Zoutstadje Nemocón

Na een dag in Bogotá heb je er het meeste wel gezien, dus op mijn tweede dag in Colombia ga ik voor het eerst en zeker niet voor het laatst deze reis de bus in om iets buiten de stad te gaan bekijken. Het doel is het plaatsje Nemocón – 67 kilometer buiten de hoofdstad en bekend om zijn historische zoutmijn.

Het is wel een hele expeditie met het openbaar vervoer: ik moet eerst een half uur met de taxi van het hotel naar het centrale busstation van Bogotá. Daar word ik vakkundig op de juiste bus gezet, eentje die al vertrekt om 7.40 uur (ik ben nog steeds vroeg wakker…). Naar goed Zuid-Amerikaans gebruik zijn de katholieke uitingen in de bus niet over het hoofd te zien. Het zal wel een heel veilige rit worden zo met Jezus en Maria aan weerszijden van de chauffeur.

In de straten van Bogotá moeten er nog extra passagiers geronseld worden, totdat de bus vol zit. Erg vlot gaat het dus allemaal niet. Als we in het plaatsje Zipaquira aankomen (ook een zoutstadje) vindt de buschauffeur het wel weer genoeg geweest. Een lokale vrouw en ik worden in een minibus van een andere maatschappij gezet voor de laatste 10 kilometer naar Nemocón.

Precies 3 uur na vertrek uit het hotel zet ik dan eindelijk voet in Nemocón. Het blijkt een knus plaatsje te zijn, toegerust voor toerisme op bescheiden schaal. Er gaat ook een toeristentrein naar toe vanuit Bogotá.

Al voor de komst van de Spanjaarden werd hier zout gewonnen. Dit deden ze door brak grondwater in grote kruiken te koken en dan te laten opdrogen, zodat het zout overbleef. De Spaanse kolonisatoren zagen ook wel brood in de zoutwinning, en lieten de lokale bevolking op industriële schaal zout produceren voor de export.

In de 19de eeuw kwam de Duitse wetenschappelijk reiziger Alexander von Humboldt langs in Nemocón. Hij leerde de bevolking efficiënter zout te winnen, door ernaar te graven in zoutmijnen. De lokale zoutmijn, die niet langer gebruikt wordt, is nu open voor bezoekers. Ook moet er een zoutmuseum zijn, in het oudste gebouw van de stad dat ooit eigendom was van de rijkste Spaanse landeigenaar. Ik tref het gebouw echter stevig gesloten aan. Er hangt een plakkaat aan met ‘Te huur’.

Ik loop daarom meteen maar door naar de ingang van het zoutmijncomplex. De entree is hier 29.000 pesos (7,85 EUR), een heel bedrag voor Colombiaanse begrippen. Ik kan net achteraan sluiten bij een Spaanstalige groep voor een rondleiding. Het begint met een kleinschalige tentoonstelling – met fossielen van vissen en andere dieren die hier gevonden zijn. Hier was ooit (100 miljoen jaar geleden) een zee, vandaar de zoutlagen.

Om de mijn in te kunnen moeten we allemaal een helm op. Er zijn zo’n 30 tot 40 bezoekers op de tour, zo op het eerste gezicht allemaal Colombiaanse dagjesmensen.

Na een wat glibberige trap naar beneden te zijn gelopen komen we aan in een prachtig deel van de zoutmijn. De ruwe wanden met zoutfragmenten worden weerspiegeld in rimpelloze kanalen. Als je over de rand kijkt lijkt het net of je een enorme diepte in kijkt, maar het is de spiegeling van het plafond.

Er is een speciale fotograaf mee om souvenirfoto’s te maken voor de bezoekers – zo kun je op het randje gaan staan zodat het net lijkt alsof je halsbrekende toeren uithaalt. De gangen zijn ook verlicht met rode, gele en blauw lampen wat de bijzondere sfeer nog versterkt.

Daarna krijgen we een rondleiding langs een schier eindeloze rij aan ‘bezienswaardigheden’. Sommige zijn van natuurlijke aard, zoals een ‘waterval’ van zout (zie foto hieronder). Maar veel is ook door de mens toegevoegd. Er is natuurlijk een kapel, een kerststal gemaakt van zoutkristallen, een groot hart gemaakt van zout en een aantal exposities over mensen die een belangrijke rol in de geschiedenis van deze zoutmijn hebben gespeeld.

De tour duurt in totaal 2 uur – erg lang. Ik was er al voor gewaarschuwd door een mede-werelderfgoedliefhebber, die hier een paar weken geleden was. Hij voelde zich opgesloten. Zo erg vind ik het niet, maar ik stond op het laatst wel steeds op de klok te kijken of het snel afgelopen zou zijn of dat we bij nog meer vreemde verschijnselen stil moesten staan.

Voor de lunch tenslotte strijk ik neer op een terrasje aan het centrale plein van Nemocón. Een menukaart hebben ze niet, maar ze raden met het dagmenu aan. Dat komt met ajiaco, een soep gemaakt van maïs, kruiden, aardappelen en kip. Het is een specialiteit van de regio Bogotá. Als hoofdgerecht is er een stevige gegrilde kippenpoot, een stuk avocado en wat onbestemde rijst en salade. Ook krijg ik er een glas vers guavesap bij. Dit alles voor 12.000 pesos ofwel 3,25 EUR.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s