San José

Bij elk ‘nieuw’ land dat ik bezoek, plan ik altijd minstens een volledige dag in de hoofdstad in. Ook als die hoofdstad op papier niet zoveel bezienswaardigs heeft. Hier kom je er meestal het beste achter hoe het land zichzelf ziet en wil presenteren aan de buitenwereld.

De hoofdstad van Costa Rica, San José, is zo’n typische hoofdstad die gemakkelijk wordt overgeslagen. Gelukkig was ik er in de handen van mede-werelderfgoedreiziger, geboren Costa Ricaan en architect Esteban. Hij heeft me er een volle dag rondgeleid. We begonnen ’s ochtends met een wandeling van het ene architectonische hoogtepunt naar het andere in de rustige woon- en zakenwijken net buiten het stadscentrum. Brede trottoirs maken het wandelen gemakkelijk, het gebrek aan zebrapaden is wat minder. De bloeiende paarse Jacaranda’s verzachten het straatbeeld.

Republica de Chile school uit de jaren dertig. Een mix van Latijns-Amerikaanse neokoloniale architectuur en Art Deco.

Het probleem met San José is dat het in het verleden nooit zo rijk is geweest, het heeft geleden onder zware aardbevingen en veel is er met de grond gelijk gemaakt omdat het allemaal moderner moest. Dat laatste is nog steeds aan de gang, het aanleggen van parkeerplaatsen is de nieuwe rage. We stopten onder meer bij scholen, privéwoningen, voormalige fabrieken en het treinstation. De architectuurstijlen variëren van neoklassiek tot “Hollywood koloniale stijl”, eclectisch en brutalistisch. We hebben er letterlijk tientallen gezien, maar ze zijn moeilijk te vinden voor een buitenstaander omdat ze zo verspreid liggen.

Eén van de hoektorens van he Nationaal Museum, plus betonnen hoogbouw en een afgesloten straat ter voorbereiding van een voetgangerszone. Een dergelijke mengelmoes zie je veel in de straten van San José.

San José heeft geen werelderfgoed maar wel twee plekken die ooit genomineerd zijn geweest: het Nationaal Monument en het Nationaal Theater. Beiden zijn in 1980 zonder opgaaf van redenen afgewezen.

Het Nationaal Monument is een groots bronzen beeld dat de overwinning van Costa Rica in de oorlog van 1856-57 herdenkt – een oorlog tegen de binnendringende troepen van de Amerikaan William Walker die Engelssprekende slavenkolonies wilde creëren in Midden-Amerika. Het beeld toont alle betrokken partijen (vrouwen die elk een Midden-Amerikaans land vertegenwoordigen en de vluchtende William Walker). Het is een deel van de geschiedenis waarvan maar weinig mensen in de rest van de wereld zullen hebben gehoord, maar het staat voor de onafhankelijkheid van Midden-Amerika. Het monument ligt midden in een gezellig stadsparkje.

Het Nationaal Monument

Het Nationale Theater werd geopend in 1897, tijdens een economische bloeiperiode veroorzaakt door de export van koffie en betaald door een belasting op koffie. Het wordt beschouwd als het mooiste historische gebouw in San José en staat bekend om zijn weelderig ingerichte interieur. Helaas kwamen we niet verder dan de lobby, aangezien het alleen bezocht kan worden met een rondleiding waarvoor we te vroeg waren. Toch was het het meest weelderige gebouw dat we zagen gedurende de hele dag.

Lobby van het Nationaal Theater

Lunchen deden we op de Centrale Markt van San José. Als je de goede ingang tot het overdekte complex kunt vinden wacht daar een verzameling van verrassend schone restaurantjes. Je zit aan een bar, wordt bediend en het eten wordt in de keuken één verdieping hoger gemaakt. Ik neem een menu met gebakken vis – met rijst, bonen en gebakken banaan die je hier overal bij krijgt.

Eten op de centrale markt. Boven, achter het luik kun je de keuken zien.

San José heeft drie belangrijke historische musea: het Nationaal Museum, het Goudmuseum en het Jade Museum. We bezochten alleen de eerste twee. Beiden rekenen forse prijzen voor buitenlandse toeristen (11 dollar), terwijl de Costa Ricanen voor een veel lager bedrag naar binnen mogen.

Het Nationaal Museum is bijna symbolisch gehuisvest in een voormalige legerkazerne, die niet meer nodig was toen het Costa Ricaanse leger in 1948 werd afgeschaft. Twee van de wachttorens (één met veel kogelgaten) staan ​​er nog steeds, evenals de kerkers waar gevangenen werden vastgehouden. De eerste ruimte van het museum is een vlindertuin, ongetwijfeld de eerste die ik ooit ben tegen gekomen in een Nationaal Museum! Daarna betreed je het centrale plein van de kazerne, hier zijn een aantal stenen bollen uit het Diquis-gebied gebracht. Hiervan ga ik er later op mijn reis nog veel meer zien.

Binnenplaats van het Nationaal Museum, met één van de stenen ballen uit de Diquis.

De meer conventionele tentoonstellingsruimten vertellen het verhaal van het land van de inheemse rijkjes van voor de komst van de Spanjaarden via de koffie- en bananenplantages tot de welvaartsstaat van de 20ste eeuw. Tot aan de opmars van de koffie-export halverwege de 19de eeuw was Costa Rica maar een onbeduidende streek in het Spaanse koloniale rijk. Ook dat is één van de redenen waarom je in San José niet van die rijke bouwwerken ziet zoals in Mexico-Stad of Quito.

In dergelijke karren werd de koffieoogst vervoerd

Het Pre-Columbiaanse Goudmuseum van San José lijkt veel op het beroemde Goudmuseum in de Colombiaanse hoofdstad Bogota. Ook hier is het eigendom van de Centrale Bank en ga je er naar binnen door dikke kluisdeuren. De inheemse Costa Ricanen blijken erg gefascineerd geweest te zijn door kikkers: die beestjes zijn vaak in goud afgebeeld. Al met al zijn de werken wat simpeler en kleiner dan in Bogota. Bovendien begin ik de vermoeidheid te voelen na een dag slenteren door de stad. We blijven dus niet lang. We nemen nog een koffie in een cafeetje en dan neem ik afscheid van Esteban na een dag vol indrukken.

Ornament in het Goudmuseum

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s