Op bezoek bij de koning van Ashanti

Kumasi is de trotse hoofdstad van het voormalige Ashanti-rijk. Van hieruit heersten hun koningen over het grootste deel van Ghana, en delen van de buurlanden Togo en Ivoorkust. Het koninkrijk had zijn bloeiperiode van de 17e tot de 19e eeuw, waarna het door de Britten werd verslagen. Tot op de dag van vandaag is er overigens nog steeds een Ashanti-koning. Hij is een van de machtigste mensen van het land.

Veel in het 21e eeuwse Kumasi herinnert aan de Ashanti-koningen. Ik begin de dag bij het Prempreh II Jubilee museum (genoemd naar koning Prempreh II, 1931-1970). Dit ligt op het uitgestrekte terrein van het Cultureel Centrum. Het museum is gehuisvest in een nagemaakt traditioneel gebouw, met 3 ruimtes rondom een centrale binnenplaats. Voor 3 cedi entree krijg ik een rondleiding.

Er zijn veel foto’s van de oude koningen en koninginnen. Ik ga hen gedurende de dag steeds beter herkennen! Hoogtepunt van de collectie hier is de ‘bronzen kruk’. Voor de Ashanti is de ceremoniële gouden kruk het meest heilige voorwerp. Met deze bronzen kruk, bedekt met een laagje bladgoud, leidden ze de Britten om de tuin die dachten de echte gouden kruk in bezit te krijgen.

4383047310_1ab3c23dc5_b

Te voet ga ik vervolgens verder richting het paleis van de koning. Net als in Accra kun je hier makkelijk wandelen, er zijn meestal brede trottoirs. Ik loop onder een grote kolonie vleermuizen door. Gelukkig laten ze me met rust. Het paleis moet ergens in het centrum liggen, bij de enorme markt die ik donderdag hoop te bezoeken met een gids.

Ook in de straten om de markt heen is het beredruk met straatverkopers. Je kunt je niet voorstellen welke dingen men probeert te slijten. En iedereen is wel ergens in gespecialiseerd: kleine tubes lijm, losse pootjes voor je bril, zakjes drinkwater. Al die bedrijvigheid maakt Kumasi een leuke stad om door rond te lopen.
Ik kom ook nog langs het immense busstation met trotro’s voor het regionale vervoer. Ze staan toch nog behoorlijk ordelijk geparkeerd.

4382309105_acfa6e3999_b

Je zult denken dat je een paleis niet zomaar kunt mislopen. Maar hier in Ghana zijn er zelden borden om de enkele verdwaalde toerist de weg te wijzen. Ik moet het dus hier en daar vragen. Een oude man helpt me de goede kant op, en een stevige politieagente die het verkeer in de gaten houdt zorgt voor de laatste aanwijzingen.

Binnen de hekken van de paleistuin wandel ik eerst nog per ongeluk even het deel in waar de huidige koning woont. Niemand kijkt er van op, maar ikzelf vraag toch maar waar de ingang is voor bezoekers. Die blijkt aan de zijkant te zijn. In het door de Engelse kolonialen gebouwde paleis is nu een museum.

Ook hier krijg ik na het betalen van een paar cedi’s entree weer een gids mee. Dit keer een enthousiaste jongen, Johnny. Voor het begin van de tour krijg ik eerst een video te zien. Echt een goede aanvulling, want daarin kun je de huidige koning op levende beelden zien tijdens allerlei plechtigheden en festiviteiten. Hij is beladen met gouden sieraden, zo zwaar dat er helpers nodig zijn om hem overeind te houden.

De Ashanti hebben overigens altijd een koning en een koningin. De koningin is niet de vrouw van de koning, maar een vrouwelijk familielid (een zus, of zoals nu, zijn moeder). De troonsopvolging volgt ook de vrouwelijke lijn.

Het interieur van het paleis is vrij nieuw. Johnny showt mij enthousiast een Philips grammofoon en een Israëlische koelkast uit de jaren vijftig (die nog prima functioneert).

4381566891_b896b2e55e_b

Na het paleisbezoek moet ik weer naar de andere kant van het centrum, voor Fort Kumasi. Ik heb wel genoeg van het lopen en houd een taxi aan. ‘Fort’ kent-ie niet. Net zoals eerder in Accra moet een voorbijganger redding brengen. Die zegt eerst nog “Kun je niet gaan lopen?”. Nou, in deze hitte liever niet. Ik heb al genoeg gezweet vanochtend.

Met de uitleg weet de chauffeur het fort prima te vinden. Er is nu een militair museum in gevestigd. Dat betekent weer een privé-tour met een gids. Dat doen ze goed hier in Kumasi. Ze hebben allemaal wel een heel verhaal uit hun hoofd geleerd, en zijn niet altijd even goed te verstaan met hun Ghanees-Engels waarin de klemtonen op onverwachte plaatsen worden gelegd. Het museum heeft uiteraard veel wapens, maar de rondleiding voert ook over het terrein van het rood met blauw geschilderde fort. Je kunt de cellen bezoeken waarin de gevangenen zaten – helemaal in het duister, in de hitte met nauwelijks ventilatie. En dat met 10 gevangenen in een cel.

Tot slot van de dag in de koningsstad Kumasi neem ik een drankje in het Queen’s Gate restaurant. Daar kan ik vanaf het balkon de massa aan taxi’s, voorbijtrekkende handelaren en ander volk bespieden.

4381575551_c0c8764570_b

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s