La Gomera

Het kostte flink wat moeite en vooral tijd om er te komen: Los Cristianos, havenstad op Tenerife en vertrekplaats van de veerboot naar het naburige eilandje La Gomera. Iberia Express kon me gisteren niet verder brengen dan Madrid, en ik bracht de nacht door in een keurig verzorgd airporthotel.

Vanochtend moest ik daarom weer vroeg op om met concurrent Air Europa de laatste 2 uur en 25 minuten af te leggen naar Tenerife. Gelukkig ging dat vlekkeloos, en we stonden om 9 uur lokale tijd aan de grond (het is één uur vroeger op Tenerife dan in Spanje en Nederland).

De haven van Los Cristianos
De haven van Los Cristianos

Los Cristianos is een toeristenplaats zoals je die verwacht op Tenerife. Oudere Engelsen en Duitsers bepalen het straatbeeld. Er is een zandstrand met dikke en witte mensen pal in het centrum van de stad. Het is lekker zonnig weer, maar om nu in korte broek of badpak te lopen vind ik wel erg enthousiast.

De haven van Los Cristianos ligt vlakbij het strand. Een paar keer per dag vertrekken er veerboten, van twee verschillende rederijen. Ik ga met de Benchijigua Express van de firma Fred Olsen. Dat is de “kleinere” boot van de twee, maar toch ook nog groot genoeg om auto’s en massa’s mensen te vervoeren.

De veerboot komt aan
De veerboot komt aan

De overtocht naar La Gomera duurt maar 40 minuten. Je ziet het eiland ook al direct liggen. Er zijn veel toeristen aan boord, zeker honderden. Ik zit vlak naast een Nederlandse groep van SNP wandelreizen. Grappig om die mensen een beetje af te luisteren. Ze zijn helemaal overstuur dat ze bij het aan boord gaan hun paspoort moesten laten zien (de meesten hadden die diep in de koffer gestopt). Het paspoort is hier echter geen grenscontrole: de rederij leest de paspoortgegevens automatisch uit om te zien of je op de passagierslijst staat. Een soort elektronisch ticket dus. Ook krijgen ze het nog lastig met hun reisleidster (“ze heeft deze reis ook nog nooit gedaan”), een druk, springerig en nerveuzig typje.

Deze veerboot vaart ook nog door naar Gran Canaria, vandaar waarschijnlijk dat er zoveel mensen aan boord zijn. Toch stappen er in San Sebastian de La Gomera ook wel een stuk of 100 uit. Zo ongerept is dit eilandje dus ook weer niet. De eerste aanblik is in ieder geval goed: lekker subtropisch, met palmbomen en cactussen op de ruige rotsen.

Eerste zicht op La Gomera
Eerste zicht op La Gomera

Eenmaal aan land op La Gomera ga ik te voet het centrum in. Mijn eerste doel is lunchen, en dan het liefst met verse vis. Voor Spaanse begrippen is het nog een beetje vroeg (kwart over 12), maar ik kan toch al ergens terecht. De serveerster raadt me de verse vis van de dag aan (merluza, “heek” in het Nederlands), met gepofte aardappelen. Ik krijg twee grote vissen met veel knoflook op mijn bord. Simpel maar lekker.

Lunch, met twee vissen
Lunch, met twee vissen

Na mijn kamer in pension Villa Gomera betrokken te hebben, trek ik de wandelsokken en –schoenen aan. Ik heb voor de middag een korte wandeling gepland langs de kust. Het vertrekpunt is hemelsbreed maar 2 kilometer van het centrum, maar als ik de slingerwegen op de kaart zie vrees ik dat de weg een stuk langer is. Ik vraag dus maar een taxi om me naar het beginpunt te brengen.

De taxi blijkt al snel geen overbodige luxe te zijn. We doen er zo’n 20 minuten over, bergop en bergaf. Ik weet de chauffeur duidelijk te maken waar de wandeling begint, en daar zet hij me af en keert om. Ik krijg van hem nog een kaartje met z’n telefoonnumer – hij is zeker bang dat ik op eigen gelegenheid niet meer terug kom. Mijn plan was om terug te lopen naar San Sebastian, maar vanuit de auto gezien is het toch een flink zware afstand.

Aparte boompjes aan het begin van de wandeling
Aparte boompjes aan het begin van de wandeling

De wandeling die ik heb uitgekozen uit de wandelgids is ruim 5 kilometer lang en gaat naar het Klooster / de Kluizenarij van Guadelupe. Er staan nog twee auto’s op het parkeerterrein, maar verder is het een beetje het einde van de wereld. Het voetpad gaat eerst bovenlangs, over een rand langs de kust. Het eerste stuk is prachtig, het is net of je door een botanische tuin wandelt.

Het pad is simpel te volgen en heeft na de eerste klim mooie vergezichten over de zee, op de Teide vulkaan op Tenerife en op het kloostertje natuurlijk. Wel moet je op sommige stukken goed opletten waar je je voeten zet, de ondergrond bestaat uit grote stenen. Ik loop terug via het vlakke pad onderlangs, maar daar is niet veel aan.

Het wandelpad langs de rand
Het wandelpad langs de rand

En ja, dan moet ik dus weer terug naar San Sebastian. Ik besluit maar te beginnen met lopen, en als ik geen zin meer heb een passerende auto om een lift te vragen. Als noodscenario kan ik altijd nog een taxi bellen. De kustweg om de eerste baai is het zwaarst: eerst vrij steil naar beneden, en dan natuurlijk even zo zwaar omhoog. Maar als je eenmaal die hoek om bent, is de weg vlakker en de omgeving meer bewoond. Ik kom zelfs 4 lokale vrouwen tegen, ook allemaal alleen, die deze route bewandelen als lichaamsbeweging.

Gelukkig is het nergens meer zwaar lopen, en ik ben toch weer sneller in de stad dan ik had verwacht. Ik heb er zo’n 1,5 uur over gedaan, een lekker stuk om me een beetje in te lopen voor de langere wandeling van morgen. En verder is het natuurlijk een genot om eind december in temperaturen van een graad of 20 buiten te kunnen lopen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s