Kröller-Müller museum

Vanochtend zat ik al om half 8 in de auto, op weg naar Nationaal Park de Hoge Veluwe. Ik was er een paar weken geleden ook al eens om te wandelen, maar dit keer was het Kröller-Müller Museum het doel. Ik had er een reservering voor het openingsuur om 10 uur. Maar ik was extra vroeg vertrokken om ook nog even wat van het park mee te pakken. Deze keer met de gratis parkfiets: bij de ingang Otterlo stonden er genoeg klaar.

Doel van mijn fietstocht was het Jachthuis Sint Hubertus, in het noorden van het park. Zeven kilometer fietsen, een half uurtje, en ik kon als enige bezoeker van dit monumentale pand genieten. Het werd in 1914 ontworpen door de bekende architect Berlage in opdracht van het echtpaar Kröller-Müller. Ze gebruikten het als hun buitenhuis.

Het gebouw is sinds 1935 staatsbezit. Je kunt het normaliter bezoeken met een rondleiding, maar die zijn nog niet opgestart na de coronacrisis. Ik liep zelf dus maar wat rond. Van binnen moet het ook erg mooi zijn, ook het interieur (tot het bestek aan toe) is grotendeels ontworpen door Berlage.

Het fietspad terug naar het centrale gedeelte van het park, waar ook het museum ligt, gaat door het Otterlose Zand. Deze grote zandverstuiving lijkt wel wat op een Afrikaanse savanne – je verwacht zo een paar giraffen te zien. Hier vind je ook het standbeeld uit 1921 van de Boerenstrijder Generaal Christiaan de Wet – een vriend van de Kröller-Müllers.

Keurig om kwart voor 10 was ik bij de ingang van het Kröller-Müller Museum. Tegenwoordig mogen er elk kwartier maar een tiental bezoekers tegelijk in en moet je vooraf reserveren. Ook stellen ze je bij de ingang vragen over je gezondheid – ze zijn nog geen week open en houden zich wel erg letterlijk aan de regels. De keurige bezoekers doen er een beetje lacherig over. Je gaat toch denken dat museumbezoek met een mondkapje maar zonder verdere beperkingen zoals ik vorige week meemaakte in Duitsland een stuk relaxter is.

Binnen is er een vaste looproute gemaakt en heeft elke ruimte een sticker waarop staat hoeveel mensen er tegelijk in mogen. Gelukkig was ik de eerste op de route en kon ik overal op mijn gemak kijken. In de tijdelijke tentoonstellingsruimte vond ik dit het mooiste: de installatie Inopportune: Stage two (2004) van de Chinese kunstenaar Cai Guo-Qiang.

Afbeelding: Cai Gao-Qiang, Inopportune: Stage two, 2004, foto: Marjon Gemmeke (link)

Een beetje krampachtig ging het ook toe bij het museumcafé – binnen zitten aan een tafeltje moet op “reservering”. Dat betekent dat als je er naar toe loopt ze je naam op een lijst schrijven en je meteen kunt gaan zitten. Bediening is aan tafel. Daarna liep ik nog het rondje verder af door de vaste collectie, met onder andere vele Van Gogh’s en Mondriaan’s. Ze zijn gekocht door de stichters van het museum tussen 1908 en 1929 en nu van onschatbare waarde.

Het entreekaartje tot het museum geeft je ook toegang tot de Beeldentuin. Hier stuitte ik eerst op dit werk van de een week geleden overleden Bulgaars-Amerikaanse kunstenaar Christo.

De Beeldentuin beslaat 25 hectare en schijnt een van de grootste van Europa te zijn. Het was in ieder geval heerlijk wandelen door het bos, met hier en daar een kunstwerk.

In het park waren de rododendrons bijna uitgebloeid, maar het vingerhoedskruid deed het nog prima. Tegen 12 uur pakte ik een witte fiets terug naar de ingang. De parkeerplaats waar mijn auto vanochtend de eerste was stond inmiddels aardig vol met zo’n 50 auto’s.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s