De markt van Silvia

Silvia is een plaatsje in de heuvels ten noorden van Popayan, de hoofdstad van het  Colombiaanse departement Cauca. Met de bus doe je er ruim een uur over via een slingerweg. De plek is vooral bekend om zijn dinsdagmarkt, die bezoekers uit de wijde omgeving trekt. Het is echt een markt voor de lokale bevolking. Er lopen ook wel wat toeristen rond, maar de marktwaar is niet op hen gericht.

Over het algemeen zijn de Colombianen van gemengde Europese, Afrikaanse en inheemse herkomst. Maar deze streek kent een grote populatie aan inheemse mensen, de Guambiano. Veel van hen dragen nog de traditionele dracht, met blauwe en zwarte kleding en een zwarte bolhoed. Ze werken als boeren. Op dinsdag verkopen ze hun producten hier op de markt.

Tevens zijn ze een dagje in de ‘stad’, dus er is ook tijd om op een bankje op het plein te zitten of een ijsje te eten. Bij mijn aankomst rond 9 uur tref ik velen van hen in een lange rij wachtend aan voor de ‘SuperGIROS’, waar je betalingen kunt doen en geld kunt storten of ophalen.

De markt vindt plaats in een overdekte markthal. Er zijn verschillende secties, die met borden aan het plafond worden aangeduid. Het grootste deel is ingeruimd voor groenten en fruit. Je ziet hier trouwens veel meer groenten dan je op de Colombiaanse restaurants afgaand zou denken. Er zijn aardappelen, broccoli, wortels en bieten te koop. Fruit is er in overvloed. Voor 1000 pesos (0,25 EUR) koop ik een netje van 6 mandarijnen.

Aan de verste rand van de markthal zitten de slagers en simpele restaurantjes. Ook wordt er kleding verkocht en huishoudelijke artikelen.

Vlakbij de ingang verbaas ik me over keurig op elkaar gestapelde blokken met bruin spul. Later vind ik uit dat het ‘oersuiker’ is: ongeraffineerd, gedroogd suikerrietsap. In het Spaans heet het panela, en het is één van de belangrijkste producten van de Colombiaanse landbouw. Door ze in de vorm van een soort bakstenen te persen is het gemakkelijk te vervoeren.

Naast het bezoek aan de markthal is het ook leuk om wat door de straten van Silvia te dwalen. De mensen en materialen die van verder weg komen, worden met een chiva bus vervoerd – ‘chiva’ is Spaans voor geit. Dit soort robuuste trucks zijn vooral geschikt voor het bergachtige platteland. Ze zijn altijd kleurrijk beschilderd en hebben veel berguimte op het dak.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s