De weg van Lhasa naar Kathmandu

De weg van Lhasa naar Kathmandu heet de Friendship Highway. De Chinezen hebben hem aangelegd als teken van vriendschap met Nepal zo heet het, maar ze hebben vast ook militaire bijbedoelingen gehad.
De weg is 865 kilometer lang, voert over een aantal 5000 meter hoge bergpassen en heeft bij goed weer uitzicht over de 8000-toppers van de Himalaya.

routeoverland
Met een speciaal permit en een jeep met chauffeur mogen toeristen deze weg ook gebruiken om van Tibet naar Nepal te reizen. Bij een van de weinige officiële en betrouwbare reisbureautjes in Lhasa boek ik een vierdaagse tocht die me tot aan de grens met Nepal brengt. Ik krijg alleen een chauffeur mee, de gidsen die van de Chinese overheid eigenlijk ook mee moeten zijn schaars. Misschien dat er in Shigatse nog eentje instapt, misschien ook niet.

19 september: Lhasa – Shigatse

Aantal kilometers: 263
Reistijd: 5,5 uur

De eerste dag word ik om 8 uur bij mijn hotel in Lhasa door de chauffeur opgehaald. Hij is aan mij voorgesteld als ‘Mister Moon’, zijn naam betekent Maan in het Tibetaans. Het is een man van een jaar of veertig met de voor Tibetanen typische door de felle zon gebruinde, donkere wangen. Hij spreekt Tibetaans, een beetje Chinees en een paar woorden Engels.

We gaan eerst de weg richting het vliegveld op, een mooie route door het vele groen. Er is veel verkeer op deze weg: bussen, vrachtwagens en andere jeeps met toeristen. Toch kunnen we flink doorrijden, hoewel ik niet kan zien hoe hard we gaan omdat de kilometerteller stuk is.
Ook voorbij het vliegveld blijft het landschap hetzelfde. We rijden hier parallel aan een rivier door een hele brede kloof. Het doet een beetje aan de Verenigde Staten denken.

Shigatse007
Op verschillende plekken moet de chauffeur stoppen om zijn papieren te laten zien. Bovendien is er een bijzondere vorm van snelheidscontrole. Bij iedere post krijgt de chauffeur een tijd mee waarbinnen hij niet bij de volgende post mag aankomen. Dat valt niet mee: de gemiddelde snelheid die je mag rijden is niet hoger dan 50 of 60 kilometer per uur. Wat de chauffeurs dan doen is vervolgens gewoon doorrijden met een gangetje van 80 tot 100, en dan zo af en toe stil gaan staan. Dat stilstaan doet iedereen op dezelfde plek lijkt het wel. Bij een grote boom ontstaat ook wat spontane handel als een man met een zak vol walnoten voorbij komt lopen net als er een bus en een aantal jeeps gestopt zijn.

Shigatse011
Om half 2 arriveren we op de eindbestemming van vandaag. Shigatse is met 60.000 inwoners de tweede stad van Tibet. Het heeft twee grote bezienswaardigheden: Shigatse dzong, het oude fort, en het Tashilunpo klooster. Als verblijfplaats kies ik voor het Tenzin Hotel, een Tibetaans 2-sterren hotel.

’s Middags loop ik eerst wat door de stad. Het ziet er heel anders uit dan Lhasa, minder Chinees, een beetje rommelig. Ze hebben er wel een heel toeristische straat waaraan restaurants en souvenirwinkels liggen. Deze straat eindigt voor het Tashilunpo-klooster. Dit is een van de belangrijkste kloosters in Tibet en het thuis van de Panchen Lama. Het bestaat uit een vijftal grote gebouwen en vele kleinere woon- en leefeenheden zodat het op een dorp lijkt. Helemaal aan de oostkant is een heel grote stenen wand, waar tijdens feestdagen een tientallen meters lange en brede thangka (religieus schilderij) wordt uitgerold.

Shigatse064
Er zijn meer toeristen dan pelgrims of monniken in het klooster, het maakt een beetje een dode indruk. De wel aanwezige monniken zitten allemaal op strategische posities zodat het publiek niet de verkeerde kant oploopt of foto’s maakt terwijl daar niet voor betaald is. Tegen een fors bedrag (7,5 tot 15 EUR per gebouw) mag je hier namelijk binnen fotograferen. Ook verkopen ze allerlei amuletjes.

’s Avonds eet ik in het Songtsen restaurant in het centrum van Shigatse. Tegen zevenen wordt het daar voller en voller met Fransen, Engelsen en Duitsers. Het restaurant met Nepalese eigenaren en een Tibetaans/Nepalees/Indiaas/Westerse menukaart is duidelijk het meest populaire van de stad.

Terug in het hotel lees ik nog wat en kijk ik TV. Om half 10 doe ik het licht uit, het hele hotel is inmiddels ook al in stilte verzonken.

20 september: Shigatse – Lahtse

Aantal kilometers: 152
Reistijd: 2,5 uur

Op dag 2 wordt ik al om 7 uur wakker – de wekker gaat per ongeluk af. Ik blijf nog liggen tot 8 uur, het is heel stil in en om het hotel. Daarna ontbijt ik met mijn uit Lhasa meegebrachte cappuccino en rijstcrackers.
Om 9 uur rijdt de chauffeur de jeep de binnenplaats van het hotel op, en kunnen we weer vertrekken. Ik zie dat hij geen gids mee heeft gekregen, dat is wel zo lekker rustig. Vanaf de oostkant van Shigatse zit je meteen tussen de bruine bergen, in tegenstelling tot het weidse landschap van gisteren.

Lahtse009
Hard rijden mag hier blijkbaar weer, en mijn chauffeur neemt het ervan. Hij haalt wat andere landcruisers in en rijdt bij voorkeur midden op de weg. Er is minder ander verkeer dan gisteren. Alleen als er voetgangers of dieren in de buurt van de weg zijn, remt hij luid toeterend wat af.

Lahtse030
Na pas 2 uur rijden bereiken we de afslag naar Shakya. Daar probeert de chauffeur me iets duidelijk te maken waar ik al bang voor was: zonder gids mag je Shakya niet in. In Shakya staat het klooster van de roodkaporde, de tweede belangrijk kloosterorde van Tibet (na de geelkappen, die van de Dalai Lama). Ook het dorpje moet mooi zijn. Nou hoorde ik eergisteren al dat het klooster dicht zou zijn wegens renovatie, maar ik had er toch graag even rondgekeken.

We rijden dus maar door naar Lahtse. Om half 12 arriveren we al bij het Farmers Hotel, de keus van de chauffeur maar ook aangeraden door mijn reisgids. Het is een Tibetaans hotel met een binnenplaats en galerijen waar banken staan en je lekker kunt zitten. Er is wel elektriciteit maar geen stromend water.

’s Middags verken ik het stadje Lahtse. Het bestaat uit één lange straat, met veel gebouwen in de Chinese badkamerstijl: met kleine glanzende tegeltjes aan de buitenkant. Ergens in het midden staat een enorm glanzend nieuw hotel, waar ik maar even naar binnen ga voor de lunch. Verder zie je veel Chinese restaurants, nuttige winkels en zelfs twee internetcafés.
Net als gisteren in Shigatse steekt er aan het eind van de middag een felle zandstorm op in de straten.

Lahtse043
Echt veel te beleven is er niet. Mijn reisgids noemt het een “lovely town”, maar waaraan Lahtse die kwalificatie verdient begrijp ik niet. Of het moeten de bijzonder kleurrijke mensen zijn die je op straat ziet. Veel meer dan in Lhasa of Shigatse zijn hier ook de mannen traditioneel uitgedost. Ze dragen weliswaar westerse kleding, maar de meeste mannen hebben een rode haarband in het (lange) haar en turquoise oorbellen in beide oren. Het is de dracht van de Khampa’s uit Oost-Tibet.

’s Avonds eet ik in het restaurant van het hotel, groentecurry met rijst. Er zijn nog meer westerlingen in het hotel gearriveerd: twee Zweedse meisjes en een Engels stel. Tot het donker wordt om half negen nog buiten gezeten.

21 september: Lhatse – Zhangmu

Aantal kilometers: 325
Reistijd: 7,5 uur

Om 9 uur vertrekken we weer voor de korte etappe van vandaag, naar Tingri. Vandaag lijkt het helemaal de dag van de (westerse) fietsers te gaan worden. De afgelopen twee dagen zijn we er ook al enkele tegengekomen. Eerst zien we een groep waarvan de leden ieder in hun eigen tempo aan het klimmen zijn. Ze worden ondersteund door een busje, dat lijkt me nog wel te doen. Verderop zien we een jongen en een meisje in fietskleding hun tent uitkruipen. Toppunt is een man op zo’n oude fiets met een hoog voorwiel en een klein achterwiel (vélocipède).

Zhangmu003
De weg is nog steeds goed en al na tweeëneenhalf uur zijn we in de buurt van Tingri. Het is nog geen half twaalf. “Zullen we doorrijden naar Zhangmu”, stelt de chauffeur voor. Hoe lang is dat rijden? “Vier of vijf uur”. Dat lijkt me dan een goed idee – gisteravond bedacht ik al dat deze rit ook wel in 2 of 3 dagen had gekund in plaats van 4. De reistijden zijn veel korter dan in mijn reisgids staan. En om nog een middag vast te zitten in een saai plaatsje hoeft voor mij ook niet. Bovendien heb ik niets meer te lezen.

We stoppen nog wel in Tingri voor de lunch. Je hebt hier, als de wolken even aan de kant willen gaan, een mooi uitzicht op de ruim 8000 meter hoge Cho Oyu. Maar verder is er nog minder te beleven dan in Lahtse. Vol goede moed rijden we dus door. Al meteen na Tingri is de weg geen asfalt meer maar een mengeling van zand en grint. De chauffeur rijdt nog wel aardig door. Hoe moeilijker de weg hoe leuker hij het begint te vinden. Hij zet dan een van zijn twee cassettebandjes met Tibetaanse muziek op en gaat meezingen.

Zhangmu029
Na de Tong La-pas van 5200 meter gaat het alleen nog maar naar beneden. Je ziet hier nauwelijks nog mensen. Ik zit net te bedenken dat ik nog graag zo’n mooie Khampa-man met zwarte haren, rode haarband en turquoise oorbellen op de foto wil, staat er opeens eentje langs de weg te zwaaien of-ie een ongeluk heeft gehad. De chauffeur stopt, en het blijkt dat de man een lift wil. We nemen hem mee en hij gaat op het randje van de stoel naast de bestuurder zitten. Nou zit er eentje vlak voor me in de auto, maar vragen om een foto durf ik niet. Bij het eerstvolgende gehucht na een paar kilometer stapt hij uit en zwaait nog vrolijk.

Heel plotseling begint bij Nyalam de wereld te veranderen. De natuur wordt groener, er zijn weer bomen. En als ik bij een winkeltje een flesje drinken koop, spreken ze me meteen in goed Engels aan. Ik ben zo verbijsterd dat ik nog maar even doorga met de gebarentaal die ik inmiddels zo gewend ben.

Van Nyalam naar Zhangmu is het nog maar 33 kilometer. Maar de chauffeur had al gezegd: heel slechte weg. Nog geen twee weken geleden heeft de weg na een aardverschuiving zelfs een paar dagen helemaal dichtgezeten. Nu stuiten we op een wegversperring al bij het uitrijden van Nyalam. De weg gaat pas vanavond om 7 uur open wordt meegedeeld. Nou bestaat de wegversperring alleen maar uit een touw en een jongen van een jaar of 15 die het touw moet bewaken. De chauffeur weet hem om te praten ons door te laten.

We hobbelen over de bergweg waaraan op verschillende plaatsen gewerkt wordt. Op een paar plaatsen kunnen we er nog net door voordat de weg geblokkeerd wordt. Ongeveer halverwege worden we staande gehouden door een man in een militair uniform. “Was er bij Nyalam geen wegversperring?” “Nee hoor”. Hij haalt zijn schouders op en vraagt of wij een Chinese opzichter in een wit pak mee willen nemen richting Zhangmu. Natuurlijk. Dat maakt onze aanwezigheid op deze weg weer wat legitiemer.

Uiteindelijk komen we toch stil te staan: bij een punt waar twee graafmachines de gevolgen van een kleine aardverschuiving aan het wegwerken zijn. Er staan ook wat andere auto’s vast, een wat ouder Zwitsers stel bekijkt het schouwspel met veel plezier. De rotsblokken storten van de helling af en de grotere splijten boomstammen doormidden die ze op hun val tegenkomen. Uiteindelijk plonzen ze allemaal in de rivier in het dal.

Zhangmu056
Na een uurtje is de klus geklaard. Om half 5 komen we dan eindelijk aan in Zhangmu. Het blijkt een stadje dat bestaat uit één slingerende weg de berg af. Deze hele straat staat vol met geparkeerde vrachtwagens. Onze auto komt bijna niet meer vooruit, en daarvan maken meteen al wat handige jongens gebruik. “Wil je geld wisselen?” … ja, maar niet nu en liever bij een bank dan bij jou. “Ga je morgen naar Kathmandu? Ik heb een taxi” .. euh ja, dat zien we dan morgen wel.

Vlak voor de Chinese douane kies ik een hotel (het Zhangmu Hotel) en neem afscheid van de chauffeur, die meteen terugrijdt naar Lhasa. Later op de avond eet ik ook in het restaurant van het hotel. De grote kettingen moeten nog van de deuren worden gehaald als ik om zes uur aankom. “How many in your group?” Nou, ik ben een groep van één. De serveerster kijkt even of ze me weg zal sturen maar dirigeert me dan toch maar naar een tafeltje. Het is een grote zaal met spannend uitzicht op de tegen de hellingen geplakte gebouwen van Zhangmu. Het eten is helaas matig Chinees.

De rest van de avond wijd ik me aan de TV en mijn laptop, eet ik de laatste restjes van mijn overlevingspakket op en geniet ik van weer een eigen badkamer.

22 september: Zhangmu – Kathmandu

Aantal kilometers: 114
Reistijd: 6,5 uur

Hoe het laatste deel van de rit gaat verlopen is een beetje een vraagteken. Mijn reisgids houdt op bij Zhangmu, en zegt alleen dat de Chinees-Nepalese grens op een brug 9 kilometer van Zhangmu ligt. Kathmandu is daarvandaan nog 114 kilometer. Wetende dat het in Nepal ook nog eens twee uur en een kwartier vroeger is, doe ik het ’s ochtends eerst maar eens rustig aan. Ik neem om 9 uur een ontbijtje bij het vriendelijke buurrestaurant. Ze vragen of ik geld wil wisselen, en dat gun ik ze ook maar.

ZK001
Met maag en portemonnee gevuld ontbreekt alleen nog het vervoer naar Kathmandu. Maar ziedaar, daar is het mannetje van gisteravond weer. Hij wil me graag naar Kathmandu brengen. Als ik over de prijs begin, vraagt hij 120 dollar. De dollar is tegenwoordig niet veel meer waard, maar dit is wel erg veel voor 114 kilometer rijden. Gisteravond had ik bedacht dat 20 tot 30 EUR een redelijke prijs voor de rit zou zijn. Ik zeg dat 120 veel te veel is, en loop terug naar mijn hotel om mijn bagage op te halen. Als ik weer naar buiten kom staat-ie er natuurlijk weer. Hij wil dat ik een prijs noem, maar zo dom ben ik niet. Laat hem maar roepen.

We moeten sowieso eerst te voet langs de Chinese douane. Daar staat een rij van wel 200 man. Ik zie allemaal bekende gezichten terug van de laatste dagen: de grote groep Fransen, het oudere Zwitserse stel. Er is volop tijd om mensen te kijken want het verlaten van China gaat niet zomaar. Je moet eerst nog twee onnozele briefjes invullen (“Ben je de afgelopen maand in aanraking geweest met pluimvee?”) en dan krijg je een stempel dat je officieel het land verlaten hebt.

De prijs van ‘mijn mannetje’ is inmiddels gezakt tot 50 dollar, en daar doe ik het dan maar voor. Ik wordt een busje ingeloodst waarin al een aantal zwetende Japanners zitten. Met het busje gaan we richting Nepalese grens, 9 kilometer verderop. De weg is hier nog net zo slecht als die van gisteren. Bovendien is het hartstikke druk. Om de een of andere reden gaat iedereen hetzelfde moment de grens over. Ook staat het vol met vrachtwagens. Het is dan ook niet vreemd dat we op een gegeven ogenblik helemaal vast komen te zitten. De laatste 10 minuten wordt het dus lopen.

ZK004
De Nepalese douane zit in een simpel kantoortje. Schijnbare chaos tegenover de Chinese orde. Formuliertje invullen hier, paspoort laten zien daar en uiteindelijk naar een mannetje in een eigen kantoortje voor de handtekening op het visum.

Bij de Nepalese douanepost staat ook de beloofde Toyota Landcruiser klaar. Er zijn twee rijen met stoelen, en er kunnen naast de chauffeur twee man voorin zitten. Twee Chinezen en vier Japanners reizen mee. Ik mag naast de chauffeur zitten – dus zal ik wel het meeste betaald hebben. Maar ach, wat is 50 dollar als je er de hele dag plezier van hebt en je voor de deur van je hotel wordt afgezet?

We beginnen als een van de eersten aan de rit naar Kathmandu. Hier aan de Nepalese kant van de bergen is alles veel groener en kleurrijker. Armer en dichter bevolkt ook. Niet zo ver van de grens zijn twee ‘resorts’ waar toeristen allerlei actieve sporten kunnen doen. We zien zelfs een brug vanaf waar je kunt bungeejumpen.

Als we de bergen uit zijn zie je meteen Kathmandu liggen. De agglomeratie Kathmandu beter gezegd, want stadjes als Bhaktapur zijn eraan vastgegroeid. Veel huizen van een paar verdiepingen hoog en veel verkeer.

In het centrum van Kathmandu herken ik het allemaal wel weer. We zetten eerst de Chinezen en de Japanners af in de toeristenwijk Thamel. Daar lijkt alles nog hetzelfde sinds mijn laatste bezoek in 2001. We staan zelfs even stil voor een goedgevulde boekwinkel!

ZK008
Ik ben de laatste die weggebracht wordt naar mijn hotel. Noch de chauffeur noch ik weten precies waar het is, maar als we eenmaal in de straat zijn vinden we het snel. Hotel Ambassador had me een dag later verwacht, maar ik word hartelijk welkom geheten.

De rit van Lhasa naar Kathmandu zit erop. 4 dagen, 865 kilometer en 0 lekke banden. Een kalm begin, een spectaculair einde.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s