Dazaifu, de oude hoofdstad van Kyushu

Op de boot terug van Yakushima naar Kyushu zag ik de weersvoorspelling voor de volgende dag: een parapluutje met regendruppels. Niet echt het ideale weer dus om zoals gepland de vulkaan Mount Aso te gaan bekijken. Toen ik nog even op internet checkte wat ik zou missen, zag ik ook nog eens dat de toegang tot de kraterrand op het moment is afgesloten vanwege de uitstoot van giftige gassen.

Een alternatief vond ik al gauw in Dazaifu: het plaatsje in de buurt van de grote stad Fukuoka huisvest het Kyushu Nationaal Museum. Plus meerdere grote tempels. Het is tussen de 7e en 12e eeuw 500 jaar lang de hoofdstad geweest van dit Japanse hoofdeiland.

Op het station van de Nishitetsu-lijn

Dazaifu ligt aan een particuliere spoorlijn, de Nishutetsu-lijn. Het ritje van 5 minuten kost 1,50 EUR. Het is duidelijk een populaire bestemming: de trein zit vol met voornamelijk vrouwen op pad voor een dagje-uit. Ook in de hoofdstraat, een aaneenschakeling van souvenirwinkels en bakkerijen, is het flink druk. De bakkerijen verkopen de lokale specialiteit: pruimencake.

Het regent zachtjes en ik besluit eerst naar het museum te gaan. Dit ligt aan het eind van het plaatsje, tegen een bergwand aan. Het Kyushu Nationaal Museum is één van de vier nationale musea in Japan. Het is pas in 2005 gebouwd, en zit dan ook in een futuristisch pand dat van buiten op een groot aquarium lijkt. Ook hier zijn volop bezoekers, het parkeerterrein staat vol met bussen en auto’s.

Voor 13 EUR koop ik een kaartje voor de vaste collectie en de tijdelijke tentoonstelling. De vaste collectie is te zien op de vierde etage van dit immense gebouw. De collectie is gewijd aan de Aziatische geschiedenis, en dan vooral de uitwisseling tussen het Japanse eiland Kyushu en omliggende landen zoals Korea en China. Die uitwisseling blijkt anno 2012 een geheel nieuwe dimensie te hebben gekregen: er zijn heel veel Chinese toeristen. Zo luidruchtig dat je zeker weet dat het Chinezen zijn. Gelukkig is er ook veel moois te zien, allemaal supermodern ingericht natuurlijk. Ik heb een hele tijd staan kijken in de zaal met drums en gongs, waar ook een film op de muur wordt vertoond over Aziatische festivals waar die instrumenten gebruikt worden.

Een verdieping lager is een tijdelijke tentoonstelling te zien van het werk van Ikuo Hirayama. Hiervoor blijken de meeste Japanse bezoekers te zijn gekomen. Hirayama was een 20e eeuwse traditionele Japanse schilder, die over de wereld reisde en dromerige schilderijen maakte van ruïnes en woestijnlandschappen. De tentoonstelling toont afwisselend zijn schilderijen en door hem verzamelde objecten uit de landen die hij bezocht. Hij zette zich ook in voor het behoud van het culturele erfgoed, o.a. voor de Bamiyan Buddha’s in Afghanistan. Er komen in de tentoonstelling heel wat werelderfgoederen voorbij, van the Mogao-grotten in China tot aan Angkor (Cambodja) en Palmyra (Syrië).

Afbeeldingen van het werk van Ikuo Hirayama

Na een noedelsoep als lunch ga ik door richting de tempels. Het grootste complex is dat van het Tenmangu-schrijn. Het bestaat uit vijvers, bruggetjes, poorten en verschillende gebouwen. Dit is één van de drie belangrijkste Tenmangu-schrijnen in Japan – ze zijn gewijd aan de geleerde Sugawara Michizane. Het was op deze plek dat hij in 903 als balling overleed.

Zoals zoveel Shinto-heiligdommen is dit een bont en druk spektakel. De Chinese toeristen raken ook helemaal enthousiast. Japanners komen hier om te bidden voor examens en goede schoolprestaties. Je kunt er honderden soorten geluksbrengers kopen. Op papiertjes of houten bordjes kun je een wens schrijven en die aan de daarvoor bestemde rekken ophangen.

Symboliek speelt een belangrijke rol op het binnenterrein. Zo staat er de legendarische pruimenboom, die van Kyoto naar Dazaifu vloog toen de geleerde hierheen werd verbannen. Vandaar dus ook al die pruimecakejes in de winkelstraten. En zijn er tientallen beelden en beeldjes van ossen te vinden – Dazaifu is de plaats waar de os die de kar trok met de grafkist van de geleerde niet meer verder wilde lopen, en zo werd dit zijn eindstation.

Shinto-priester aan het werk

Maar zo’n 200 meter verderop kom je in een heel andere wereld. De Komyonzenji is een tempel van het Zen Boeddhisme. Zowel voor als achter heeft het een echte Zen-tuin. Die achter is een mostuin.

Aan de achterkant van het gebouw kun je vanaf een soort veranda de details op je in laten werken. En vooral genieten van de stilte – de groepen komen hier klaarblijkelijk niet. Er zijn maar 4 andere mensen die met mij in alle rust vanaf de houten vloer van de veranda de tuin in kijken. Helaas vliegt er elke 5 minuten of zo een vliegtuig over op weg naar het grote internationale vliegveld van Fukuoka. Maar daar hadden ze nog geen weet van toen de tempel eind 12e eeuw werd gesticht.

Eindelijk stilte – de Zen-tuin

De derde grote en oude tempel van Dazaifu ligt twee kilometer verderop. Ik loop ernaartoe, en verruil al snel de winkelstraten voor een wijk waar het me plezierig wonen lijkt. Behalve een enkele lokale bewoner met boodschappen in de hand of op de fiets kom ik geen mens meer tegen. Het is een lekkere wandeling, ondanks dat het nog wat druilerig weer is en mijn bovenbenen nog pijn doen van het lopen op Yakushima.

De Kanzeonji-tempel dateert uit de 8e eeuw en was in haar hoogtijdagen de belangrijkste tempel van Dazaifu. Ondanks de korte voorbereidingstijd die ik had, is me nog bijgebleven dat er iets moois te zien zou zijn in een raar bijgebouw. Dat gebouw is makkelijk te vinden, het lijkt wel een betonnen voorraadschuur op poten. Tussen die poten is een kantoortje, waar een vrouw de entreekaartjes tot de Schatkamer verkoopt. En schatten zijn het zeker, je moet er zelfs je schoenen voor uittrekken. Op de eerste verdieping staat een verzameling metershoge houten boeddhabeelden, de grootste meer dan 5 meter hoog. Geweldig!

De overige tempelgebouwen op het terrein zijn afgesloten. Het is er ook erg stil.

De laatste grote tempel van de dag

Via twee lokale treinen (2x 5 minuten), de shinkansen (30 minuten) én de slome tram van Kumamoto (25 minuten) kom ik om kwart over 6 weer “thuis” in Kumamoto. Het is een lange maar erg mooie dag geweest.

In de buurt van mijn hotel zoek ik meteen een restaurant op. En vind iets naar mijn smaak op een bovenetage waar je eet in afzonderlijke houten privé-cabines. Als je iets wilt, druk je op een knop en komt er bediening. In mijn geval een meisje dat hardnekkig en veel Japans tegen me blijft praten. Gelukkig word ik gered door een mannelijke collega die wel wat Engels spreekt en zelfs een Engelstalige menukaart tevooorschijn tovert. Naast een assortiment gegrilde spiesjes (Yakitori) en gegrilde vis probeer ik de lokale delicatesse van Kumamoto uit: rauw paardenvlees. Een beetje taai, maar best lekker.

Speciaal voor de meelezende sushi-liefhebbers: sushi met rauw paardenvlees

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s