Vast in de sneeuw!

Mijn laatste lange busrit in Peru is van Arequipa naar Cuzco. Met Cruz del Sur, van 20 uur ’s avonds tot de volgende ochtend 5 uur. Ik was van plan een lofzang te gaan schrijven op de langeafstandsbussen in Peru. Dat je er net zo comfortabel zit als in een business class-stoel in het vliegtuig. Dat ze aan de rechterkant van de bus ook een rij zetels hebben voor alleenreizenden. Dat er (soms, een beetje) draadloos internet is in de bus. Dat de bus voor niets of niemand stopt, en je in één ruk naar de eindbestemming rijdt (met 2 chauffeurs). Dat er lekkere warme dekentjes zijn voor de koude nachten. Dat ze wel drie keer je paspoort controleren en je gezicht filmen om vast te leggen dat je echt bent wie je zegt.

Cruzeiro-bus van Cruz del Sur

Cruzeiro-bus van Cruz del Sur

Het instappen op het busstation van Arequipa is helemaal fijn: er is een lounge voor de Cruz del Sur-passagiers, met modieuze banken om in te hangen. In de bus heb ik dit keer stoel 13, dat is de stoel vooraan het raam op de bovenverdieping van de dubbeldeksbus. Dan kun je je voeten nog fijn op het raamkozijn leggen, weer een stapje dichterbij de ideale slaaphouding in de bus. Mijn medepassagiers zijn bijna allemaal toeristen, onder wie een groep Russen. Ik installeer me lekker met mijn mp3-speler en wat te eten en drinken, vast van plan om nog even 2 uur wat rond te kijken en daarna te gaan slapen.

Om een uur of 10 staan we opeens stil ergens in het donker, in the middle of nowhere. Door het raam kan ik opmaken dat we ergens op een bergpas staan, met aan weerszijden sneeuw en ook een dun laagje op de weg. Een lange rij vrachtwagens en bussen staat voor ons. We zien een personenauto die in de berm is beland. Er lopen, beter gezegd: glibberen, wat mensen over de weg. Het zijn chauffeurs en bijrijders die de situatie aan het inschatten zijn. De vrachtwagenchauffeurs hebben het al snel bekeken: ze zetten hun trucks aan de kant van de weg stil – morgen is er weer een dag en dan smelt de sneeuw wel weer. De bussen willen wel graag doorrijden, zo ook onze buschauffeur die wat zinloos staat te toeteren. We staan echter in een enorme file waar geen beweging in zit.

Twee uur lang blijft deze impasse bestaan. Tot opeens een bus voor ons aan de linkerkant van de weg de rij stilstaande vrachtwagens gaat passeren. Onze bus gaat er snel achteraan. Het is een spannende actie – de andere bus komt telkens vast te zitten, waarna het personeel met een houten staaf en een schepje de banden weer bevrijdt. Onder veel kritiek van de toekijkende chauffeur van onze bus, de luxe bus, met de chauffeurs in een net kostuum (die gaan hun handen niet vuil maken). Er blijkt ook wat politie aanwezig te zijn, die heeft het tegemoetkomende verkeer stilgelegd om onze kilometerslange inhaal- en glibberactie te doen slagen. En slagen doet het: onze bus heeft geen enkel probleem met het wegdek, en duwt op het eind de oudere en goedkopere bus gewoon aan de kant. Wij eerst!

De aangereden vrachtwagen

De aangereden vrachtwagen

Opgelucht rijden we verder. We komen al snel bij een tolweg aan, en daar ligt geen sneeuw meer op de weg alleen maar aan de kanten. Ik maak me klaar om te gaan slapen. Het duurt echter nog geen uur of we staan weer stil. Hoe kan dat nou? Het ziet er op het eerste gezicht als een zelfde situatie uit: een file van bussen en vrachtwagens. We wachten en wachten. Drie uur hier maar liefst.

In de verte zie je wel wat lampen, en er komt na een tijdje ook tegemoetkomend verkeer langs – passeren kun je dus wel. Ook hier arriveert politie. We mogen er langs, maar dan moeten wel alle passagiers eerst uitstappen. Het kan maar net. Als ik buiten sta zie ik pas echt wat er hier aan de hand is: een vrachtwagen met kratten bier is in een bus gereden. Beide voorkanten zitten helemaal in elkaar, de bierflesjes liggen in de berm. Slachtoffers of passagiers van de bus zie ik niet meer staan, hoewel ik in het voorbijgaan hoor spreken over uno muerto (1 dode).

We zijn er gelukkig langs. Van slapen komt niet veel meer – de zon komt al weer bijna op, het is kwart over 5. Eindelijk rijden we ook de bergen rondom Arequipa uit. We zijn al de hele nacht onderweg, maar hebben nog maar een derde van de hele rit afgelegd. Gelukkig is het een mooi landschap, wat je anders grotendeels mist als je ’s nachts reist. Alle goede bussen zijn echter nachtbussen.

Hoewel Cuzco op flinke hoogte ligt (3400 meter), klim je niet noemenswaardig. Dit hele gebied ligt al op een hoogvlakte. We rijden urenlang diep een vallei in. Veel dorpjes hier ook. Het lijkt wel een beetje op de Alpen. Helemaal aan het eind ligt Cuzco, de oude Inca-hoofdstad. Een stoffige stad. Zeventien-en-een-half uur na vertrek komen we er eindelijk aan…

De vallei van Cuzco in

De vallei van Cuzco in

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s