Karakol

De Bradt reisgids over Kirgizië kenmerkt de stad Karakol als “waar de geesten van 19de eeuws Russisch plattelandsleven weergalmen”, “grens-achtig” en “een geidealiseerd Siberisch dorp”. Het klopt allemaal. Nou ja, Siberië met een veel warmer klimaat dan. De eerste namiddag dat ik er ben en naar een restaurant loop, val ik van de ene verbazing in de andere. Dastorkon is een prima restaurant, bezocht door zowel lokale families als toeristen. Het ligt echter zomaar ergens langs een onverharde weg tussen de autoreparateurs en metaalbewerkers in. Ik moet op een gegeven moment zelfs aan Ethiopië denken: brandende zon, stof, kuilen in de weg, ambachtslieden aan het werk op straat.

De volgende ochtend ga ik op tijd op pad om de culturele bezienswaardigheden te bezoeken. Al snel kom ik netjes aangeklede kinderen tegen, de kleintjes aan de hand van hun moeder. De meisjes hebben grote strikken in het haar. Voor de lerares hebben ze bloemen bij zich. Het zal de eerste schooldag van het jaar zijn – de “Dag van de Kennis” in de Russische traditie.

Bij de grote houten Russisch-Orthodoxe kerk is ook een school: de bel gaat net als ik het terrein op loop. De kinderen die wat door de tuin aan het wandelen waren, vliegen naar binnen. De kerk is in 1895 gebouwd voor de Russische kolonisten. Tijdens de Sovjet-tijd en daarna is hij lang buiten gebruik geweest, maar sinds 1991 wordt er weer gebeden.

De aanwijzingen over waar de mooiste huizen uit de Russische tijd te vinden zijn, lopen wat uiteen. Uiteindelijk slaag ik het beste aan de lange Leninstraat. Het is prettig lopen hier, het is één van de weinige straten die niet opgebroken is. Er staan grotere, vrijstaande huizen. Veel hebben in ieder geval houten luiken en gevels.

Het historisch museum van Karakol ligt ook in een mooi straatje in de binnenstad. Zoals zo vaak vragen ze hier of ik uit Duitsland kom. Nee? Uit Frankrijk? Die twee nationaliteiten zijn hier op het moment het best vertegenwoordigd onder de weinige toeristen. Al op mijn vlucht van Istanbul naar Bishkek zaten een groep Duitse en een groep Franse toeristen. En er is een busje met 5 Duitsers die ik hier in Karakol al een paar keer tegen het lijf ben gelopen.

Het museum kost 1 EUR entree en is zeker de moeite waard. Ze hebben er de typische dingen die ik de afgelopen dagen ook al in de kleinere musea heb gezien (grafstenen, een yurt, leren drinkzakken, communistische oorkondes). Hier is de presentatie net wat beter, met uitleg vaak ook in het Engels. En er zijn twee ruimtes met opgezette dieren. In de laatste zie ik zelfs twee opgezette sneeuwluipaarden. Voorafgaand aan deze reis las ik een verslag om van te watertanden van iemand die 6 ontmoetingen met sneeuwluipaarden had in de bergen van Kirgizië. Wereldwijd leven er naar schatting nog maar 4000 van deze beesten in het wild.

De meest unieke bezienswaardigheid van Karakol is zonder twijfel de Dungan-moskee. Het is een moskee uit het begin van de 20ste eeuw gesticht door Chinese moslims. Er is een Chinese architect aan het werk geweest en de overeenkomsten met houten Boeddhistische tempels zijn legio. Het kleurrijke gebouw is volledig uit hout opgetrokken en er zijn geen spijkers gebruikt. Apart is ook de lichtblauwe minaret, die er bij staat als een klokkentoren van een orthodoxe kerk.

Net als de orthodoxe kerk is de moskee sinds de Kirgizische onafhankelijkheid weer in gebruik. Van binnen lijkt het dan ook meer op een “gewone” moskee, als je de grote gele houten balken in het plafond wegdenkt.

Voor de laatste bezienswaardigheid op mijn lijstje moet ik 7 kilometer buiten Karakol zijn: het Przewalskimuseum. Minibus 116 rijdt er elk half uur langs, en gelukkig kan ik opstappen bij de bushalte bij de moskee. Het museum ligt in een ruim opgezet park. De Russische ontdekkingsreiziger Przewalski moet zijn ruimte tegenwoordig delen met Kusein Karasev, een Kyrgizische taalkundige. Ook voor hem is er een museum en een standbeeld in het park.

Nikolai Przewalski was aan het eind van de 19de eeuw één van de eerste Europeanen die afgelegen gebieden van Mongolië, China en Tibet bezocht. Hij maakte ook meerdere reizen naar Centraal-Azië. Uiteindelijk stierf hij in Karakol. Hij is hier ook begraven. Het museum toont vooral geschriften en oude foto’s. En natuurlijk is er ook een opgezet exemplaar te vinden van waar iedereen Przewalski van kent: het Przewalskipaard. Hij ontdekte deze wilde paardensoort.

2 gedachtes over “Karakol

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s