Afscheid van de bergen

Mijn terugvlucht vanaf het vliegveld van Barcelona vertrekt pas om 19.55 uur en het is 3,5 uur rijden vanuit de Pyreneeën. Nog genoeg tijd om onderweg wat te bekijken dus. Ik wilde eigenlijk uitslapen, maar heb het einde van de voetbalwedstrijd van Oranje op zaterdagavond niet afgewacht: hij werd niet uitgezonden op de Spaanse TV. Na een goede nachtrust werd ik gewekt door de stralende zon, en stond ik toch al weer op tijd naast mijn bed.

Omdat het zo mooi is, nog maar een plaatje van een berg in de Pyreneeën

Omdat het zo mooi is, nog maar een plaatje van een berg in de Pyreneeën

De eerste tussenstop van vandaag is een ander deel van het Ordesa Nationaal Park. Het ligt op zo’n 40 minuten rijden. Je komt er via een binnenweg vol haarspeldbochten en weinig richtingborden. Mijn doel is de kluizenaarsgrot van San Úrbez. Met wat doorzettingsvermogen weet ik het te vinden. Vanaf mijn parkeerplekje is het nog een kwartier naar beneden lopen. Onderaan blijkt nog een parkeerplaats te zijn, maar daar kun je van de kant vanwaar ik kwam niet bijkomen. Gelukkig is het heerlijk weer en de omgeving mooi. Je ziet hier opvallend veel kleurige vlinders.

Vanaf de parkeerplaats is een wandelroute van ongeveer een uur uitgezet door de Añisco kloof. De bergen zijn hier uitgesleten door het water van twee rivieren, die hier samenstromen. Hoewel de rotsen dezelfde roodbruine kleur hebben als die ik gisteren zag, is de omgeving verder toch net iets anders.

Eén van de twee rivieren in de vallei

Eén van de twee rivieren in de vallei

De heilige Úrbez streek hier in de 8e eeuw in een grot neer, en leefde als kluizenaar. Na zijn dood heeft deze locatie de status van pelgrimsplaats gekregen. Om de grot is een stenen muurtje gemetseld. Via een trap kun je naar boven. De ijzeren poort tot het heiligste is echter gesloten. Wat er achter ligt ziet er rommelig uit.

In de buurt van deze grot moeten ook prehistorische rotstekeningen zijn. Ik vind echter geen spoor. Hoewel de wandelroute is gelardeerd met informatieborden over het landschap en het verhaal van San Úrbez, is er niets aangegeven over deze oude tekeningen. Zoeken op de rotsachtige bergwanden heeft ook geen zin. Ik heb ooit al geleerd bij deze Mediterrane rotskunst dat het wel uitgelegd moet worden voordat je weet waar je moet kijken.

Kluizenaarsgrot

Kluizenaarsgrot

Op de terugweg naar de parkeerplaats komt nog een grote verrassing voorbij vliegen: door de kloof suist een enorme roofvogel. Meteen ben ik ervan overtuigd dat dit een lammergier moet zijn, de soort die hier in de Pyreneeën als een van de laatste plekken in Europa zijn thuis heeft. Hij verschilt van andere gieren door zijn spanbreedte tot 2,80 meter en zijn witte gevederde kop. De teleurstelling van het missen van de rotstekeningen is meteen weer voorbij. Wat een prachtomgeving!

Als ik met de auto verder rijd, kom ik een paar kilometer verderop boven een bergpas een hele groep cirkelende gieren tegen. Welke soort dit precies is, kan ik niet zeggen. Wat nazoekwerk op internet achteraf doet vermoeden dat dit vale gieren waren, door dat cirkelgedrag. Hoe dan ook, het zijn nog steeds imposante grote beesten die ik niet graag op me af zie komen.

Gier

Vale(?) Gier

Mijn tweede tussenstop van vandaag heb ik ingepland in Lleida. Dit is een Catalaanse provinciestad met zo’n 130.000 inwoners. De bedoeling is om het oude centrum te bekijken en uitgebreid te gaan lunchen. Ik ben echter zo lang in de Añisco kloof en omgeving gebleven, dat ik wel op de tijd moet gaan letten. Voor het eten moet je hier ook minstens een uur uittrekken.

Lleida heeft een moderne “benedenstad” en een historische bovenstad. Ik parkeer beneden, en hoop dan via een lift of zo naar boven te kunnen. De roltrap die ik tegenkom blijkt niet te werken, en het is ook een veel te groot hoogteverschil om lopend te overbruggen. Ik beperk me daarom maar tot een klein rondje door de benedenstad, waar een enkel historisch gebouw wordt omringd door veel winkels. Het maakt allemaal een wat armoedige indruk.

Uitgestorven Lleida

Uitgestorven Lleida

Langs de grote doorgaande weg waar ik ook mijn auto in een ondergrondse garage heb geparkeerd, stuit ik toch op een aantrekkelijk restaurantje. Het dagmenu kost hier 15 EUR, dat betekent dat het in ieder geval een pretentie van kwaliteit heeft. Meestal betaal je zo’n 12 EUR voor een standaard 3-gangen menu in dit deel van Spanje. Je ziet zelfs menu’s voor 9 EUR, maar dan krijg je niet veel meer dan goedkope ingrediënten als een gebakken ei of een worstje. De Spaanse keuken is niet altijd om over naar huis te schrijven: het is regelmatig veel, vet en zout.

Met dit Delilleida heb ik toch toevallig een goede vondst gedaan. Er zitten al een paar Spaanse families te eten. Ik kies voor de 3 gangen: paëlla, gegrild lamsvlees en ijs toe. Bij de familie aan het tafeltje naast mij worden borden vol slakken geserveerd. Dat is de regionale specialiteit hier, ik had het ook wel eens willen proberen maar zag het niet staan op de in het Catalaans en Spaans gestelde menukaart. Maar mijn keuze smaakt me ook prima. Je kunt in de open keuken de kok aan het werk zien, alles wordt vers gemaakt dus dat wekt vertrouwen. Al met al een passende afsluiting van deze korte reis.

Verse paëlla als afsluiting van de reis

Verse paëlla als afsluiting van de reis

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s