Aken

Het wordt hoog tijd weer eens buiten de grenzen te gaan kijken. Aken, net over de Nederlandse grens, is een mooi punt voor een herstart. Mijn eerste bezoek aan de Dom van Aken was in 2001, echt aan het begin van mijn reis langs het werelderfgoed. De Dom was het 74ste werelderfgoed dat ik ooit bezocht. Ik had toen alleen nog maar een standaard, compact digitaal cameraatje dat voor huidige begrippen vreselijke foto’s maakte. Dus aan het begin van dit lange Pinksterweekend besluit ik weer naar Aken te rijden om mijn geheugen op te frissen en betere foto’s te maken.

Als voorbereiding op mijn bezoek aan Duitsland heb ik een setje wegwerp-mondmaskers ingeslagen bij de Hema – het gebruik is verplicht in openbare gebouwen. En ik pak wat contante euro’s mee uit een voorraadje dat ik eigenlijk voor de reis naar de Centraal Afrikaanse Republiek had aangelegd. Hoewel de crisis kennelijk heeft geleid tot meer kaartbetalingen, is Duitsland nog steeds veel meer gericht op contant geld dan Nederland. Positief is dan weer dat het niet nodig is om vooraf tijdssloten te reserveren in de musea van Aken of in de kathedraal – wat in Nederland weer gebruikelijker is om de zaken onder controle te houden.

De grensovergang verloopt als vanouds (geen controles) en zo bevind ik me al snel in de gezellige binnenstad van Aken. Ik begin mijn herbezoek aan het werelderfgoed in de Schatkamer van de Dom. Om 10 uur ben ik de eerste bezoeker van de dag en heb ik het museum voor mezelf. Deze Schatkamer haalde in maart de krantenkoppen toen het de tentoonstelling van het Corona Leopardus-heiligdom aankondigde. Het bevat de stoffelijke resten van de vroege christelijke martelaren Corona en Leopardus. Corona was een legendarische figuur, wiens relikwieën rond het jaar 1000 naar Aken werden gebracht. Ze is de patrones van geldzaken en er is gesuggereerd om tot haar te bidden tijdens de Corona-pandemie ter ondersteuning van de wereldeconomie. Hoe dan ook, de schrijn zelf is een juweeltje:

Zowel de Schatkamer als het interieur van de aangrenzende kathedraal zijn echte verzamelplaatsen van religieuze relikwieën. Die relikwieën zijn de fysieke overblijfselen van een heilige plaats of heilige persoon, of voorwerpen waarmee ze contact hebben gehad. In de middeleeuwen was het goed om zoveel mogelijk interessante relikwieën te verzamelen, omdat het pelgrims naar je kathedraal zou trekken (wat prestige zou toevoegen en de lokale economie zou stimuleren). De beste relikwieën zijn natuurlijk die met Jezus en Maria; Aken heeft 4 top-relikwieën: de doeken en de lendendoek van Jezus, de jurk van Maria en de onthoofding van Johannes de Doper. In de Schatkamer kun je van dichtbij onder andere deze 14de eeuwse reliekhouders zien met daarin naar verluidt stukjes van de gordel van Christus.

Na het bezoek aan de Schatkamer loop ik eerst een rondje om de Dom. Je loopt dan door de winkelstraten en over de pleinen van Aken, die al gezellig druk zijn. De Dom zelf is pas vanaf 11 uur open voor toeristen, dus ik neem de kans waar om even op een terras te gaan zitten. Zelf je drankje afhalen aan de balie, cash betalen en je naam inschrijven op een lijst zodat je te traceren bent als er zich een besmet iemand in je omgeving is geweest. Ben benieuwd hoe lang ze dat laatste nog volhouden in Duitsland, het gaat nu al halfhartig.

De Dom van Aken wordt beschouwd als één van de hoogtepunten in de westerse kunst en architectuur, maar z’n entree is bescheiden. Er zijn hier wat meer toeristen op de been: zo’n 30 tot 40 Nederlanders, Duitsers en Aziaten.

Het hart van de Dom is nog steeds de centrale achthoek die rond 800 werd gebouwd in opdracht van Karel de Grote. Om de afstand tussen de kerkgangers te bewaren zijn de banken er nu als coronamaatregel vervangen door enkele stoelen. Ook is de trap naar de bovenste galerijen gesloten voor bezoekers. Al het andere is er zoals je het verwacht: de enorme 12de eeuwse kroonluchter, de Romeinse zuilen (naar Aken versleept), de 19de eeuwse mozaïeken aan het plafond. Mooi is ook de Ambon van Hendrik II (een soort preekstoel).

De Dom van Aken is geen gemakkelijke plek om goed te fotograferen. De buitenkant is een mengelmoes van verschillende stijlen, de originele romaanse kern (wat het meest interessante deel is) is volledig omsloten door gotische en zelfs latere toevoegingen. Het beste uitzicht heb je vanaf het stadhuis. De echte schatten in de kathedraal, zoals het heiligdom van Karel de Grote of het reliekschrijn van Maria, bevinden zich diep in het koor. Dat gebied is niet toegankelijk en het goud van die heiligdommen weerspiegelt zich in de glazen kistjes waarin ze zijn opgesloten. Desalniettemin ademt de Dom van Aken gewoon middeleeuwse geschiedenis en zelfs in de 21ste eeuw is het een zeer aangename plek om te bezoeken.

Het is inmiddels 12 uur geweest en ik schuif aan op het terras van een Thais restaurant. Ook een pluspunt van Duitsland: de goedkope lunchmenu’s. Voorgerecht, hoofdgerecht en wat te drinken voor 13,50 EUR.

Na de lunch ga ik naar het Ludwig Forum, een kunstmuseum dat iets buiten het centrum van Aken ligt. Het is een half uur lopen, maar dat is lekker met dit mooie weer. Het museum is gehuisvest in een voormalige paraplufabriek, op zich al een staaltje kunst omdat het is gebouwd in de Internationale Stijl van begin vorige eeuw. Ook hier blijk ik de enige bezoeker. Wel is er weer een ‘typisch Duits’ moment bij de kassa: mijn kleine rugzak moet ik in een kluisje doen, dat alleen opengaat met een 1 EUR munt. De kassière voorziet al meteen dat ik die munt niet zal hebben en wisselt wat geld voor mij uit de kassa.

Het Ludwig Forum is gesticht door de Akense kunstverzamelaars Irene en Peter Ludwig. De collectie bestaat vooral uit werk dat in hun eigen bezit was (nu, na hun dood, is het in handen van een stichting). Ze richtten zich vooral op Amerikaanse moderne kunst vanaf de jaren zestig. Dat werk past uitstekend binnen de hoge, ruime voormalige fabriekshal. Het zijn vooral grote schilderijen, beelden en installaties.

Op het moment is er een tentoonstelling te bekijken van werken van vrouwelijke kunstenaars uit de periode rond 1970. Dit kleurrijke werk heet 4 Berliner Jahreszeiten (1980) en is van de hand van de Amerikaanse Dorothy Iannone.

Ik loop twee rondes door het grote complex: een keer om alles te bekijken en nog een keer langs wat ik de hoogtepunten vind. Het blijft rustig op de fabrieksvloer, er komt nog één stelletje me gezelschap houden. Het personeel staat met elkaar te kletsen of buiten een sigaretje te roken. Uit de vaste collectie is dit Mori Woods (1987) van de Japanse beeldhouwer Shigeo Toya.

Halverwege de middag loop ik terug naar het centrum. Op het marktplein voor het historische stadhuis zitten de terrassen inmiddels vol. Voor mij is het weer tijd de 2,5 uur durende terugreis te beginnen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s