Reisdagboek Bhutan (en Calcutta)

Donderdag 13 augustus: Naar Bhutan
bhuweg’s Nachts om 5 uur vertrokken we. Al na anderhalf uur kwamen we de eerste hindernis tegen: een aantal stenen op de weg. Nadat die verwijderd waren reden we weer verder. Er kwamen ons echter al snel jeeps tegemoet met de mededeling dat de weg verderop versperd was door een aardverschuiving. Dus keerden we en gingen terug richting Kalimpong. Na ongeveer een kilometer kwamen we echter weer bij de plek waar die stenen lagen, alleen was nu de hele weg versperd door een nieuwe aardverschuiving. Het wegruimen van de stenen was nu onbegonnen werk. Na een halfuurtje wachten stopte er aan de andere kant een vrachtwagen vol met vrouwen die (onder toeziend oog van politie/leger) een soort bruggetje begonnen te bouwen waar het verkeer overheen zou kunnen. Dat lukte gelukkig.

Om negen uur waren we weer in Kalimpong, vanwaar we via een andere route (drie uur om) richting Phuntsholing aan de Bhutanese grens reden. Daar arriveerden we om 16.30 uur, nog precies op tijd voor het sluiten van de grens.

Aan de Bhutanese kant van de grens kregen we een luxe diner in het Druk-hotel. Aansluitend gingen we met twee nieuwe busjes op weg naar Thimphu. Het werd een slopende tocht in het donker, maar om drie uur ’s nachts bereikten we het hotel in de Bhutanese hoofdstad. In de ruime kamer met een lekker zacht bed viel ik al snel in slaap.

Vrijdag 14 augustus: Thimphu
Om 10 uur opgestaan en Thimphu doorgebanjerd. Het zag er schattig uit (tot het weer eens begon te regenen). Met de busjes bezochten we de Memorial Chorten, met een aantal (oude) pelgrims. De volgende stop was bij een soort kunstacademie, waar kinderen worden opgeleid tot schilder of houtbewerker. We bezochten ook een wat triest nonnenklooster: duidelijk een stuk armer dan de mannenkloosters.

Een bezoekje aan het postkantoor mag niet overgeslagen worden. Je hoeft geen filatelist te zijn om verlekkerd te kijken naar de Bhutanese postzegels die daar te koop zijn. Gemaakt van goud of met strips, groot of driehoekig: je kunt het je niet voorstellen.

Tot slot van de middag bezochten we de Thimphu-dzong (we mochten er alleen aan de buitenkant omheen lopen).

Zaterdag 15 augustus: Van Thimphu naar Punaka
bhu10De volgende dag, zaterdag, was het tijd voor de wekelijkse markt. Veel groente, (yak)kaas en andere dingen om te eten. Na een uurtje ben ik gevlucht naar de nabij gelegen Swiss Bakery voor chocoladetaart (meer mijn smaak). Op de weg terug naar het hotel kwam ik langs het stadion, het boogschietterrein en het relatief beroemde benzinestation. Het is gebouwd in de traditionele bouwstijl, net zoals de meeste huizen.

’s Middags vertrokken we in de regen naar Punaka. Punaka is een klein stadje, vooral bekend door de imposante dzong. We verbleven in een Chalet-achtig hotel iets buiten de stad, op een heuvel.

Zondag 16 augustus: Reis naar Jakar
punakaVertrek om half 8 naar de Punaka-dzong. Het was een zeer indrukwekkend soort fort in goede staat. Je kunt er naar binnen en doordat men bezig was met renovatie konden we de traditionele bouwstijl aandachtig bekijken. Er komt veel houtsnijwerk en schilderen bij kijken.

Vervolgens met de bus op weg naar Jakar over twee passen boven de 3000 meter. We picknickten bij een pittoreske Nepalese stupa.

Jakar (ook wel gespeld als Dyakar) is een aangenaam dorpje in de Bumthang-vallei. We arriveerden er om 19.45 uur.

Maandag 17 augustus: Jakar
In de buurt van Jakar bezochten we het Kurjey Lhakhang-tempelcomplex. De kloosterlingen begonnen net met een dienst. Binnen wordt een gigantisch groot standbeeld van Guru Rinpoche verborgen achter zware houten deuren.

Ook interessant waren vier gebedsmolens in de buurt van ons hotel, die door waterkracht aan worden gedreven. Je komt ze ook wel eens tegen langs de kant van de weg.

De Bumthang vallei is bekend om zijn kaas (gemaakt in kleine fabriekjes) en appel-wijn/sap, en je kunt er volop van deze geneugten genieten.

Dinsdag 18 augustus: Wangdi
wangdiTerug naar het westen van Bhutan, via dezelfde weg (er is slechts 1 weg van oost naar west in Bhutan, en nauwelijks verkeer). Het eerste deel reden we in de zon. Onderweg zagen we veel mooie huizen. Het landschap leek wel een beetje op de Ardennen.

Wangdi of Wangduephrodang is een soort Wild West-stadje met saloons, kleine winkeltjes en veel rondhangende mensen die hopen op een lift of de laatste roddels willen horen. We overnachtten in een nog niet geheel afgebouwd hotel. De kamers waren OK, maar het restaurant en andere gemeenschappelijke faciliteiten zoals de lobby waren nog in aanbouw. In de kale eetzaal stond slechts 1 tafel met 20 stoelen. Over 3 maanden zou het hotel helemaal klaar zijn.

Woensdag 19 augustus: Paro
bhu4Onderweg naar Paro kwam de bus nog even vast te zitten in de modder, maar 10 duwende passagiers kregen hem er wel weer uit. Mooi op tijd voor de lunch arriveerden in het karakteristieke hotel in Paro.

Paro huisvest het Nationale Museum van Bhutan, een bezoek waard voor zowel de collectie als het gebouw zelf. Postzegels, thanka’s, aardewerk, textiel en veel meer wordt er tentoongesteld. Ook is er een mooie oude tempel met veel pelgrims.
Door de brand van dit voorjaar konden we het bekende Tijgernest-klooster niet bezoeken. Wel was het vanuit Paro te zien, de buitenkant is nog intact en ziet er imposant tegen de steile rotswand.
Het stadje is ook nuttig om wat laatste souvenirs in te slaan.

Donderdag 20 augustus: Terug in India
Het vliegtuig zou om 7.20 vertrekken, maar het was zo bewolkt dat wel duidelijk was dat dit niet zou lukken. Daarom maar wat rondgehangen op het vliegveldje van Paro. Daar gepraat met wat vertegenwoordigers van een bont gezelschap Grieken, die naar Kashmir, Ladakh en Bhutan waren geweest. Ook geen misselijke reis …

’s Middags werden we naar een hotel vervoerd waar een buffet-lunch klaarstond. Om drie uur begonnen er geruchten te gaan dat het andere Druk Air-vliegtuig (naar Kathmandu) opgestegen zou zijn. Een half uurtje later werden ook wij de bus weer in gedreven. Het vliegtuig vertrok uiteindelijk om 16.00 uur, en zonder problemen landde het een uur en tien minuten later op het vliegveld van Calcutta. Vanaf daar was het nog een uur door de hectische avondspits naar ons hotel.

Vrijdag 21 augustus: Calcutta
Naar het Indian Museum gegaan. Het museum is een mooi koloniaal gebouw met een antiek interieur. De collectie leek samengesteld te zijn door iemand met een enorme verzamelwoede: duizenden soorten steen, honderden soorten kevers enz. Vervolgens pannenkoeken eten bij het Blue Sky Cafe.

Om 13.00 uur met de hele groep in de bus voor een City-tour. Eerst gingen we naar een wijkje waar alle inwoners kleibeelden (of versieringen daarvoor) maakten. Deze beelden worden bij allerlei Hindoe-festivals gebruikt. Vervolgens gingen we naar de Jain-tempel, gelegen in een arme buitenwijk. Deze tempel schitterde door alle spiegels die er aan bevestigd waren. Ook een mooi aangelegde tuin met beelden hoorde bij het tempelcomplex.

Aan het eind van de middag bezochten we nog het Victoria Memorial en het graf van Moeder Theresa.

Zaterdag 22 augustus: Laatste dag in Calcutta
Uitgeslapen en een beetje gewinkeld in Park Street en de New Market. Het was bloedheet. Geluncht in het Blue Sky Cafe: bananen-lassi en pannenkoek met honing deze keer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s