Everest View Lodge Trek

Dag 1: Vliegen van Kathmandu naar Lukla
Het is kwart over 6 in de ochtend, en Kathmandu is al volop in beweging: kinderen gaan naar school, en in de buurt van het paleis staan honderden mensen in de rij voor een paspoort. Ik ben op weg naar het binnenlandse vliegveld voor de vlucht van half 8 naar Lukla in de Khumbu-vallei. Ik reis samen met een gids, Kumar, een 28-jarige Nepalees uit deze bergregio. We zijn tegen zevenen op het vliegveld en kunnen gaan zitten wachten. Dat wachten op een vlucht van of naar Lukla neemt soms extreme vormen aan: Kumar heeft vorig jaar 6 dagen vastgezeten in het dorpje omdat het weer er te slecht was om vliegtuigen te laten landen. Uiteindelijk zijn hij en zijn groepje toeristen een paar uur naar beneden gelopen en vanaf daar per gecharterde helicopter teruggevlogen naar Kathmandu.

Ook vandaag zit er eerst niet veel beweging in: de lucht is helder maar de enige start- en landingsbaan ligt in de mist. We mogen in de buitenlucht wachten bij het vliegtuigje van Agni Air – “we” zijn de 17 passagiers; alleen heel kleine vliegtuigen kunnen in Lukla landen.  Om kwart over 9 mogen we gelukkig toch de lucht in. Kumar en ik stappen als eersten naar binnen, en bemachtigen zo de twee voorste plaatsen aan de linkerkant die zicht geven op de Himalaya. Een stewardess komt nog even langs met een schaal snoepjes en watten (om in je oren te stoppen), en dan gaan we. Het gordijn naar de cockpit blijft open dus ik kan mooi een beetje over de schouder van de piloot meekijken. Ik vergeet haast naar buiten te kijken, tot Kumar me opeens influistert:””Everest!”. Je moet wel een kenner van het berglandschap hier zijn om de Mount Everest te onderscheiden van al die andere hoge bergen, maar hij ligt ergens achteraan.

Bij de landing op Lukla Airport is het ook weer leuk om met de piloot mee te kijken. Het is een hele korte landingsbaan die eindigt tegen een bergwand. Dus heel snel de wieltjes aan de grond en vol in de remmen!

Meekijken

Meekijken

Start wandelen: Lukla – Phakding
Nadat Kumar wat formaliteiten geregeld heeft in Lukla, starten we onze trekking om kwart over 10. Er is maar één pad hier, en op een andere manier dan door de lucht kun je hier niet komen. Het brede pad bestaat vooral uit stenen en rotsblokken. Ze liggen gelukkig niet los, maar je moet wel steeds goed opletten waar je je voeten neerzet. Het landschap is Nepalees zoals in een fotoboek: strakblauwe lucht, scherpe hoge pieken met een beetje sneeuw, bossen en een wild stromende rivier. De plaatselijke bevolking (de Sherpa’s) is Boeddhistisch, dus de omgeving is ook nog eens verrijkt met gebedsstenen, stupa’s en gebedsmolens.

Veel andere wandelaars zien we nog niet, behalve dan de lokale dragers die voorraden vanaf het vliegveld op hun rug naar Namche Bazaar dragen. Twee keer moeten we beschutting zoeken tegen de bergrand omdat er een groepje dzo’s langsdendert. Dat zijn kruisingen tussen koeien en yaks, en de meest gebruikte lastdieren hier. Ze hebben een zware last op hun rug, scherpe horens en gaan voor niemand aan de kant.

Het pad gaat het eerste uur vooral bergafwaarts en is daarna vlak. Het plaatsje Phakding, ons doel voor vandaag, ligt 500 meter lager dan Lukla. Er zitten drie korte, steile klimmetjes in het traject maar het loopt prima. Ergens aan het eind komt ons een westerse jongen in volle vaart voorbij, met een gids op zijn hielen en een rood aangelopen meisje er een eind achteraan. Kumar en ik kijken haar hoofdschuddend na: ze heeft dunne katoenen schoenen aan en een kort rokje (met legging eronder weliswaar), maar toch helemaal ongepast hier.

Beter doen het de lokale vrouwen met hun lange rokken en bontmutsen, die op weg zijn naar festiviteiten in verband met Lhosar (Tibetaans nieuwjaar).

Lekker vlak

Lekker vlak

Na 2 uur en 3 kwartier lopen zijn we al in Phakding. Het is een langgerekt dorp met wel zo’n 30 pensions annex restaurants. Ergens vooraan ligt het Green Village Guesthouse, waar wij neerstrijken.

Tsja, en dan heb je de hele middag vrij in zo’n dorp. Ik loop het eens helemaal van boven naar beneden door en zit een tijdje te lezen in de zon. In de loop van de middag waaien er steeds meer koude windvlagen door de vallei, en ik verhuis naar een warm restaurant.

’s Avonds zitten Kumar, kleinzoon, oma (met 2 gouden neusringen) en ik om de houtkachel in de eetzaal van het pension – de enige warme plek. We kijken met het bord op schoot worstelen via de satelliet-TV. Om half 8 is het bedtijd!

Dag 2: Phakding – Namche Bazaar

We gaan een kwartiertje eerder op pad dan gepland, kwart voor 8, en ook eerder dan de andere trekkers. De bestemming van iedereen vandaag is Namche Bazaar. Het is een marktplaatsje op 3440 meter hoogte. Dat wordt dus klimmen!

We beginnen redelijk Nepalees-vlak met een wandeling langs de bruisende rivier Dudh Kosi. Niet echt zo laag: het pad loopt zo’n 100 meter hoger over een richel langs de berg. We lopen meest door bos en het is dan ook een frisse start. Een hond loopt een tijdje met ons mee.

Al in het begin moeten we zo’n fraaie, wiebelend stalen hangbrug over – de eerste van 5 vandaag. Alle bruggen hier zien er trouwens stevig genoeg uit, dat was in het verleden wel anders.

Na een kleine 3 uur komen we bij de entree van het Sagarmatha Nationaal Park. Hier kan ik mijn werelderfgoedvinkje halen. Even verderop in Jurssolle lunchen we.

Daarna begint het steile stuk omhoog naar Namche. Maar liefst anderhalf uur klimmen, grotendeels over een soort trap van grote stenen. Dat loopt wel zwaar, maar door vaak te rusten houd ik het wel vol. Zo af en toe moeten we aan de kant voor een stelletje muilezels. En er is een beloning bovenaan: onbewolkt zicht op de Mount Everest.

Zicht op de Mount Everest

Zicht op de Mount Everest

We rusten een tijdje, net als een tiental andere toeristen.

Dan is het nog een uurtje licht omhoog naar Namche, waar we om 3 uur aankomen. De rest van de dag bestaat weer uit rondkijken in het dorp en direct na het avondeten naar bed.

Dag 3: “Rustdag” in Namche Bazaar
Als je zo lang in bed ligt, wordt slapen er niet makkelijker op. De lucht is hier ook heel droog. Vandaag is gepland als rustdag, om te acclimatiseren voor het verblijf op grotere hoogten. Rusten doe je hier blijkbaar ook met een wandeling: bij het doornemen van het programma voor vandaag leek mij een bezoek aan het museumpje en verder lekker lezen in de Bakery wel genoeg. Kumar had ook het vliegveldje boven Namche op het programma gezet. “Is daar wat te zien dan?” vroeg ik nog onschuldig. Nee, maar het ligt bijna 3700 meter hoog en dan ben je vast aan de hoogte van morgen gewend. Een trainingswandeling dus.

Op onze gebruikelijke vertrektijd van 8 uur lopen we eerst door Namche omhoog naar het bezoekerscentrum van het nationaal park. Een paar wandborden laten met foto’s wat van het leven hier zien. Onderweg zie je trouwens nauwelijks wilde dieren, alleen grote zwarte kraaien. Het uitzicht hier boven het dorp is wel fenomenaal: je hebt een 360 graden panorama over een flink aantal Himalaya-pieken. De Everest kan ik inmiddels zelf goed herkennen. Daarnaast ligt de Lhotsi, ook een 8000-er en in de top 5 van hoogste ter wereld. Nog verder naar rechts is de Ama Dablan (de mooiste berg naar het schijnt), en boven Namche de Kongde. Het is helemaal helder, een onvergetelijk gezicht.

Je kunt vanaf hier ook een dun slingerpad de berg op zien lopen naar het vliegveld van Syangboche. Je ziet ook de gekleurde stipjes van de jacks van wandelaars die al aan de klim zijn begonnen. Ik moet er ook aan geloven. Helaas is het ook nog mijn minst favoriete pad, de brede stenen trap. Je kunt hier niet goed kleine stappen nemen dus het is erg vermoeiend. We stoppen dus heel vaak zodat ik weer op adem kan komen. Gelukkig hebben we ook wat te kijken: stijgende en landende vliegtuigjes net boven ons hoofd, en ook 2 helicopters die landen op Namche’s helipad. Kumar vertelt dat er hier 4 jaar geleden eentje is neergestort, midden in het hoogseizoen. Gelukkig viel-ie neer net buiten het drukke centrum. Al uitblazend zien we in een flits trouwens nog iets veel bonters voorbijvliegen dan een zwarte kraai: een blauw met gouden, zevenkleurige danphe (Nepal’s nationale vogel).

Klimpad

Klimpad

Na een uur klimmen zijn we boven, bij een niet al te interessante landingsbaan van zand en stof. We lopen vandaar in een half uur weer naar beneden over een minder steil zandpad.

Dag 4: naar Tengboche, het hoogste punt
Gistermiddag is het ietsje beginnen te sneeuwen, en ik ben als ik opsta dus ook benieuwd of de hele omgeving onder een dik pak verdwenen is. Gelukkig is dat niet zo, en kunnen we weer op pad. Het is een steile klim om uit Namche weg te komen. Eenmaal boven ligt het pad in de zon, terwijl er op de velden nog een dun laagje sneeuw ligt. De eerste 2 uur hier zijn vlak, en het mooiste deel van de hele route: je hebt hier perfect uitzicht op het hele bergpanorama. Ook zie je hier duidelijk meer en andere bomen en planten dan lager op de route: het ruikt er heerlijk. We zien nog een danphe, dit keer van wat dichterbij. En laten een paard met ruiter zo schrikken dat ze een eindje van de berg af denderen.

Panorama

Panorama

In de buurt van onze lunchplaats moeten we via een steil pad door het bos naar beneden, naar de rivier. Het ligt vol stoffig zand en losse stenen, dus het is erg uitkijken.

Daarna volgt de steile klim naar Tengboche, het zwaarste deel van deze hele trekking. Je moet 600 meter stijgen vanaf het dal naar de top, waar ze een klooster hebben neergezet. Het kost me 2,5 uur om naar boven te komen.

Tengboche is niet meer dan dat ene klooster en een stuk of 5 pensions. Wel is er weer een prachtig uitzicht op o.a. de Mount Everest.

Om 3 uur komt de oproep tot gebed (het geluid van een misthoorn) uit het Boeddhistische klooster. Kumar en ik gaan ook naar binnen, en zitten aan de kant om de “dienst” te bekijken. Er zijn zo’n 20 in het rood geklede monniken aanwezig. Ze krijgen thee van een jonge collega, zingen/bidden wat, krijgen weer thee en dan is het afgelopen. Het klooster is niet zo oud – het vorige is afgebrand. Monniken uit Tibet (hier relatief dichtbij) hebben het gesticht.

Theemokken en robes na afloop

Theemokken en robes na afloop

Dag 5-7: de terugtocht
Ik schreef in het begin al: er is hier maar één pad, dus je moet de zelfde weg teruglopen naar Lukla. Ook de mensen die naar het Everest Base Camp lopen (nog zo’n 3-4 dagen verderop) moeten het hele zelfde stuk terug. Echt interessant is de terugtocht dus niet – je weet precies wat waar gaat komen. Wel zijn we nu alerter om vogels en andere dieren te spotten. Niet te missen is de groep van 8 berggeiten, die aan het grazen is pal naast het pad. Over het algemeen lopen we de dagtochten wat sneller dan op de heenweg, “netto” daal je ook meer. Op de één na laatste dag lukt het me toch nog om twee keer te vallen, dat wil zeggen uit te glijden op een helling van zand en losse stenen. Maar ik kom er zonder blessures vanaf. De hele inspanning van de trekking is me trouwens erg meegevallen. Misschien dat het komt omdat je maximaal maar een uur of 5 per dag loopt, je eigen tempo aanhoudt (gids Kumar liep steeds achter me) en kunt stoppen waar en wanneer je maar wilt. Tot Everest Base Camp had ik het fysiek waarschijnlijk ook wel volgehouden. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik zoveel dagen wandelen wel saai vind – er is in de dorpjes onderweg niets te beleven en je ligt 12 uur per nacht in bed.

Mooi staan voor de foto!

Mooi staan voor de foto!

Dag 8: terugvliegen naar Kathmandu
Toen we gisterochtend in Lukla aankwamen, lag het dik in de wolken verscholen. De vluchten van die ochtend waren geannuleerd. Ook voor vandaag ziet het er niet hoopvol uit: we hebben ontbijt besteld voor 7 uur, maar ik heb met Kumar afgesproken dat ik in bed blijf liggen als het weer zo bewolkt is. Om half 7 word ik echter toch wakker van de Engelse groep in het hotel, die zich klaar aan het maken is voor het vertrek en hun grote tassen rondslepen. Ik sta ook maar op, en staar vanuit het hotelrestaurant samen met het personeel, Kumar en de Engelsen naar de lucht. De hemel is helder vandaag, Kumar zegt dat hij vannacht zelfs sterren heeft gezien. Ook is er om kwart voor 12 een aardbevinkje (kracht 4.7) geweest, wat ik natuurlijk weer helemaal heb gemist.

Drijft die wolk nog weg?

Drijft die wolk nog weg?

De lucht mag dan helder zijn en de zon komt er zelfs door, er ligt een hele dikke wolk in de vallei precies voor de landingsbaan van het vliegveld. Het hotel ligt er pal naast, dus we kunnen het allemaal goed in de gaten houden. We hoeven ook niet eerder naar het vliegveld te gaan voordat de binnenkomende vlucht uit Kathmandu geland is, en we kunnen dus in relatief comfort wachten. Die ene dikke wolk verhindert echter dat er vliegtuigen kunnen landen. Vertrekken zou wel gaan, maar ons vliegtuig moet eerst uit Kathmandu komen. Soms lijkt het op te klaren, maar op een volgend moment trekt het weer helemaal dicht. Er is veel telefoonverkeer tussen hotelpersoneel, gidsen en mensen op het vliegveld van Kathmandu om de laatste weernieuwtjes uit te wisselen. Maar ze zijn voorzichtig: er zijn hier al te veel vliegtuigen neergestort. Eind 2008 is er een vliegtuig met toeristen net onder tegen de berg van de landingsbaan gevlogen – het wrak ligt er nog, en even buiten Lukla is een gedenkmonument voor de veelal Duitse slachtoffers.

Tegen een uur of 10 heeft Kumar de hoop al opgegeven dat we vandaag nog kunnen vliegen: de beste kansen op helder weer zijn in de vroege ochtend. Het hotelpersoneel en de groep Engelsen blijven hopen. Ik blijf ook in het restaurant zitten lezen, en bestel nog maar eens een lunch.

Om een uur of 1 komt er een telefoontje binnen bij het hotel, met de vraag of er daar nog toeristen zitten die met een helicopter terug naar Kathmandu zouden willen. Er zitten mensen met hetzelfde probleem als wij vast in Kathmandu, die omhoog willen naar Lukla om aan hun trekking te beginnen. Ze hebben een helicopter gecharterd, en om die niet leeg terug te laten vliegen mogen we voor een gereduceerd tarief van 250 dollar mee omlaag. Dat lijkt mij een fijn idee: ik heb het hier wel gezien, heb elk oninteressant boek in het hotel gelezen en wil nog dingen kunnen doen in Kathmandu voordat ik verder reis. Ik zoek Kumar op en zeg dat ik wel wil betalen om met de helicopter naar beneden te kunnen. Hij belt wat rond, en komt terug met een aanbod voor 150 dollar plus het inleveren van mijn gewone vliegticket. We moeten een tijdje wachten totdat het sein komt dat de helicopter inderdaad uit Kathmandu is vertrokken. En dan is het allemaal snel geregeld: ik duw iemand van het hotel 3 briefjes van 50 dollar in handen, moet snel mijn tas pakken en we lopen naar het vliegveld. Daar ben ik niet de enige: velen blijken enthousiast te zijn geworden van de helicopter-optie. De Engelse groep heeft zelf 2 helicopters gecharterd en is ook paraat. “Mijn” helicopter landt het eerst: de wieken blijven draaien, de passagiers stappen snel uit en wij kunnen meteen naar binnen. Ik zit met 3 anderen op de “achterbank”, en een ander zit voorin naast de piloot. Nog geen 3 minuten nadat hij geland is gaan we er weer vandoor.

Behalve dat ik graag weg wilde uit Lukla (het kon nog wel dagen duren voordat er een vliegtuig ging landen), was een helicoptervlucht sowieso iets wat ik altijd al graag eens had willen proberen. Het vliegt een stuk stabieler dan ik gedacht had. Je voelt wel dat het een heel kwetsbaar ding is, en je bent helemaal overgeleverd aan de vorm van de dag van die ene piloot. Hij vliegt vrij laag, en het is vooral interessant als hij een bergrug over moet: hij stuurt aan op de rand, en dan springt hij er als het ware over door wat te stijgen.

Na een uur, 2x zo lang als het vliegtuig er over doet, landen we netjes op het vliegveld van Kathmandu – waarmee een eind is gekomen aan dit bergavontuur.

Aan de grond

Aan de grond

Een gedachte over “Everest View Lodge Trek

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s