Gekleurde aarde

Vandaag begin ik de dag met een extra stevig ontbijt in de vorm van een gebakken ei: ik ben van plan te gaan wandelen in een natuurgebied zonder al te veel voorzieningen. Ik heb ook al een anderhalve literfles water in mijn rugzak gestopt. De bedoeling is om naar het Black Gorges Nationaal Park te gaan, ten zuiden van Quatre Bornes. Het loopt echter anders…

Om 8 uur sta ik al bij de bushalte tegenover het hotel. Ik heb een lijstje met namen van plaatsen in en om het park op zak. De eerste bus die komt gaat naar Chamarel. Dat is al meteen heel mooi, want het is een plaats helemaal in het zuiden. Volgens het kaartje in mijn reisgids moet ik dan vlak langs of door het nationaal park komen.

We rijden als we eenmaal buiten de bebouwde kom zijn stevig door. De zon schijnt heerlijk, de bergen steken af tegen de blauwe lucht. Ik volg de route met de reisgids in de hand. We gaan de goede kant op, maar helaas niet dwars door het park maar via de kustroute. Ook vanaf die kant kun je het nationaal park in. Maar waar? Nergens is ook maar een informatiebord te zien, en de busconducteur weet het ook niet. Ik blijf dus maar zitten tot de eindbestemming Chamarel.

5194186995_fb005b9f7b_z

Gelukkig is er in Chamarel ook iets te zien. Een fenomeen dat ‘gekleurde aarde’ heet. Ik heb geen flauw idee wat het moet voorstellen, maar het is wel een populaire plek. De bus zet mij en een Frans stel af bij de toegangspoort. Hier moeten we 125 rupee entree per persoon betalen (3 EUR). En dan mag je te voet het gebied in. Het is nog 3 kilometer lopen tot de attractie, dus zo kom ik toch nog aan mijn wandelkilometers.

Ik raak al snel achterop bij de Fransen omdat ik een paar keer stop om foto’s te maken. De weg is omzoomd door grote palmbomen en andere exotische planten. Erg mooi. Ergens om een bocht hoor ik een enorm gekwaak: daar is een poel met tientallen kikkers. Ze gebruiken de rand als een soort duikplank. Met een sprong en een kleine plons duiken ze onder in het lichtbruine water.

En even verderop sta ik stil bij grappig gekuifde vogeltjes. Ze zitten in een struik. Hoewel ze heel klein en beweeglijk zijn, vallen ze op door hun rode wangen en zwarte kuif. Dat is het voordeel van wandelen: je ziet meer en je kunt makkelijk even stil gaan staan.

Na ongeveer een half uur arriveer ik bij een parkeerplaats en een uitzichtpunt. Dit is de waterval van Chamarel. Ziet er indrukwekkend uit. Maar waar is nu die ‘gekleurde aarde’? Toch niet op de rotswanden bij de waterval? Ik kijk nog maar eens een keer in mijn reisgids, en zie dat de aarde ‘even verderop’ is. Het blijkt nog eens 1,5 kilometer lopen te zijn.

De weg slingert zich geleidelijk aan verder omhoog. Het blijft plezierig lopen. Af en toe komt er een taxi voorbij met luie toeristen. Ook zijn er lokale werklui op de fiets, met een machete in de hand.

De ‘gekleurde aarde’ heeft zelfs zijn eigen, bemande toegangspoort. Je komt er binnen met hetzelfde kaartje als voor de waterval. Er zijn ook toiletten en een restaurant. Bij de eerste aanblik van het natuurfenomeen valt het me zeker niet tegen: het is een open terrein van zo’n 50 meter lang. De aarde is hier vreemd gekleurd door het ongelijktijdig afkoelen van gesmolten rots. Er schijnen 7 verschillende kleuren in te herkennen te zijn. Er is een pad omheen aangelegd zodat je het goed kunt bekijken. Ik houd erg van deze rood/grijs/gelige aardekleuren.

5194795274_a2809edef3_z

Om de toeristen te vermaken zijn op het terrein ook nog een stuk of 5 schildpadden te zien. Het zijn hele grote (Aldabra-schildpadden uit de Seychellen?), en ze zijn net begonnen aan een brunch van banaantjes.

Na een minuut of 20 heb ik het allemaal wel gezien. De weg terug is dezelfde als de heenweg. Omdat ik verwacht dat er vanaf de toegangspoort niet zoveel bussen zullen gaan, loop ik nog een kilometer door. In het dorpje Chamarel wacht ik bij het gemeentehuis op de eerstvolgende bus. Die komt na 20 minuten, bijna helemaal leeg.

We scheuren naar beneden. Ik laat me onderaan de berg in Case Noyale afzetten. Ik wil nog één poging doen om het Nationaal Park te vinden. In het plaatsje Case Noyale moet het officiële bezoekerscentrum liggen, waar je o.a. een tentoonstelling kunt bezoeken over de dieren die in het park leven. Zo schijnt er een roze duif te zien die alleen op Mauritius voorkomt. Maar Case Noyale blijkt een echt gehucht. Nergens een aanwijzing dat er hier ook maar iets te bekijken zou zijn.

Ik sjouw nog een eind noordwaarts langs de kustweg, maar kom ook hier helemaal niets tegen. Het landschap hier is desolaat, veel is er ook verbrand. Dit deel van het eiland is ook een stuk armer dan waar ik de afgelopen dagen ben geweest: je ziet hele dorpen met golfplaten hutten.

5194209915_b11146772a_z

Vanuit het plaatsje Petite Riviere pak ik dan de bus terug naar Quatre Bornes. Hij is afgeladen vol, maar ik kan nog zitten. Er gaan hier 3 mensen op een bankje dus ontspannen zit het niet. Na anderhalf uur mag ik er weer uit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s