Proloog: in de rij voor Bangladesh

Het is niet lang vliegen naar Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh, komende vanuit Bangkok. Twee uur en een kwartier in een bijna vol vliegtuig. 95% van mijn medepassagiers is Bangladeshi en man. Alleen in de business class zitten nog een paar westerlingen. De Thaise stewardess kijkt me nogal verbijsterd aan als ik zeg er niet te gaan werken, maar te gaan reizen.

Bij aankomst op het vliegveld van Dhaka moeten we een minuut of 10 wachten tot er een slurf vrij komt. Drie grote vliegtuigen uit Saoedi Arabie en één uit de Golf gaan ons voor.
Als we eindelijk naar binnen mogen, loop ik rechtstreeks de hal met de douane in. Het is er een grote mensenmassa, half georganiseerd in rijen. Ik ga in de rij voor de buitenlandse paspoorten staan, maar overal is het vol met Bangladeshi die niets anders willen dan naar huis met de feestdagen na een jaar lang hard werken voor de Arabieren. Er staan wel zo’n 1500 mensen in de hal, en er lijkt geen enkele doorstroom in te zitten.

Na een half uurtje word ik door een politieman uit de rij geplukt en naar de rij voor diplomaten en buitenlandse investeerders gedirigeerd. Deze rij is korter dan de andere, maar beweegt zo mogelijk nog minder. Ik sta zeker een half uur stil naast een bord dat Bangladesh bij investeerders aanprijst om zijn ‘diligent and productive human resources’ (ijverige en productieve werknemers). Vandaag lukt het de douane in ieder geval niet die belofte waar te maken.

Zo nu en dan gaat er een luid gejoel op uit de massa wachtende Bangladeshi naast me. Mensen proberen de douane tot snelheid te manen of voordringers uit te schelden. Het is een waar schouwspel, als je zelf niet ook zo graag door zou willen. Hoe meer er richting de douaniers geschreeuwd wordt, hoe meer die de hakken in het zand zetten en des te langzamer gaan werken lijkt het wel.

5872573690_7f6955ab48_b

Als schooljongens in de rij
Na een dikke twee uur wachten heeft de hoogste politiebaas er genoeg van en gaat eigenhandig (en hardhandig) zelf nieuwe rijen vormen. Alle Bangladeshi worden uit de rijen voor buitenlanders gehaald en een voor een als schooljongens in een rijtje geplaatst. Wie er nog een stap buitenzet wordt uitgescholden, wie voordringt moet achteraan aansluiten. Dit heeft eindelijk het gewenste effect: na 2,5 uur in de aankomsthal mag ik ook eindelijk door de douane (een kleine stempel- en type-actie).

Gelukkig hoef ik niet naar de bagageband, want daar is het ook een groot zooitje. Ik loop snel naar de uitgang, me niets aantrekkend van verdere hindernissen als aan te geven goederen. Het is even rondkijken, maar degene met het naambordje die me op zou komen halen staat er zowaar nog. Het is Didar zelf, de baas van Bangladesh Ecotours. Hij neemt me verder op sleeptouw, door de op hun familie wachtende massa. We worden daarbij een stuk op weg geholpen door een agent die de wachtenden met een wapenstok uiteenslaat zodat er voor ons een doorgang ontstaat. Als we eindelijk rustig op het trottoir staan om op het busje naar het hotel te wachten (die een rondje in de buurt heeft moeten maken omdat hij maar 3 uur mocht parkeren bij het vliegveld), verklaart Didar dat de drukte van vandaag zelfs voor Bangladesh niet normaal is. Het is in ieder geval een bijzondere eerste kennismaking met het dichtstbevolkte land ter wereld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s