Socialisme en sigaren in Santa Clara

Ik kom ’s avonds tegen zessen met de bus aan in Santa Clara. Vanuit Camagüey was er al weer een nieuwe Casa-eigenaar op mijn spoor gezet. Dus stond er ook nu een taxichauffeur met mijn naam op een bordje bij de uitgang te wachten. Ik wordt afgezet bij een statig oud huis in het centrum. Het blijkt van Nelson Ramos te zijn, een oudere man. Het is de broer van de Casa-eigenaar waar ik het adres van had, maar die zat blijkbaar vol. Ik kan meteen bij een jong Engels stel aan de salontafel aanschuiven voor de formaliteiten. De Casa’s houden zich altijd strak aan de administratie, er is een groot blauw boek waar de paspoortgegevens ingevuld moeten worden en waar je je handtekening in moet zetten.

Nelson kletst aardig in het Engels. Omdat het al laat op de dag is, maak ik het me makkelijk en blijf net als de Engelsen ook bij hem eten. We kunnen kiezen uit de standaarddingen kip/vis/garnalen/kreeft. We gaan allemaal voor de kip. Twee uur later staan 3 halve kippen op tafel, plus bijgerechten als gebakken zoete aardappel en avocado uit eigen tuin. Het wordt een gezellige maaltijd samen met de Engelsen. Ze trekken ook op de bonnefooi door Cuba, maar zijn heel slecht in plannen. Het is ze dus ook nog geen enkele keer gelukt een bus te nemen – die moet je meestal wel 2 dagen vantevoren reserveren.

De volgende ochtend haalt broer Luis me op, en brengt me naar zijn huis voor de tweede nacht. Dat ligt in de hoofdstraat Calle Colón, handig om meteen wat praktische dingen te regelen. Bij het reisburo Cubanacan word ik heel vriendelijk ontvangen. Het meisje achter de balie is helemaal blij dat iemand uit Nederland zo goed Spaans kan. Ze helpt me snel aan een buskaartje van Viazul voor morgen, én aan een entreebewijs voor de tabaksfabriek van Santa Clara die ik later vandaag wil bezoeken.

Met alles geregeld ga ik op zoek naar de revolutionaire monumenten waar Santa Clara bekend om staat. Ik vind het een prettige, levendige stad. Het is ook een studentenstad: hier staat de op 1 na grootste universiteit van het land. Net als elders is er ook hier weer een groot centraal plein met belangrijke gebouwen eromheen, en veel bankjes om op uit te rusten. In de straten rijden koetsjes als openbaar vervoer voor de korte afstanden.

Maar ik ga weer lopen. Eerst maar eens naar de muurschilderingen. Het is een lange muur waarop cartoonisten anti-Amerikaanse prenten hebben geschilderd. Tot nu toe de enige plek in Cuba waar ik het anti-Amerikanisme heel sterk gezien heb, alhoewel je in Havana ook zoiets schijnt te hebben (er zijn ook wat cartoons over G.W. Bush in het Nationaal Museum). Deze hier in Santa Clara gaan vooral over Amerika als agressor in de wereld, niet specifiek over de relatie met Cuba. Boeiend om dat zo maar ergens midden in een straat te zien.

Niet ver daarvandaan ligt het mausoleum van Che Guevara. Zijn resten zijn nog niet zo heel lang geleden van Bolivia naar hier overgebracht, in 1997. Er is nu iets buiten het centrum van Santa Clara een enorm mausoleum voor gebouwd. Op het dak staat een metershoog standbeeld van de man, en er zijn reliefs over de socialistische strijd. Er voor ligt een mooi immens kaal communistisch plein.

Onder het dak liggen de overblijfselen van Che en 16 andere omgekomen strijders begraven. Je mag er gratis naar binnen, maar dan wel zonder camera. Die kun je in bewaring geven bij een garderobe. En dan is het een kwestie van in de rij staan voordat je aan de beurt bent om naar binnen te gaan. Net als bij Ho Chi Minh in Vietnam, waar ik een jaartje geleden was. Het duurt nog best lang want het is het eind van de ochtend en er zijn veel mensen die naar binnen willen. In tegenstelling tot bij Ho zijn het hier alleen toeristen, ik zie er geen Cubaan tussen staan.

Bovenaan de trap wordt ieders nationaliteit gevraagd. Ik blijk al de zevende Nederlander van de dag te zijn. De mevrouw heeft een voorgedrukte lijst met alle landen van de wereld waarop ze streepjes zet. Ze wordt helemaal blij als er na mij zich twee Oostenrijkers bekend maken. Die had ze nog niet.

We schuifelen in een groepje van 15 het mausoleum binnen. De 17 kisten zijn in de muren gemetseld, je ziet dus alleen de smalle kant. De kist van Che is niet anders dan die van de anderen. Alleen staat er een spotje op dat de vorm van een vijfvormige ster (zoals in de vlag van Cuba) uitlicht. De andere helft van het ondergrondse deel is een museumpje over leven en werk van Che Guevara. Veel oude foto’s, kleren, spullen van de man, van kind af aan.

Hierna loop ik verder naar de andere kant van het centrum. Hier staat een historisch Che-monument: in 1959 saboteerde hij samen met andere rebellen een trein van het Cubaanse leger. Ze gebruikten zelfgemaakte molotov-cocktails en een bulldozer. Het staat er nog allemaal (niet origineel geloof ik): een ontspoorde trein en een bulldozer, waarbij de treinstellen van binnen omgetoverd zijn in een revolutionair museumpje.

Het is inmiddels half twee, hoogste tijd om naar de tabaksfabriek te gaan die maar van 1 tot 3 open is. Ik krijg er een rondleiding in het Engels samen met twee Zweden. Ook hier mag je binnen geen foto’s maken – de mensen zijn gewoon aan het werk. In deze fabriek blijken 300 man/vrouw te werken. Ze werken de ene week 5 dagen en de andere week 6 dagen, 8 uur per dag.

In de eerste hal waar we komen zitten de tabaksrollers in rijen naast elkaar. Ieder doet hier het hele proces, van het dichtrollen van de verschillende kwaliteit bladeren tot en met het in de houten pers stoppen en afknippen van de sigaar. Ze maken verschillende merken sigaren, allemaal voor de export. Het ziet er wel gezellig en informeel uit, sommigen hebben foto’s op hun werkplek geplakt. Achterin deze ruimte zit de kwaliteitscontrole. Daar meten ze lengte, gewicht en dichtheid van elke individuele sigaar.

In een andere hal worden de sigaren gesorteerd. Dat doen ze op kleur. De smaak is wel hetzelfde, maar in een doosje doen ze alleen sigaren met dezelfde tint bruin. Tot slot zit er een vrouw setje van 10 of 20 te maken van die gesorteerde sigaren, die ze geeft aan haar buurman die ze in een doosje stopt. Romeo & Julieta maken ze vandaag.

Heel leuk om dit allemaal eens te zien. Het ziet er ook wel uit als een gezellige, rommelige boel: er lag ook nog ergens een kind op een sorteertafel te slapen. Aan de overkant van de straat ligt de fabriekswinkel, waar je de officiële sigaren kunt kopen. Ik neem een mooi doosje van 5 mee voor mijn vader. De verkoopster wil ze wel even showen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s