#776: Tehuacán-Cuicatlán vallei

Wat is het?
De Tehuacán-Cuicatlán vallei is een archeologische vindplaats en een vanwege zijn plantensoorten beschermd natuurgebied. Waterbeheer en domesticatie van planten laten het ontstaan zien van de oudste beschavingen in Meso-Amerika. In dit droge gebied staat daarnaast een grote diversiteit aan soorten cactussen, waaronder zuilcactussen in hoge dichtheden.

Cijfer: 6,5 (Als ik er wat langer was gebleven, was de score wellicht hoger uitgevallen. Het is een groot gebied maar met een dagtocht raak je maar een heel klein deel. Het is ook niet zo ongerept als de natuurgebieden die ik de afgelopen weken in het noorden van Mexico gewend ben geraakt: hier is toch veel bebouwing. Het bos van zuilcactussen is echter een uniek gezicht.)

Toegang: De entree tot de botanische tuin kost 90 pesos (4 EUR). Het cactusbos kun je ook heel goed (gratis) zien vanaf de weg.

Hoeveel tijd: Ik was er een halve dag.

Opvallend: Vanaf mijn overnachtingsplaats Tehuacan raakte ik in een half uurtje met de bus bij de Botanische tuin Helia Bravo Hollis. In deze “tuin”, genoemd naar een Mexicaanse biologe, kun je het park in een notendop zien. Lopend over het pad naar de ingang ben je al omringd door die mooie hoge zuilcactussen.

Bij de ingang huur ik een gids om meer over de planten te weten te komen. Hij vertelt dat de tuin een paar maanden dicht is geweest vanwege Corona, maar dat ze die tijd goed gebruikt hebben door een nieuw wandelpad aan te leggen. Het hele complex ziet er trouwens bijzonder verzorgd uit.

Omdat er zoveel cactussen zijn, zijn er ook dode cactussen. Daaraan kun je beter zien hoe zo’n ranke zuilcactus, die wel 16 meter hoog kan worden, in elkaar steekt. Hij heeft een ruggegraat van hout, met daaromheen sponsachtig materiaal om water vast te houden.

Tijdens onze wandeling zien we ook veel andere soorten cactussen. Deze vallen van veraf minder op, omdat ze veel lager bij de grond staan. Sommige dragen ook bessen, die eetbaar zijn (die op de foto hieronder smaken een beetje waterig).

Naast cactussen zien we ook agave-planten met heel hoge stengels waar de bloemen uit komen. En de “olifantspoot”: deze plant die meer dan 4 meter hoog kan worden, bewaart het water in zijn dikke “voet”.

Het culturele deel van dit werelderfgoed is wat schimmig. Vast staat in ieder geval dat in deze streek al heel lang zout wordt gewonnen. Zo’n 2 kilometer van de botanische tuin is een zoutmijn te vinden die nog in gebruik is. Een taxichauffeur (nou ja, een jongen met een auto) die bij de gidsen van de tuin rondhangt, wil me wel even brengen. Helaas is er nu niemand aan het werk.

In het plaatsje Zapotitlan, waar deze locatie van het werelderfgoed onder valt, hebben ze nog iets extra’s bedacht om de toeristen vast te houden. Minstens twee restaurants serveren er authentieke regionale gerechten. De ingrediënten die ze gebruiken zijn onder andere insecten zoals kakkerlakken, en mieren. Of plantaardiger, cactusbloemen en palmharten. Ik ging voor een bord “gemengde bloemen”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s