Road Trip door Zuid-Alberta

Vanaf mijn overnachtingsplaats Brooks in het midden van de provincie Alberta rijd ik ’s ochtends na het ontbijt zuidwaarts. Het doel voor vandaag is het Writing-on-Stone Provincial Park. Daarvoor moet ik 180 kilometer over de Veterans Memorial Highway rijden. Het is hier zo mogelijk nog stiller dan op de weg gisteren van Calgary naar Dinosaur Park. Het is Labor Day, Dag van de Arbeid, en iedereen heeft vrij.  Ik verplaats me over één lange, vlakke weg met niets dan weilanden en grote boerenbedrijven aan weerszijden.

In die weides zie je af en toe ook ja-knikkers staan. Olie is de belangrijkste inkomstenbron van Alberta, maar wat ik hier langs de kant van de weg zie is allemaal heel kleinschalig. De oliewinning heeft een gunstig effect op de benzineprijzen: ik tank hier voor het eerst, en betaal 85 cent per liter.

Writing1

Oliewinning in het veld

Ik “hoef” pas om twee uur in het park te zijn – voor dat tijdstip heb ik een tour met gids geboekt. Dus ik heb tijd om onderweg nog wat te bekijken. Ik heb me voorbereid voor het plaatsje Stirling: dit hele dorp staat op de Canadese monumentenlijst. Het is het best bewaard gebleven voorbeeld van een Mormoons boerendorp. Ik heb zelfs een wandelroute geprint die me langs de mooiste gebouwen van Stirling voert.

Stirling vinden is niet zo moeilijk, maar een knus historisch dorp is het zeker niet. Het is bijna een surrealistische ervaring: net als in Australië of de Verenigde Staten hebben de plaatsen geen centrum, geen ziel. Een deel van de wegen in Stirling is zelfs nog onverhard, het lijkt wel of de pioniers hier gisteren zijn neergestreken. De wandelroute laat ik snel voor wat het is. Hier in Noord-Amerika loopt niemand op straat, iedereen neemt de auto. Ik rijd dus maar stapvoets twee rondjes langs de route. Er is vrijwel niemand op straat, en ik hoop dat ik geen argwaan wek.

Alleen bij een informatiekiosk stap ik even uit, daar staan informatieborden over de geschiedenis van het dorp. In 1912 is het gesticht door een samenwerkingsverband van de Canadese spoorwegen die het westen van het land wilden ontginnen, en de Mormoonse kerk. Vrome leden van deze kerk werden “geroepen” om zich hier te vestigen. Ze werkten aan de aanleg van de spoorweg en een kanaal. Later kregen ze grond en werden ze boeren. De huidige bewoners van Stirling zijn nog steeds Mormonen, en het meest prominente gebouw waar ik langsrijd is dan ook hun kerk.

Kerkgebouw van de Mormonen oftewel Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen

Kerkgebouw van de Mormonen oftewel Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen

Ik had een uur gepland voor Stirling, maar na een minuut of 10 heb ik alles wel gezien en draai ik weer de snelweg op richting het zuiden. Volgende stop is Milk River, het laatste stadje vóór Writing-on-Stone Provincial Park. In Milk River is een bezoekerscentrum waar niks te zien blijkt te zijn. Wat wel mijn aandacht trekt zijn drie imposante hoge graansilo’s langs de kant van de weg.

Graansilo's in Milk River

Graansilo’s in Milk River

Nog een half uur verder, bijna tegen de grens met de Verenigde Staten aan, ligt het Writing-on-Stone Provincial Park. Het ligt zo afgelegen dat het niet veel bezocht wordt, maar op het parkeerterrein staan toch wel zo’n 20 auto’s. Dit is de laatste dag van de zomervakantie, misschien dat het daardoor komt. Ik ben er al om 12 uur. Er is geen horecavoorziening op het terrein, dus ik lunch uit de voorraad in de kofferbak van mijn auto (brood met honing, bananen). Ik vind een lekker plekje om te picknicken, midden tussen de dichte groep hoodoos.

Het landschap hier lijkt op dat van Dinosaur Provincial Park waar ik gisteren was, maar hier is het droger. De zandsteen is hier nog meer uitgesleten, zodat je een heel bos van hoodoos (zandstenen piramides of ‘paddenstoelen’) krijgt. Eigenlijk vind ik het hier mooier. Je kunt er ook lekker zelf rondlopen, er valt veel te ontdekken.

Writing-on-Stone Provincial Park

Writing-on-Stone Provincial Park

Om twee uur ga ik met 4 anderen met gids Abby op weg voor de tour door het park. Gelukkig zijn er vandaag geen kleine kinderen bij, en mogen we wel de beschermde zone in. Zowel de gids als de chauffeur van de bus zijn van een lokale Blackfoot indianenstam. Het gebied dat we bezoeken was heilig voor hun voorvaderen. Ze gebruikten het voor religieuze rituelen en begrafenissen. Én ze krasten er rotstekeningen in de zandstenen kliffen. Die tekeningen, die tot 5000 jaar terug gaan, zijn het onderwerp van onze tour.

We lopen een stuk langs de rotswand. De gids heeft hier gisteren met een groep nog een ontmoeting met een ratelslang gehad. Die zou ik ook wel eens willen zien, maar het blijft rustig vandaag. Bij de duidelijkste rotstekeningen zijn bankjes geplaatst en vertelt Abby over hun geschiedenis en de betekenis voor de Blackfoot. Erg interessant allemaal, en net als het landschap vind ik ook de tour beter dan die van gisteren. We zien afbeeldingen van bisons, otters, strijders met grote schilden, geesten. Tussendoor staat ook veel historische graffitti – van bezoekers van het eind van de 19e eeuw tot aan de jaren 70, voordat het park goed beschermd werd.

De laatste Blackfoot-rotstekening: een T-Ford (1924)

De laatste Blackfoot-rotstekening: een T-Ford (1924)

Een gedachte over “Road Trip door Zuid-Alberta

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s