Komárno

In mijn zojuist gehuurde felblauwe Fiat Punto rijd ik richting Komárno, over een goede maar niet al te snelle weg die al vanaf het vliegveld van Bratislava staat aangegeven. Veel is hetzelfde als in Nederland: de rotondes, de Lidl, het vele vrachtverkeer en Amy Winehouse op de radio. Maar na een half uur rijden zie ik de eerste oude Skodaatjes. En dan meteen drie: in vaalrood, turquoise en felgroen. En nog een verschilletje: de Slowaakse medeweggebruikers hebben de gewoonte om zo ver mogelijk naar rechts te rijden, zodat je makkelijk met z’n drieën naast elkaar kunt rijden bij een inhaalactie. Echt hard rijden doen ze trouwens niet, de verkeerscontroles schijnen erg streng te zijn in Slowakije.

Het is zo vlak en groen als in Nederland, hier aan de oever van de Donau. Velden vol gele bloemetjes (echte natuurkenner hé?) vrolijken het landschap wat op. Net als de torenspitsen van de kleurrijke barokke kerken die je in ieder dorp ziet.

Komarno1
De zon straalt gelukkig nog steeds en ik ga meteen weer op pad. Eerst naar het Europaplein met gebouwen die alle landen van Europa symboliseren. In of naast wat ik denk dat het “Nederlandse” gebouw is, zit nu een Vietnamees restaurant. Dit Europaplein is verder van een kneuterige gezelligheid. Er speelt een blaaskapelletje en mensen zitten met een ijsje in de zon. Morgen is het hier een feestdag (Dag van de Arbeid, 1 mei). Zo te zien is men al begonnen.

Het centrum van het stadje heb je in een half uur gezien. Dus weer verder aan de wandel. Komarno ligt aan de Donau, en daar krijg je toch beelden bij van romantische terrassen. De Donau is hier echter verstopt achter een spoorlijn en grote hijskranen en schepen. Dit is transport, geen romantiek. Ik loop over de brug naar de andere kant van de brede rivier, waar de Hongaarse helft van het stadje begint. Sinds 1920 loopt hier de grens en is de stad in tweeën verdeeld. Mensen lopen, fietsen en rijden dagelijks over en weer tussen de twee stadsdelen.

Komarno2
Na een rustige avond en stille nacht ben ik de volgende ochtend weer vroeg uit de veren. Ik weet mijn auto nog net op tijd het centrum uit te navigeren: vanwege de feestdag zijn ze de kraampjes al aan het opbouwen. Voor ik Komárno verlaat wil ik eerst nog een kijkje nemen bij het immense, van oorsprong 16e eeuwse fort. Het ligt heel strategisch op de punt waar de rivieren Donau en Véh samenstromen. Het is gebouwd om de Turken uit het Hongaarse Rijk te houden. En het had succes, ondanks belegeringen gedurende 300 jaar. Je kunt er een stuk omheen rijden (lopend schijnt dat anderhalf uur te duren), maar van de buitenkant is er niet veel te zien. Het lijkt erg op de forten en andere elementen van de Stelling van Amsterdam (Pampus, Muiden etc).

Komarno3

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s