Tongeren

Er zijn aanleidingen genoeg om vandaag eens af te reizen naar het Belgische Tongeren:

  • het is de laatste dag van mijn “vakantie” van 5,5 maand – maandag moet ik weer aan het werk
  • de weersvoorspellingen voor het weekend zijn onheilspellend, maar deze vrijdag is er nog wel wat zon
  • het Gallo-Romeins museum in Tongeren is dit jaar uitgeroepen tot het Europees Museum van het Jaar
  • Tongeren is er één in een reeks van Vlaamse stadjes die twee werelderfgoederen binnen de stadsgrenzen hebben: zowel een Belfort als een Begijnhof
  • en mijn nieuwe auto moet nodig worden ingereden…

Gewekt door de zon stap ik om kwart over zeven in de auto. De heenrit rijd ik via Eindhoven en Maastricht. Ondanks dat het vrijdag is, is het met name bij Den Bosch en Maastricht toch nog zo druk dat er korte files staan. Met het testen van de topsnelheid van de auto wordt het niks vandaag…
Na 2,5 uur levert de TomTom me keurig af in het centrum van Tongeren, een plaatsje van 30.000 inwoners in Belgisch Limburg. Het ligt net over de grens bij Maastricht.

Belfort van Tongeren

Belfort van Tongeren

De eerste indruk van het centrum van Tongeren valt niet bepaald mee: de belangrijkste winkelstraat zit vol met goedkope Nederlandse winkelketens, van de Zeeman tot het Kruidvat. Ik loop door tot aan de grote kerk, waar het Belfort aan gekoppeld is. Een Belfort was een toren die in de middeleeuwen als burgerlijk symbool van de stad gold. Het was ook de voorloper van het stadhuis. Een groep van 56 Belforten in België en Frankrijk staat op de Werelderfgoedlijst. Dit bezoek levert me echter geen nieuw vinkje op: ik heb de afgelopen jaren ook al Belforten bezocht in Lier, Leuven en Amiens. Er is net een begrafenisceremonie aan de gang in de kerk, dus ik kan niet naar binnen. Maar erg veel te zien is er toch al niet. Rondlopen en foto’s maken in de buurt wordt bemoeilijkt doordat het hele kerkplein op de schop is gegaan.

Dus maar meteen door naar het Gallo-Romeins Museum. Het heeft in 2011 de Europese prijs voor Museum van het Jaar gekregen, een prijs die wordt toegekend aan musea die de afgelopen 2 jaar zijn geopend of grootscheeps verbouwd. ‘Boeiend, zonder belerend te zijn’, luidde het jury-oordeel. Het museum is gevestigd in het hart van de stad, vlak naast de kerk, in een modern grijs gebouw. Er is een imposante entree, waarna je uitkomt bij drie mannen die de kaartjes verkopen. Na het overleggen van 7 EUR word ik plechtig op pad gestuurd, het museum in. Ik zie slechts twee andere bezoekers.

Museum

De eerste zaal van het Gallo-Romeins Museum

Het bijzondere aan dit museum is dat ze van eigenlijk een beperkte collectie een hele voorstelling hebben weten te maken. De vroege geschiedenis van de omgeving van Tongeren, van de eerste mens tot en met de Romeinen, wordt er in drie zalen uitgebeeld. Veel plaats is er voor videoschermen, presentaties die je zelf kunt bedienen en voorwerpen die je mag aanraken. Er staan grote borden (alleen in het Nederlands) waarin helder verschillende aspecten van de geschiedenis uiteen wordt gezet. Er is eigenlijk ook meer te lezen dan te kijken, en meer ondersteunende afbeeldingen en objecten dan echte schatten. De collectie doet me wel wat denken aan het Drents Museum in Assen, alleen hebben ze het daar heel traditioneel tentoongesteld zodat het niet veel meer lijkt dan een rij potten en oneindig veel vuursteenpijlen.

De zaal over de Neanderthalers, de eerste zaal, bevalt me het best. Hier is het aanschouwelijk maken ook het best gelukt, zoals in het lichaam van een Neanderthaler waaraan je diens specifieke eigenschappen kunt zien (klein, breed, plat hoofd). Daarna gaat de geschiedenis verder met de eerste boeren, en de komst van de Romeinen. In totaal vermaak ik me anderhalf uur hier.

Na het museumbezoek ga ik nog op zoek naar het Begijnhof van Tongeren. Net als het Belfort is het één in een serie van 13 die op de Werelderfgoedlijst zijn beland. Mijn Begijnhof-vinkje had ik al in Leuven gehaald: het Groot Begijnhof aldaar is waarschijnlijk het best bewaard geblevene in zijn soort. Hier in Tongeren is het veel minder: het is dat er bordjes staan, maar verder lijkt het helemaal niet op een typisch Begijnhof, dat ik associeer met een afgesloten wijk met kleine huisjes. Alleen de Begijnhofkerk, al uit 1294, is de moeite waard.

Begijnkerk

Begijnkerk

Ik geniet nog even van de laatste zonnestralen van de dag op een terras, en eet er een Salade Nicoise. Dan is het tijd voor de terugrit, via Antwerpen dit keer. Deze route is iets korter (20km) en verloopt ook wat vlotter.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s