#771: El Pinacate en Gran Desierto de Altar

Wat is het?
Het Biosfeerreservaat El Pinacate en Gran Desierto de Altar omvat een groot woestijngebied, waar de donkere kleuren van de vulkanen contrasteren met de lichte zandduinen. Het inactieve vulkanische gebied bestaat uit een vulkanisch schild en spectaculaire kraters en resten van lavastromen. Planten en dieren hebben zich aangepast aan de extreme omstandigheden. Het ligt in het Mexicaanse deel van de Sonorawoestijn, tegen de grens met de Verenigde Staten.

Cijfer: 7,5 (Het is een heel groot gebied, onherbergzaam. Er zijn mooie ronde vulkaankraters en hoge zandduinen, maar ik was toch het meest verkocht door de opvallende cactussoorten.)

Toegang: Je betaalt 97 pesos per dag voor entree tot het park, en 60 pesos voor het museum. In totaal kostte het mij 254 pesos (12 EUR).

Hoeveel tijd: Ik was er 2 dagen / 1 nacht met een kampeertour vanuit Hermosillo, de hoofdstad van de staat Sonora.

Opvallend: Ik was blij dat ik deze tour gevonden had, op eigen gelegenheid (zeker in je eentje) is het door de onverharde wegen en totale verlatenheid niet te doen. De tour vertrok om 6 uur op zaterdagochtend uit Hermosillo, vanwaar we eerst ruim 470 kilometer naar het noorden moesten rijden. We waren met 16 reizigers, vooral Mexicanen, in een minibus met aanhanger voor al het kampeermateriaal.

Zelfs vanaf de rand van het park kostte het nog een uur om de eerste vulkanische bezienswaardigheid te bereiken: de Cerro Colorado. Dit is een zogenaamde “Maar”: ontstaan door een eruptie, maar dan met waterdamp (uit grond- of oppervlaktewater) in plaats van lava of magma. Deze vulkaankraters kenmerken zich door hun ondiepte en platte bodem. Vaak staat er ook water in, maar dat is hier niet meer het geval.

Tegen zonsondergang kwamen we aan bij de volgende grote krater, El Elegante. Hier parkeer je aan de voet, en dan is er een wandelpad over de rand van de krater. Erg mooi om hier te lopen, vooral met de vele cactussen langs het pad. Je kunt zelfs helemaal rond lopen, maar daarvoor waren we te laat omdat de duisternis snel inviel.

Er is een kampeerterrein in het park, in een gebied genaamd Tecolote. Het is niet meer dan een vlak terrein om je tent op te zetten plus een paar bankjes en vuurkorven. ’s Avonds kwam een hond bedelen toen we worstjes op het vuur aan het roosteren waren. Daaruit bleek dat we ook buren hadden: 2 vrouwen (+ de hond) in een kampeerbusje.

De nacht was fris, maar gelukkig hadden we van de organisatie goede kwaliteit slaapzakken en opblaasbare matrassen gekregen. Bij het kampeerterrein zijn ook twee korte wandelpaden en twee kleinere vulkanische kegels om te beklimmen, een lekker begin van de ochtend.

Nadat we alle kampeerspullen weer hadden ingepakt, bracht de bus ons naar La Laja. In de jaren ’40 en ’50 zijn delen van wat nu het park is ontgonnen om hun vulkanisch gesteente. Het werd gebruikt om de snelweg aan te leggen ten noorden van het park en voor in de bouw.

De mijnbouw is gestopt sinds het park werd uitgeroepen tot nationaal biosfeerreservaat, maar het heeft deze kleurrijke attractie achtergelaten. De Laja kegel heeft zijn roestrode kleur door het hoge ijzergehalte. De bovenkant van de vulkaankegel is tijdens de mijnbouw ingestort of opgeblazen.

Wanneer je bovenop één van de kegels staat en de omringende woestijn afspeurt, valt een bruine strook op in de verte naar het noorden. Het is wat de Mexicanen “De Muur van Trump” noemen. Het is een bruin hek, de fysieke grens die in 2020 werd neergezet. Hierdoor is ook de vrije beweging van belangrijke populaties van wilde dieren in het park, zoals de Sonora gaffelbok en het dikhoornschaap beperkt.

Ook de eerder genoemde snelweg #2, aan de Mexicaanse kant, is een doorn in het oog met zijn continue stroom aan witte vrachtwagens. Daar zullen ook al veel dieren zijn gesneuveld. We zagen trouwens geen enkel zoogdier tijdens ons bezoek van 26 uur aan het park, en maar één vogelsoort.

Het hek beperkt niet alleen de bewegingen van grotere dieren tussen Mexico en de VS, het is bedoeld om menselijke migraties te voorkomen. Dat raakt ook de Tohono O’odham, de inheemse bevolking van het gebied. Het Schuk Toak-bezoekerscentrum van het reservaat richt zich op hun verhaal en hoe ze een netwerk van oude zoutpaden gebruikten om door deze kale regio te reizen.

Een paar kilometer voorbij het bezoekerscentrum beginnen de zandduinen. Mijn reisgenoten vonden dit deel van de tour het leukst, ikzelf kan er niet meer zo enthousiast van worden. Het was een hete wandeling van ongeveer 2 km door de woestijn tot je het gouden zand bereikt. De specialiteit hier zijn de zeer grote sterrenduinen, met scherpe randen die worden gecreëerd door wind die uit veel verschillende richtingen waait. Wat later in de middag krijgen de duinen een gouden gloed.

Daarna stopten we nog voor een lekkere vismaaltijd in de troosteloze badplaats Puerto Peñasco, en toen was het tijd voor de lange rit terug naar Hermosillo. Onderweg werden we nog gecontroleerd door de douane, waarbij alle bagage door een scanner moest (gelukkig niet alle tenten, matjes, slaapzakken etc). Pas om half 3 ’s nachts waren we weer terug op de plek van vertrek na een weekend vol ervaringen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s