Bogotá

Omdat ik wist dat ik vroeg wakker zou zijn door de onvermijdelijke jetlag, zocht ik iets dat vroeg open was om mijn eerste dag hier in Bogotá mee te starten. Ik vond het bij de Virgilio Barco-bibliotheek, een van de twee mogelijk toekomstige werelderfgoederen in de hoofdstad van Colombia. Beiden zijn voorbeelden van moderne architectuur. Deze bibliotheek opent de meeste dagen om 8 uur ’s ochtends omdat het een volledig functionerende openbare bibliotheek is.

Bogotá is een uitgestrekte stad en hoewel de bibliotheek redelijk centraal ligt had ik een taxirit van 25 minuten nodig vanaf mijn hotel in de buurt van het Nationaal Museum om er te komen. Met behulp van de EasyTaxi-app, die ik vooraf op mijn telefoon had gezet, werd ik voor minder dan 3 EUR van deur tot deur vervoerd door een gele taxi. Ondanks het vroege uur trof ik al verschillende mensen die de paden in het omliggende Virgilio Barco Park aan het bewandelen waren. Het gebied is ook populair bij fietsers en je kunt fietsen huren bij straatstalletjes.

De Virgilio Barco-bibliotheek is uitverkoren onder de werken van de Colombiaanse architect Rogelio Salmona. Eigenlijk is het hele land bezaaid met belangrijke werken van zijn hand. Hij staat bekend om zijn baksteenarchitectuur en bewust gebruik van water. Op deze locatie in Bogota slaagde hij er heel goed in om het gebouw op te nemen in het landschap: het ligt op een verhoogd terrein dat vroeger werd gebruikt om afval op te slaan.

Met plezier maakte ik een ​​volledige lus te voet rond het gebouw, de grachten en de perfect onderhouden gazons volgend. Salmona zou voor dit werk vooral door Granada’s Alhambra zijn geïnspireerd en de overeenkomsten zijn gemakkelijk te zien: de vergezichten met stromend water en palmbomen, de Moors-geïnspireerde geometrische motieven. Een andere invloed is Le Corbusier, met wie Salomona in zijn vroege jaren (waaronder Chandigarh) samenwerkte. Gelukkig zijn diens witte betonnen horizontale lagen hier niet zo prominent aanwezig.

Ik zag een achterdeur van het gebouw open staan, met een bewaker in de deuropening. Die liet me zonder problemen door om op eigen gelegenheid wat door het gebouw te dwalen. Het interieur voelt een beetje koud en kaal aan, met halfopen gangen en veel baksteen. De belangrijkste leeszaal heeft echter veel natuurlijk licht en een mooi uitzicht op het omliggende park. De andere kamers vond ik niet zo interessant, maar het is de moeite waard om naar boven te gaan naar het Terras. Al met al vond ik het een fascinerend gebouw en heb ik genoten van mijn bezoek.

Na een uur trok ik weer verder. Met mijn telefoon riep ik een nieuwe taxi op, die me naar het historische centrum van Bogotá bracht. Het doel was het Goudmuseum, dé belangrijkste attractie van de stad en naar het schijnt één van de beste musea van Latijns-Amerika. De rit duurde weer een klein half uur. Dit museum opent om 9 uur en zo kort na openingstijd was het er nog lekker rustig. De entree is slechts 4000 Colombiaanse pesos, omgerekend 1,10 EUR.

Eén van de bijzonderheden van dit museum is dat het gesticht is door de Colombiaanse Centrale Bank. Die kreeg in 1934 goudschatten uit het land in bezit. De collectie werd steeds verder verrijkt met nieuwe vondsten van de verschillende samenlevingen die op Colombiaans grondgebied woonden voor de komst van de Spanjaarden.

Het museum heeft een enorme collectie, waarvan een deel tentoongesteld wordt verdeeld over 3 verdiepingen. Met zoveel objecten zou je denken dat er ook veel ‘vulling’ tussen zit, maar dat is hier helemaal niet het geval. Alles is van geweldige kwaliteit of vertelt op z’n minst een verhaal over de herkomst en de manier waarop het gemaakt is.

Er zitten veel sieraden bij die gedragen werden door de leiders van de inheemse groepen. Maar ook voor de gewone bevolking was het blijkbaar normaal iets van goud te hebben. Daarnaast zijn er dodenmaskers – ronde, platte gouden maskers die met de dode in de graftombe werden geplaatst. Het heeft wel wat weg van de begrafeniscultuur van Egypte.

Er zit veel variatie in de voorwerpen – Colombia werd voor de komst van de Spanjaarden niet door één dominante inheemse groep bewoond (zoals de Inca’s in Peru), maar door vele kleinere groepen. Het goud komt dan ook overal vandaan.

Veel van de gouden voorwerpen werden ook gebruikt in heilige rituelen. Het allermooiste stuk is toch wel het Muisca of El Dorado vlot: een zo’n 20 centimeter groot vlot geheeld van goud, met fijne staande gouden figuren. Het laat een ceremonie zien die door de leider van de Muisca jaarlijks werd uitgevoerd: hij bedekte zich met stofgoud en voer met zijn naasten op een vlot een meer op.

Het museum heeft in 2008 een grote renovatie ondergaan. Het is erg modern van opzet en alle opschriften zijn zowel in het Spaans als het Engels. Er is ook een goede koffieshop (met de beste koffie die er voor de consument in Colombia te krijgen is hoor ik later) en een restaurant – bij beiden nam ik een pauze na het rondwandelen tussen zoveel moois.

Na de lunch en een welverdiende siësta (het voelde voor mij inmiddels al wel als het einde van de dag) sloot ik me om 2 uur aan bij een ‘gratis’ wandeltour door de stad. Er kwamen maar liefst 40 man opdagen, maar gelukkig had de gids een microfoon bij zich en was het allemaal goed te volgen. De meeste buitenlandse bezoekers lijken hier uit de Verenigde Staten te komen.

Gids Juan deed aan de hand van verschillende stops gedurende 3 uur zijn toch wel trieste verhaal over het wel en wee van Bogotá. Zo is er van de historische binnenstad niet veel meer over. In 1948 werden alle niet-religieuze gebouwen kort en klein geslagen na de moord op een oppositieleider. Wat er nu staat dateert uit de jaren ’50, ’60 en ’70. Het ziet er een beetje uit alsof er een aardbeving is geweest. De rijkere inwoners zijn uit het centrum weggetrokken. Het is nu het domein van de armen, je ziet er veel straatverkopers en ‘artiesten’.

De meest levendige buurt vind je in de smalle straatjes van La Candelaria. Het vertier is hier trouwens ook op de armen (en toeristen) gericht – zo proefden we chicha, supergoedkoop maïsbier waar je voor weinig dronken van kunt worden.

De straten worden nog wat opgefleurd door ware kunstwerken van graffiti. Vaak zijn ze aangebracht op verzoek van de eigenaren van de gebouwen.

De tour eindigde op het centrale plein van de stad, waar de 19de eeuwse kathedraal nog overeind staat. Ernaast ligt het Paleis van Justitie, een nieuw gebouw nadat het vorige in 1985 door Marxistische rebellen bezet werd. Het leger maakte daar met veel geweld een einde aan en schoot en passant het gebouw aan flarden.

Sinds een paar jaar is het een stuk rustiger in het land, de verhalen van deze middag aangehoord hebbend lijkt dat wel voor het eerst sinds de onafhankelijkheid in 1810. De gids vertelde ook dat het voor hem lang ondenkbaar was dat er zoveel toeristen als nu naar Colombia zouden komen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s