Pankam: voor de avontuurlijke reiziger

Al opgestaan

In Hsipaw is er zo tussen 3 en 6 uur een nachtmarkt, waar boeren uit de omgeving naar toe trekken om hun waar te verkopen. Niet voor het eerst deze reis stond ik maar weer eens heel vroeg op, en liep om half 5 over de markt te struinen. Hij is verlicht met lampjes en kaarsen, een heel aparte sfeer. Ze verkopen er vooral groente aan de tussenhandelaren: mannen en vrouwen die op de fiets als reizende groenteboer de buitenwijken en dorpen langsgaan. Hun waar hebben ze dan heel sierlijk in kleine plastic zakjes aan alle kanten van hun fiets gebonden.

Buitenwijk fabriekjes

Na de markt ben ik nog even weer mijn bed ingedoken, maar tegen 8 uur moest ik er weer aan geloven. Mijn gids stond klaar om me mee te nemen voor de 5-6 uur durende wandeling naar het bergdorp Pankam. We starten lekker ontspannen in de buitengebieden van Hsipaw, waar we wat kleinschalige nijverheid bezoeken. Zo is er de noedelfabriek (zie foto, de noedels hangen te drogen) en een sojabonenkoekjesfabriek. Bij beide zijn de mensen al aan het werk, maar we mogen rustig binnenkijken.

Shan Witte Tijger

Ook de volgende passage is plezierig, we lopen over een smal pad tussen de rijstvelden door. We zijn hier in de Shan deelstaat van Myanmar, een gebied dat pas laat bij de rest van dit land is gevoegd en soms ook naar onafhankelijkheid streeft. Tot die tijd maken de Shan-partijen deel uit van het parlement van Myanmar. Op 8 november zijn er daarvoor verkiezingen, dit bord roept op om op de Shan-partij “Witte Tijger” te stemmen.

Binnen bij de maïsboer

De ochtend is bewolkt begonnen, maar tegen 9 uur schijnt de zon al weer fel. Laten we nu net gaan beginnen aan het zwaarste deel van de wandeling! Vanaf hier is het nog 3 uur bergopwaarts lopen. Je loopt ook weinig beschut, veel bos is gekapt. Al met al geen vooruitzichten waar ik blij van word. Gelukkig heb ik een gids voor mezelf, en ik weet hem makkelijk over te halen niet verder te lopen en te switchen naar de motor (de terugweg zou sowieso al op de motor zijn). Gids Kham Lu laat mij achter bij een maïsboer, waar ik getrakteerd word op thee en gepofte maïs. Zelf zijn ze hard aan het werk op het land, alleen de 4 kinderen zijn binnen in het bamboehuisje. Kham Lu gaat ondertussen terug naar Hsipaw om zijn motor op te halen.

Gearriveerd in Pankam

Slechts 45 minuten later is hij er weer. Ik stap achterop, en samen hobbelen we over het zandpad vol gaten en stenen omhoog. Ik ben blij dat ik dit niet meer hoef te lopen, hoewel achterop een motor zitten ook veel energie vraagt. We passeren nog andere toeristen, die er vermoeid uitzien. Om half 1 arriveren we op onze bestemming: Pankam. Kham Lu toont de verschillende talen op het welkomstbord van het dorp.

Dorp

In Pankam gaan we eerst lunchen bij een familie die de dorpswinkel lijkt uit te baten. Ze laten ook toeristen ’s nachts bij hen slapen, dat zijn de bikkels die de twee- of driedaagse trek doen. Pankam is geen dorp van de Shan (zoals de andere in de omgeving), maar van de Palaung minderheid. Zij leven hier in het grensgebied van Myanmar, Thailand en China. Volgens bronnen op het internet hielden ze zich vooral bezig met het verbouwen van papaver voor de opiumhandel en zijn er onder hen zelf ook veel verslaafden. Dit dorp Pankam focust zich echter op een ander genotsmiddel: thee.

Oude vrouw

Na de lunch maak ik samen met de gids een rondje door het dorp. We kijken binnen bij de lagere school. Alle klassen krijgen hier in hetzelfde lokaal les, maar ze zitten wel in aparte groepjes met eigen leraressen. De kleinsten leren net tellen in het Engels, overigens geheel onverstaanbaar. Met name onder de vrouwen van het dorp zijn er nog enkele die de traditionele klederdracht van de Palaung dragen, zoals deze oude vrouw.

Rit terug theeplantages

Gids Kham Lu stelt voor via een andere route terug te rijden naar Hsipaw. Ik vraag nog hoopvol of die weg ook in betere staat is, maar dat blijkt niet het geval. Hij is wel een stuk langer: het duurt nog zeker 2 uur voordat we weer terug komen bij het hotel, maar we hebben de tijd. Het voordeel van deze route is dat hij onder andere de theevelden van Pankam passeert. De thee wordt hier zo anders geplant dan in India en Sri Lanka bijvoorbeeld, waar de planten in dichte rijen staan zodat de theeblaadjes makkelijk te plukken zijn. Hier staan de struiken ver uit elkaar op een helling.

Overvallen door een bui

Tegen half 4 begint de lucht te betrekken, en we zijn nog lang niet de berg af. We weten nog net een huis binnen te vluchten wanneer een stortbui losbarst. We krijgen meteen weer heel gastvrij een stoel en thee aangeboden. Hoe lang zou de bui duren? Soms wel een uur, of twee uur. De regen zelf is nog niet het ergste, het probleem is dat de weg te glibberig wordt voor de motor. Als het lang aanhoudt voorzien we al dat we bij deze mensen de nacht moeten doorbrengen. Gelukkig blijkt het een typisch tropische stortbui te zijn: na 3 kwartier straalt de zon alweer. Maar de wegen in en om het dorp zijn een en al modder. We lopen daarom maar het eerste stuk naar beneden. Een half uurtje verderop blijkt het niet of nauwelijks geregend te hebben, en kunnen we weer op de motor. Als je het voortdurende gehobbel door gaten in de weg even vergeet, is deze terugweg inderdaad een prachtroute waar we ook geen andere toeristen meer zien. Net voor zonsondergang, om 10 over 6, zijn we moe maar voldaan terug in Hsipaw.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s