smoezelige winkelstraat met portieken. De meeste “winkels” hier in de buurt zijn trouwens op de grote markt.

Ik vluchtte maar de grote gele kathedraal in. Dit instituut heeft al heel wat meegemaakt: de eerste versie verwoest door een aardbeving in 1873, de tweede door een brand in 1951 en de derde nog in aanbouw toen er binnen 44 mensen werden gedood tijdens de Salvadoraanse burgeroorlog. Tegenwoordig is vooral de afbeelding van Bisschop Romero prominent aanwezig, de vermoorde aartsbisschop die zich tegen de dictatuur had geweerd.  

Het beste van San Salvador had ik voor het laatste bewaard: de kerk van El Rosario. Hij wordt wel “de lelijkste kerk ter wereld genoemd”. En inderdaad, als je er voor staat, dat donkergrijze beton aan dat stoffige plein… Het hek was ook nog eens gesloten en de zon verpestte mijn foto.

Maar volgens al mijn bronnen zou hij toch open moeten zijn. Ik liep er maar eens een rondje omheen, weer over die rommelige markt en langs een afgesloten binnenterrein. En zowaar, aan de zijkant was er een ingang. Ze waren net bezig de boel te openen, je moet zelfs entree betalen en er is een winkeltje met religieuze voorwerpen bij. Eenmaal binnen zie je hoe die lelijke kerk zich transformeert tot iets prachtigs door slim gebruik van gekleurd glas en de zon.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s