Het eiland Skye

Het eiland Skye is het grootste en noordelijkst gelegen eiland van de Binnen-Hebriden, een groep eilanden voor de westkust van Schotland. Ik verbleef er 3 nachten voor de werelderfgoedreizigersmeeting van 2019. Woensdagmiddag vloog ik naar de Schotse stad Inverness, vanaf waar het nog eens 3 uur rijden is om op Skye te geraken.

Al bij aankomst woensdagavond wisten mijn 23 medereizigers en ik dat het hoofddoel van deze trip niet bereikt zou worden: de boottocht naar het afgelegen werelderfgoed St. Kilda was door de bootverhuurder geannuleerd vanwege “de slechtst mogelijke windrichting om te landen”. Het was een bittere pil, alleen al omdat we de kalmste en zonnigste dagen in de geschiedenis van het eiland beleefden.

The Storr

Als alternatief programma voor de eerste dag bedachten mijn medereizigers een wandeling naar The Storr, een steile rotswand. Het is de populairste attractie op het eiland Skye, en toen we er tegen half 10 aankwamen was er eigenlijk al geen legale parkeerplaats meer te vinden. We parkeerden in een weilandje en hoopten dat er geen politie langs zou komen.

The Storr is een gevormd door een aardverschuiving. De wandeling er naar toe is kort (zo’n 2 kilometer) maar steil. Klimmen vanaf de start – net als voor sommige wielrenners is dat niks voor mij. Ik bungelde dus een beetje achteraan het groepje en nestelde me uiteindelijk op een mooi uitkijkpunt net onder de rotspilaar genaamd Old Man of Storr.

De rest, inclusief Zwitserse en Noorse berggeiten, liep nog wat verder door naar boven. Uiteindelijk moesten we allemaal dezelfde weg weer terug. Daarvoor was het eerst nog tijd voor een groepsfoto….

De Noordkust

De volgende ochtend vroeg reed ik in mijn huurauto naar (bijna) het noordelijkste puntje van Skye. De wegen zijn hier zo smal dat je tegenliggers moet passeren via uitwijkhavens. Bij de verhuurbalie op het vliegveld van Inverness lagen zelfs folders ‘Rijden op Skye’ waarop helemaal staat uitgelegd hoe je je moet gedragen op de weg. Maar het wijst zich uiteindelijk vanzelf – alleen voor een bus moest ik een keer een heel stuk achteruit rijden.

De kustlijn hier in het noorden is prachtig. Op de vroege ochtend zag ik ook veel campers en tentjes langs de weg staan – het is hier vrij kamperen.

Er zijn een paar kleine toeristische bezienswaardigheden. De ruïnes van het kasteel van Duntulm bijvoorbeeld. Langs een camper waarvan de bewoners net uit bed stapten liep ik het pad af naar een rotspunt, waarop deze ruïne staat te balanceren. Je mag er niet meer in, het hele gevaarte is te instabiel.

Een paar kilometer verderop ligt een klein openluchtmuseum, het Museum of Island Life. In een aantal stenen huisjes wordt het leven getoond van de inwoners van Skye voordat er een brug met het vasteland was en voordat er zelfs wegen waren.

Cruise vanaf Uig

Mijn hoofddoel van deze tweede dag was een boottocht langs de eilandjes rondom Skye. En meer bijzonder: het zien van papegaaiduikers! Deze zeevogels met felgekleurde snavel komen in de noordelijke gebieden wel vaker voor maar je moet wel in het goede seizoen op de goede plek zijn.

Ik had een cruise van 3 uur geboekt op de Radiant Queen, een omgebouwde vissersboot met ruimte voor 12 gasten. Hij zou vertrekken vanaf de haven van Uig om 11.30 uur. Even zag het er naar uit dat ik weer niet de zee op zou kunnen: het waaide harder dan de afgelopen dagen en de schipper wilde het eerst even aankijken. Dus eerst de haven uit en dan zien of het te doen was op het open water.

Gelukkig viel het allemaal erg mee. Het was nog steeds zonnig en warm, dus vanaf het dek was het plezierig varen langs het schiereiland Trotternish en de eilandjes van de Ascrib archipel. We zagen grote aantallen zeehonden op de strandjes. Sommige met pas geboren jongen.

Wat verder op zee kwamen we nog wat snel wegduikende dolfijnen tegen. En we keken tegen een rotswand aan waar een adelaar zou zitten. Pas later bij het inzoomen van de foto’s zag ik hem zitten.

Gelukkig waren de papegaaiduikers op hun post, bij de Ascrib-eilanden. Ze zwommen in grote getale voor een klif. Dat zwemmen maakte het fotograferen er niet gemakkelijker op: de vogels zijn heel klein en verdwenen regelmatig onder een golf. Door hun grote gekleurde snavel en kleine lichaampjes zijn het grappige beestjes – ze worden ook wel de “clown der zeevogels” genoemd.

Kasteel Dunegan

Op mijn laatste ochtend op Skye reed ik naar het westen, naar het kasteel Dunegan. Voor de openingstijd van 10 uur stond er al een lange rij toeristen te wachten. Entree tot het kasteel en de tuinen is hier een forse 14 pond.

Er stond hier al vanaf de 14de eeuw een kasteel, maar het huidige stamt vooral uit de 19de eeuw. Het was de zetel van de Schotse clan MacLeod. Het vrij kleine interieur van het hoekige gebouw herbergt hun familiestukken.

Met een kwartiertje was ik er wel doorheen, maar ik bleef nog even stil staan bij een vitrine over St. Kilda – het eiland waarvoor ik eigenlijk gekomen was maar waar we door de wind niet konden komen. De MacLeod familie van het kasteel had nauwe banden met St. Kilda: ze hadden het ruim 500 jaar in bezit tot na het vertrek van haar inwoners in 1931.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s