Terugblik Australië 2011

Vooraf had ik er al niet al te hoge verwachtingen van, en dat is ook uitgekomen: Australië is niet mijn soort land. Weinig sfeer, nul geschiedenis, onverschillige mensen. Ik had het me een beetje voorgesteld zoals de Verenigde Staten, maar daar zijn ze trotser op hun eigen land en proberen er nog wat van te maken. De eerste Australiërs die ik in het vliegtuig uit Singapore tegenkwam waren zonder uitzondering vet en vol tatoeages. Verderop in het land lijken ze allemaal aangeslagen door het moeten leven in de meest saaie omstandigheden. Misschien vinden zij het wel lekker rustig, ik moet er niet aan denken hier te wonen, zelfs niet in de wereldlijker steden Melbourne en Sydney.

En het is er belachelijk duur. Het kan me niet schelen om ergens veel voor te moeten betalen, maar daar verwacht ik dan wel iets voor terug. Kwaliteit is echter een vrij onbekend begrip in Australië. De hotels bijvoorbeeld waren de slechtste van mijn reis tot nu toe, en bijna overal moet je extra betalen voor ontbijt of internet. Ik zou zo graag een van de mannetjes van het Elegance hotel in Hanoi (Vietnam) loslaten op de troosteloze motels in Australië.

Wat ik desondanks niet had willen missen was het eerste deel van mijn route, van Darwin naar Alice Springs. Daar zie je het beste van wat de ruige natuur hier te bieden heeft, mooie Aboriginal rotstekeningen en een bijzonder verlaten sfeer.

Vervoer

Het grootste deel van de tocht door Australië heb ik gedaan met huurauto’s. Ze rijden hier links, het stuur zit dus rechts (dat vergat ik wel eens bij het instappen). De auto’s zijn ook meest automatisch geschakeld. Ondanks dat het dus wat anders is, is rijden hier heel gemakkelijk. Het is heel rustig op de weg, bijna overal met uitzondering van rond Melbourne of Sydney. Benzinestations of wegrestaurants zijn schaars.

Ik heb ook 3 binnenlandse vluchten genomen, van Alice Springs – Melbourne, Melbourne – Hobart en Hobart – Sydney. Ze hebben hier ook lowcost maatschappijen zoals Tiger Airways – als je een beetje op tijd boekt zijn de vluchten relatief goedkoop.

Verblijf

Jabiru is een dorp met 1135 inwoners. Het is precies zo als je je een plaatsje in Australië voorstelt: ruim van opzet, gemaakt om met de auto doorheen te rijden, een benzinestation, een bakker, een medische post. En een grote supermarkt met rondhangende/liggende Aboriginals voor de deur (verkoop van sterke drank is er trouwens verboden). Het is een prima uitvalsbasis voor alle attracties in het Kakadu Nationaal Park.

Ik overnachtte in Lakeview Park, een soort bungalowpark. Ik had er een “Bush Bungalow” (80 EUR) – een constructie van ijzer en stevig gaas in de vorm van een grote tent. Daarin staat 1 dubbel bed en 1 stapelbed. Plus een aanrecht met kraan, koelkast en borden & bestek. Een paar meter verderop heb je dan nog je eigen badkamer, met douche/wc.wastafel. Allemaal erg netjes, en ook inclusief handdoeken, zeepjes, waterkoker met koffie/thee. Door het gaas en het dak van tentdoek heb je net het idee dat je buiten slaapt: je hoort alles & en als de zon om half 7 opkomt wordt het helemaal licht binnen in de tent.

Katherine is het enige stadje binnen een dag rijden. Het heeft 10.000 inwoners. In de omgeving is genoeg te zien om je een dagje te vermaken, zoals de Katherine Gorge, Edith Falls en het Katherine museum. Een fatsoenlijk restaurant vinden valt er echter niet mee – het best ben je af in de enorme supermarkt met verse artikelen en luxe-producten.

Het All Seasons Hotel is net als dat in Jabiru een soort bungalowpark met huisjes, een motel en caravanplaatsen. Ik had dit keer een motelkamer, heel groot, met parkeerplaats voor de deur, koelkast, TV, zitje airco en een lekker bed. Draadloos internet is erg goed, maar moet je wel extra betalen. Ontbijt (toast, cornflakes, yoghurt, fruit) was inbegrepen in de kamerprijs van 90 EUR.

In Tennant Creek stop je alleen maar om de lange en saaie rit naar Alice Springs te onderbreken. Het lokale mijnbouwmuseum bleek trouwens de moeite van een bezoek wel de moeite waard. Verder is het een arme, vervallen plaats aan weerszijden van de highway met motels en caravan parken.

Ik overnachtte in de Eldorado Motor Inn. Ik heb lang gezocht in de reisgids en op internet naar iets fatsoenlijks hier in Tennant Creek, maar dat is er eigenlijk niet. Dit motel komt op Tripadvisor als beste naar voren, het heeft nieuwe eigenaren die er wat van proberen te maken. De kamers hebben nieuwe airco en flatscreen TV’s. Er is goed en gratis draadloos internet. Verder is het allemaal heel oud en gammel. Ook wel schoon, maar buiten lopen en vliegen er veel insecten rond hier in de bush en een enkele weet zich ook toegang te verschaffen tot de kamer. Voor het slapen gaan heb ik eerst 4 sprinkhanen dood moeten slaan met mijn nieuwe slippers. 91 EUR! (de kamer)

Alice Springs is de enige stad in de verre, verre omstreken. Er wonen ook maar 26.000 mensen, maar voor het eerst hier in Australië moest ik uitkijken in het centrum bij het oversteken van de straat: allemaal auto’s! Er is een boekwinkel en verschillende behoorlijke restaurants zoals het Thaise Nong’s.

Het beviel me wel hier, het is net groot genoeg om wat te bieden te hebben en er zijn ook genoeg dingen om te doen in de omgeving. De voorafgaande maanden zijn hier problemen geweest met (dronken) Aboriginals die in het natte seizoen naar de stad waren getrokken. Begin april toen ik er was zwierven er nog steeds veel rond in het centrum en er was veel politie op straat. Je kunt ’s avonds laat niet over straat lopen, maar je gaat hier sowieso al net als in Amerika overal met de auto naar toe (in de stad zijn ook veel gratis parkeerplaatsen).

De eerste dagen verbleef ik in het Best Western Elkira. Ik had er een Deluxe kamer, pas gerenoveerd met chique badkamer. De rest van het complex is echt een motel. Het ligt gunstig op loopafstand van het centrum. Internet is gratis, maar je moet steeds per uur een code vragen bij de receptie. Geen ontbijt (wel een koelkast & waterkoker). Ook weer wat sprinkhanen in de kamer. 105 EUR per nacht.

Na terugkeer uit Uluru heb ik 1 nacht geslapen in het Crowne Plaza. Dit schijnt het beste hotel van de stad te zijn, de prijs voor een Kamer met uitzicht op de Tuin is hetzelfde als die in het Best Western. Dit is wel echt een hotel, geen motel. Wat chiquer dus, en ook in de betere buurt van de stad bij de golfbaan. Je moet wel met de auto naar het centrum. Kamer heeft ligbad, balkon en internet via een kabel.

Yulara is eigenlijk geen stad maar de lokatie van het Ayers Rock Resort. Het is een in 1984 kunstmatig aangelegde plaats om het tourisme naar Uluru te reguleren, en het overnachten in het nationaal park zelf te verhinderen. Het bestaat uit 1 rondweg, waaraan alle 4 hotels liggen, het benzinestation en een pleintje met supermarkt, restaurant, café, bank en souvenirwinkels. Het ligt midden in de woestijn, 450km rijden van de dichtstbijzijnde stad Alice Springs (of 1500 km de andere kant op).

De Outback Lodge is het goedkoopste van de hotels. Maar aangezien alles hier in Yulara vreselijk duur is, betaalde ik 175 EUR voor een budget room met eigen badkamer. Bij de sleutel kreeg ik al een brief mee dat er door het regenseizoen veel insecten en andere dieren op het terrein en in de kamers zaten (en dat dat niks te maken had met de schoonmaakkwaliteiten van het hotel). De kamer bevatte 2 stapelbedden, een aparte WC en douche. En een spuitbus om de beestjes te doden…. Gelukkig maar 1 sprinkhaan. En nadat ik terug kwam van het diner ook nog een heel klein muisje, dat na een minuut of 20 zelf weer de weg naar buiten vond.

Melbourne is een echt grote stad, met bijna 4 miljoen inwoners. Het doet erg Engels aan, het lijkt wel wat op Liverpool. Het is een leuke stad om te winkelen en uit eten te gaan. Veel interessants te zien is er verder niet.

De Travel Inn is een net hotel in de leuke wijk Carlton. Er zijn ontelbare restaurants in de buurt, en supermarkten die 24 uur per dag open zijn. De kamer (105 EUR) is klein, maar van alle gemakken voorzien. En het is ook wel weer eens fijn om niet iedere avond op jacht te moeten naar allerlei beestjes. Geen ontbijt inbegrepen, en draadloos internet in de kamer is er alleen tegen betaling.

Horsham is een stadje op een kruispunt van wegen. Ik overnachtte er alleen maar, onderweg van Naracoorte naar Mildura.

Het Mercure Hotel ligt aan de doorgaande weg. Het is pas sinds oktober 2010 open, en dat kun je wel zien aan de netheid en de moderne inrichting. Mijn kamer was groot, met een 2-persoons en een enkel bed, grote TV, zitje, bureau en badkamer. Er is ook een restaurant waar je de vaste Australische specialiteiten (biefstuk, kipfilet of vis) kunt krijgen.

Mildura is een opmerkelijk kosmopolitisch stadje midden in het boerenland. Het heeft zelf een echte Amerikaans-aandoende “strip” – een eindeloze rij van motels en fastfoodrestaurants die zich uitstrekt vanaf de snelweg tot aan het centrum. In dat centrum zijn hippe koffietenten en een populair Thais fusion restaurant. Ik gebruikte de stad als uitvalsbasis voor een bezoek aan het Mungo Nationaal Park.

Ik overnachtte er in de Econolodge. Dat is één van de vele motels aan de strip, ongeveer 1,5 kilometer van het centrum en recht tegenover een nieuw en groot winkelcentrum. Het waren de goedkoopste overnachtingen in Australië tot nu toe, “slechts” 63 EUR. Het is wel typisch een motel, met parkeerplaats voor je kamerdeur op de begane grond. Maar het is er erg netjes, het internet is gratis (je moet wel steeds een nieuw wachtwoord vragen) en je kunt er je was in de wasmachine & droger stoppen.

Hobart is de hoofdstad van Tasmanië, en heeft inclusief voorsteden 200.000 inwoners. Het is een Europees aandoende plaats, Schots/Noors of zo. Behoorlijk sfeervol voor een stad in Australië, ook door de oude huizen. Qua winkels stelt het niet zo veel voor. Er is wel genoeg variatie aan restaurants, van Vietnamees, tot Grieks tot Italiaans tot natuurlijk Australische biefstuk.

Hotel Collins is een populair hotel in het centrum van de stad, op korte loopafstand van de winkels, de haven en het uitgaansgebied Salamanca. Ik had een kamer op de 10de etage, met prachtig uitzicht over de stad, omringende bergen en het water. Internet is met een kabel & gratis. Alles in het hotel maakt een verzorgde indruk. 105 EUR.

Katoomba is de grootste plaats in de Blue Mountains. Het ligt 2 uur met de stoptrein landinwaarts vanaf Sydney. Zelfs het centrum, dat bestaat uit één lange straat, is bergachtig. Er zijn koffietenten en een stuk of 4 Thaise restaurants. Het meeste ziet er niet erg aantrekkelijk uit, het is veel vergane glorie.

Het Three Explorers Motel ligt ongeveer anderhalve kilometer van het centrum af, maar dan wel weer vlakbij Echo Point en Scenic World. Dat zijn de 2 startpunten voor wandelingen en treintjes door de Blue Mountains. Het is een gebouw in motelstijl (met je auto voor de deur), maar pas helemaal opgeknapt. Dus frisse en nette kamer en badkamer. Goed, snel internet tegen een lage prijs. 105 EUR

Sydney is Australië’s grootste stad, met 4 miljoen inwoners. Als je er aankomt met de trein lijkt het wel of je in Azië bent beland – er wonen veel Aziaten & je vindt er restaurants uit het hele spectrum van China tot Maleisië. Het is verder “gewoon” een grote, moderne stad met veel winkels en zo. Het havengebied is de trots van de stad, vooral vanwege zijn natuurlijke setting die is opgevrolijkt met de Harbour Bridge en het Opera House. Heel veel meer is er ook niet te zien hier.

Het Grace Hotel is een sjiek hotel in een historisch gebouw uit het begin van de 20e eeuw. Erg groot ook. Lekker bed, ligbad. Maar weer geen ontbijt en betalen voor het internet. 160 EUR!

Eten & drinken

Ook weer met uitzondering van Melbourne & Sydney: heel matig, weinig keuze. De Australiërs zelf lijken te leven op hamburgers, biefstuk en het bijzonder smerige bangers and mash (worstjes met aardappelpuree). Het best ben je nog af in Italiaanse of Thaise restaurants.

Kosten

Onwaarschijnlijk duur. Zo duur heb ik het nog nooit ergens meegemaakt. Je moet ook echt overal voor betalen, niks is er gratis. Uit de meeste geldautomaten krijg je maar 200 AUS dollar (140 EUR) per keer, maar dat ben je in een dag weer kwijt. De grote afstanden die je moet overbruggen betekent ook dat je hoge vervoerskosten moet maken. En hotels onder de 100 EUR zijn schaars.

Gemiddeld dagbudget Australië: 236 EUR

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s