Langs de Seine van oost naar west

Hoewel ik al ruim 20 jaar heel wat afreis, is dit pas mijn tweede bezoek aan Parijs. De eerste keer was 10 jaar geleden, toen ik op een koude zaterdag in februari spontaan besloot in de trein te stappen. Dat werd een heel kort bezoek, want ik ging ’s avonds weer terug naar huis. Ik heb toen wel wat sfeer kunnen snuiven en in de bittere kou een boottocht over de Seine gemaakt. Vanaf het water zie je trouwens al heel veel van de stad.

Dit keer heb ik nog ruim een halve dag voordat ik om 14.25 de Thalys terugneem richting Rotterdam. Gelukkig is het stralend weer deze Koniginnedag, veel beter dan de afgelopen twee dagen. Ik heb me voorgenomen Parijs bovengronds en te voet te gaan bekijken. De metro is weliswaar heel handig, maar je ziet niets van de stad. Ik heb zelf een wandeling op mijn kaart getekend, langs 10 bezienswaardigheden die verspreid liggen over de oevers van de Seine. Niet geheel toevallig het gebied dat het Parijse werelderfgoed omvat, van de Pont de Sully in het oosten tot en met de Eiffeltoren in het westen.

Metrostation Jussieu

Om negen uur steek ik voor het eerst mijn hoofd boven de grond uit. Ik verlaat metrostation Jussieu, en loop over de Pont de Sully naar het Ile St. Louis. Dit is één van de twee grotere eilanden in het midden van de Seine. Het is er rustig op straat. Tussen de woningen staan klassieke hotels en een enkele galerie of luxe bakker. Ik heb dit weekend al meermaals verlekkerd naar de kleurige macarons staan kijken, maar ik neem niks hoor.

Weer een brug verbindt het Ile St. Louis met het Ile de la Cité. De grote kathedraal Notre Dame domineert dit eiland. Ik kom er van de achterkant aanlopen. Vanuit een parkje kun je mooie plaatjes schieten van de druk-gothische achterzijde van de kathedraal. Heel anders dan de twee elegante, strakke torens aan de voorkant. Aan die voorkant zie ik ook weer de eerste lange rijen van vandaag: nu om de Notre Dame binnen te mogen. Er staan opvallend veel Chinezen in de rij. Ik kan ze een beetje verstaan, dus voor mij is het gemakkelijk ze te onderscheiden van de ook alom in Parijs aanwezige Japanners. Voor wie geen Chinees verstaat: Japanners zijn meestal kleiner, beter gekleed en minder brutaal dan Chinese groepstoeristen.

Voor mijn volgende bezienswaardigheid moet ik iets van de koers langs de Seine af. De Tour St. Jacques of Sint-Jacobstoren ligt verder “landinwaarts”. Je ziet hem trouwens al van heel ver.

Tour St. Jacques

Dit is het beginpunt van de Franse route naar Santiago de Compostela. Samen met 77 andere gebouwen en objecten zoals bruggen vormt het een werelderfgoed op zich – eentje waar de werelderfgoedgemeenschap graag lacherig over doet. We kunnen maar niet bevatten waarom dit een separate nominatie is geworden: er is ook een Spaanse route naar Santiago de Compostela, waarom sluiten de Fransen daar niet bij aan? En alsof dat nog niet genoeg is staan 7 van de 78 bouwwerken ook nog eens op eigen kracht en dus dubbel op de lijst, zoals de kathedralen van Amiens en Bourges. Om het nog wat ingewikkelder te maken: de Tour St. Jaques hier in Parijs maakt geen deel uit van het Parijse werelderfgoed langs de Seine.

De toren ligt er schoongewassen of gezandstraald bij. Er is rondom een parkje aangelegd met bankjes. Ik had wel pelgrimsactiviteit verwacht hier, maar verder dan een handjevol toeristen en een zwerver die op een bankje ligt te slapen kom ik niet. Je kunt de toren ook niet in, er staat een hek omheen dat afgesloten is.

Ik loop dus weer verder, ben zo’n anderhalf uur onderweg nu. Ik heb een flinke afstand te overbruggen voor ik bij het Place de la Concorde ben. Maar dit is misschien wel het mooiste gedeelte van de stad. Of je nu links of rechts kijkt, overal is wel iets moois of verrassends te zien. Het 19e eeuwse warenhuis La Samaritaine bijvoorbeeld, in Art Deco-stijl. Een sfinx die water spuugt. Meer dan levensgrote ruiterstandbeelden. La Collonade, de strakke rij pijlers die de ingang tot het Louvre vormt. En de binnenplaats van het oude Louvre zelf, met geweldige classicistische beeldhouwkunst.

Klassieke facade van het oude Louvre

Voor het Louvre-museum heb ik nu geen tijd. Dat bewaar ik voor een volgend bezoek aan Parijs, dat er zeker komt. Hier staat ook weer een fikse rij voor de ingang via de glazen piramide van I.M. Pei.

Even verderop sta ik bij het drukke verkeersknooppunt Place de la Concorde. Hier staat de Egyptische obelisk, en je kunt de Champs Elysees afkijken tot aan de Arc de Triomphe.

Het laatste deel van mijn wandeling loopt weer parallel aan de Seine. Ik zie nog meer paleizen die omgevormd zijn tot musea: het Petit Palais en Grand Palais bijvoorbeeld. Van de laatste vang ik via een openstaande zijdeur een glimp op van het interieur. Ik geloof dat ik hier ook nog een keer in moet: een enorme, hoge tentoonstellingshal gemaakt van glas, ijzer en staal.

En tot slot is er dan de Eiffeltoren. Ik zag hem zaterdag al vanuit de metro die er in de buurt een stukje bovengronds rijdt. Het ding is zo verbazingwekkend groot. Het blijft ook je aandacht maar trekken. En ik blijf maar foto’s maken. Na 3,5 uur eindigt hier ook mijn wandeling langs de Seine, onder het geraamte van de toren.

101 foto's van de Eiffeltoren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s