Museum Boymans van Beuningen

Geïnspireerd door mijn cursus Kunstgeschiedenis bedacht ik om vandaag eens wat hoogtepunten uit de kunst te gaan kijken in Rotterdam. Ik was al heel lang niet meer in deze stad geweest, maar nog steeds maakt het een troosteloze indruk als je op het Centraal Station aankomt. Onderweg door de lichte regen sjouwend loop je dan ook nog eens langs de opvang van de Pauluskerk, waar de verslaafden in de deuropening hangen. Het is niet een stad waar ik ooit van denk te gaan houden.

Gelukkig kom je na een kwartier rechtdoor stappen vanzelf bij het Museumpark. Ik ging naar het Boymans van Beuningen voor “De Collectie Verrijkt”. Dit is een tentoonstelling van Europese schilderkunst tussen 1350 en 1945. Ze bestaat vooral uit stukken uit de eigen grote collectie van het museum, voor de gelegenheid aangevuld met wat werken uit Antwerpen en Amsterdam die “het verhaal” compleet moeten maken. Want een verhaal is het – je loopt chronologisch en naar school de Europese kunstgeschiedenis door met werken van alle bekende oude en nieuwere meesters.

Gerard Dou, De Kwakzalver

Na de in stukken gesneden Italiaanse altaarstukken gaan de zalen met de Nederlands/Vlaamse schilderkunst van start met o.a. De Marskramer van Jheronimus Bosch en de (kleine) Toren van Babel van Pieter Bruegel. Dat zijn beroemde schilderijen uiteraard, maar ze springen er toch uit door hun bijzondere thema’s en aantrekkingskracht. Ik houd wel van die stukken waar je met je neus op moet staan om de al dan niet realistische en soms grappige details uit te lezen. De Kwakzalver van Gerard Dou is er ook zo één.

Het mag dan een soort Top 2000 van de schilderkunst zijn, mijn concrete interesse ging uit naar de werken uit “101 Hoogtepunten uit de Westerse Kunst”. Maar liefst vier ervan hangen/staan in dit museum. Het Landschap met korenveld van Jacob van Ruisdael is een Hollands zeegezicht dat een beetje in het niet blijkt te vallen bij de andere landschappen met boze wolken en scheepjes in dezelfde ruimte.

Precies het tegenovergestelde gevoel krijg ik bij Lyrisch van Kandinsky: een op papier simpel lijkend werk van enkele strepen toont prominent in een zaal zijn krachtige dynamiek.

Wassily Kandinsky, Lyrisch

De tentoonstelling gaat dan verder de 20e eeuw in met het expressionisme, kubisme en surrealisme, met werken van de hand van Toorop, Magritte, Dali. Het is vrij druk in de zalen, met vooral buitenlandse toeristen. Duidelijk is dat dit ook internationaal een bijzondere “van alles wat”-collectie is.

Na het bekijken van deze tentoonstelling dwaal ik nog wat door de rest van het gebouw. “Dwalen” is hier het juiste woord want helemaal logisch zit het niet in elkaar. Hoogtepunt nummer 3 (Grond van Joseph Beuys) weet ik helemaal nergens te ontdekken – misschien dat die verzameling houten planken even voor een tijdje op zolder is opgeslagen. Gelukkig heb ik onthouden dat De Schroefboog van Claes Oldenburg opgesteld staat bij de vijver in de tuin bij het museum. Daar maak ik tot slot in de regen nog maar even een obligate foto van. Het verhaal achter de boog (ooit bedoeld als ontwerp voor een gigantische brug) is interessanter dan het ding zelf.

Claes Oldenburg, Schroefboog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s