Tussen de Cubanen in Matanzas

Het heeft me bijna twee weken gekost, maar op het allerlaatste moment is het me toch nog gelukt de toeristenmassa achter me te laten. En gewoon tussen de Cubanen te verkeren – in dezelfde restaurants te eten, in dezelfde trein te zitten. Matanzas stond niet in mijn vooraf bedachte route. Maar ik deed mijn rondje over het eiland wat sneller dan gepland, en had aan het eind nog twee dagen over.

De havenstad Matanzas ligt aan de noordkust van Cuba, tussen Havana en de toeristenstranden van Varadero. Er zijn niet minder dan 17 bruggen, over de 3 rivieren die de stad doorkruisen. Van dat alles merk ik nog niks als ik op het bus- annex treinstation van Matanzas gedropt word. Ik had geluk dat de buschauffeur aankondigde na Varadero met dezelfde bus door te gaan richting Havana, en onderweg mensen af wilde zetten op het vliegveld of in Matanzas.

Na mijn rugzak naar de Casa te hebben gebracht, ga ik op zoek naar een plek om te lunchen. Al meteen word mijn aandacht getrokken door een groot, open gebouw. Het is bar/restaurant La Vigia. Het zit bijna helemaal vol, binnen en buiten op het terras, met gasten aan grote houten tafels. Het interieur lijkt volgens de Lonely Planet reisgids op een “Weens koffiehuis”. Beetje jammer dan dat ze eigenlijk alleen maar hamburgers en drank verkopen. Ik vraag maar of ze ook de Cubaanse favoriet “sandwich met ham en kaas” hebben. Uiteraard. Ik krijg het tussen getoaste hamburgerbroodjes. Wat maakt het uit, het is een geweldige locatie om te zitten. Er zitten alleen Cubanen, de meesten alleen wat te drinken.

Binnen bij La Vigia

Daarna loop ik een stukje door, mijn eerste brug over. Dan kom je in Versalles – genoemd naar dat in Frankrijk maar een stukje minder chique. Het is een volkswijk met kleinere huizen en eenvoudige winkels. Het heeft een eigen station, en dat is de plek waarvandaan drie keer per dag de elektrische Hershey-trein vertrekt.

Dat “vertrekken” moet je hier in Cuba altijd wel vooraf controleren. Dus ik loop het uitgestorven stationnetje binnen. Op het grote bord in de hal staan met de hand geschreven de aankomst en vertrektijden van de dagelijkse treinen naar de wijk Casa Blanca in Havana. Dat ziet er alvast goed uit. En ook een man die daar lijkt te werken bevestigt dat de treinen gewoon rijden. Dat wordt dan een mooie slome afsluiting van mijn laatste dag in Cuba morgen: in 4 uur de laatste 100 kilometer naar Havana afleggen.

Later op de middag loop ik naar het centrale plein van de stad. Daar ligt dé bezienswaardigheid van Matanzas: het apotheekmuseum. Het is een prachtig onderhouden Franse apotheek uit 1882. Het staat vol met mysterieuze flesjes, potten, vazen, pillen en zo meer. Er is zowaar ook een groep Canadese toeristen neergestreken.

De oude Franse apotheek

De volgende dag slenter ik om 10 uur op mijn gemak weer naar Versalles. De trein vertrekt om 11.30 uur, en je kunt vanaf 10.30 uur kaartjes kopen. Er zitten al een paar mensen te wachten. De kaartjesverkoopster zit er ook al helemaal klaar voor, maar haalt pas om klokslag half 12 het bordje “Cerrado” (gesloten) weg. Ik ben de eerste die een ticket bemachtigd, voor 2,80 CUC (2,30 EUR). De lokale bewoners betalen hetzelfde bedrag in Moneda Nacional, dat is 1/25e van dat bedrag.

Tegen de vertrektijd is de trein vrijwel vol. Naast mij zijn er nog 5 andere westerse toeristen komen opdagen. We zitten op lage, houten banken. Van buiten ziet de trein er wel aardig uit, van binnen is-ie vrij aftands. De ramen staan gelukkig open zodat je veel van de omgeving ziet (ze zijn te smerig om doorheen te kunnen kijken). Het landschap is ongeveer hetzelfde als tijdens de stoomtreinrit nabij Trinidad: veel bananenbomen, en de typisch Cubaanse hoge koningspalmen met hun kale stam.

De trein stopt onderweg bij elke halte. Er zijn niet eens dorpjes, het zijn een soort bushaltes midden tussen de velden. Dat gebeurt zeker een keer of 30. En twee keer krijgen we een ongeplande stop. Dan moet het personeel met hamer het dak van de trein op om de stroomafnemer bovenop weer zo in model te timmeren dat het contact blijft maken met de bovenleiding.

De trein sukkelt voort. Wat leven in de tent komt er als er een groep jongens instapt met zelfgemaakte vogelkooien. Ze zijn heel kunstig gemaakt van riet en hout, sommige bestaan zelfs uit twee verdiepingen. En ook 1 of 2 vast lokaal gevangen vogeltjes. Geen idee wat ze er mee gaan doen. Bij de volgende haltes stappen nog meer met vogelkooien bepakte jongens in. Ze worden door de conducteur naar het achterste treinstel gebonjourd, waar ik ook zit. Zij moeten maar gaan staan of op de grond zitten. Op het station van Matanzas stond een bordje dat je geen levende dieren mee de trein in mag nemen. Maar achter mij liggen ook nog twee aan hun poten vastgebonden schapen. En ook de grote witte zak onder de bank schuin naast me beweegt uit zichzelf.

Na een uurtje verdwijnen de jongens en hun kooien weer uit de trein. Ze stappen ergens in de wildernis uit, op verschillende stationnetjes.

Na 4,5 uur komen we aan op het eindstation, dat van Casa Blanca. Geen idee waar we precies zijn, maar er is een veerpont naast het station. Daarmee steek je over naar het centrum van Havana, dat je met zijn hoge gebouwen zoals het Capitool vanaf hier al kunt zien liggen. Aan boord van de pont bewonder ik samen met de andere passagiers nog een grote bolle vis met stekels die iemand heeft gevangen. Dan is het tijd voor een laatste sandwich en een taxi naar het vliegveld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s